Tekst KAP Djenna Perreijn
Foto SM Jasper Verolme, SGT Gregory Frení, SM Barend Westerveld

Europa’s grootste lucht- en raketverdedigingsoefening strijkt neer in Vredepeel

‘Hier stap je de toekomst in’

Luitenant-kolonel Benjamin poseert voor een rij vlaggen van alle deelnemende landen.
De Duitse exchange officer luitenant-kolonel Benjamin, al meerdere edities betrokken bij de organisatie van JPOW. Nederland en Duitsland zijn de kartrekkers van de oefening.

Maar liefst 15 NAVO-landen koppelen hun luchtverdedigingssystemen aan elkaar voor oefening Joint Project Optic Windmill (JPOW). Anderhalve week lang krijgen ruim 700 deelnemers tal van scenario’s op zich afgevuurd tijdens Europa’s grootste lucht- en raketverdedigingsoefening. In een virtuele wereld voeren ze nagenoeg écht de strijd om dominantie in het luchtruim.

De main training area neemt de halve vliegstrip op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel in beslag. Wie uit de enorme, witte tenten stapt, moet flink met de ogen knipperen om te wennen aan het felle zonlicht. Veel krijgen de deelnemers van oefening JPOW daar niet van mee. Tussen zwartbeklede schotten turen operators naar computerschermen om virtuele luchtdreiging te identificeren en te onderscheppen.

Majoor Jeroen en opperwachtmeester Trachanas poseren voor een vlag van 12 Luchtverdedigingsbatterij.
Links: majoor Jeroen, commandant van 12 Luchtverdedigingsbatterij. Rechts: opperwachtmeester Mikeon, captain battle assistant.
Het embleem van JPOW op de mouw van een militair. Daarop is een wereldbol te zien met in het midden verschillende typen raketten. Onderaan staan de vlaggen van de organiserende landen Duitsland en Nederland.

‘Over een paar jaar zijn we beter, sterker en verder’

Sterker en beter

“We trainen hier op het hoogste niveau”, stelt majoor Jeroen, commandant 12 Luchtverdedigingsbatterij. “Als je hier de beveiligingspoort doorkomt, stap je 5 jaar de toekomst in. We trainen met systemen die we al wel hebben aangekocht, maar waarop we nog wachten. Omdat we in simulaties werken, kunnen we oefenen met het systeem en procedures finetunen. Ik weet wat we krijgen. Daardoor heb ik het vertrouwen dat we over een paar jaar sneller gereed kunnen staan en beter, sterker en verder zijn.”

Volgens de captain battle assistant, opperwachtmeester Mikeon, is ook nú het moment om met bondgenoten alle technologie en systemen te integreren. “In vredestijd moeten we alle randvoorwaarden afdekken. Als we pas gaan nadenken en samenwerken als de aanval is begonnen, zijn we te laat.”

Een Patriot luchtverdedigingswapensysteem voor een rij met vlaggen van alle deelnemende landen.
De oefening is grotendeels virtueel, maar losse elementen beoefenen de luchtverdedigers ook in de praktijk.

‘Ook met Finland werken we nauw samen’

Nieuwkomers


Volgens Jeroen en Mikeon zijn alle relevante spelers te vinden op JPOW. Bekende partners als de Verenigde Staten en Duitsland, maar ook NAVO-nieuwkomers Finland en Zweden zijn aangesloten. “Voorheen moesten we informatie rubriceren. Nu mogen we onze systemen aan elkaar koppelen en horen ze er helemaal bij”, vertelt de Duitse exchange officer luitenant-kolonel Benjamin. “En daar zijn ze heel blij mee; ik zie dat ze graag willen leren en bijdragen.”

Baltische staten zoals Estland en Litouwen zijn meer vertegenwoordigd dan ooit tevoren. Jeroen: “Ook met Finland werken we nauw samen. Zij werken al langer met een systeem dat voor ons nieuw is. Als er vragen zijn, stap ik even binnen, zoals vanmorgen: hoe plannen jullie een ontplooiing?’ Voor onze 12 Luchtverdedigingsbatterij is het heel waardevol om op deze manier van elkaar te leren. Met name omdat we weer moeten ontdekken hoe we het beste manoeuvre-eenheden beschermen, in ons geval 43 Gemechaniseerde Brigade.”

In een werkstation werken meerdere nationaliteiten achter computers.
Hoofddoel van JPOW is luchtverdedigers laten samenwerken met hun verschillende systemen. Het geheel kan dreigingen namelijk beter het hoofd bieden dan elk systeem afzonderlijk.

Nooit goed genoeg

De militairen kijken reikhalzend uit naar nieuwe luchtverdedigingssystemen op de middellange afstand en zeer korte afstand: de Norwegian Advanced Surface-to-Air-Missile System (NASAMS), National Manoeuvre Air Defence System (NOMADS) en de mobiele Skyranger 30. Daarmee kunnen ze vijandelijke vliegtuigen, helikopters, kruisvluchtwapens en drones van verschillende groottes identificeren en onderscheppen. Volgens Mikeon is echter geen wapen ooit goed genoeg. “We gaan ervan uit dat de vijand altijd sneller is, maar tijdens JPOW komen we erachter waar de mismatches zitten, hoe we het beste weerstand kunnen bieden.”

‘Het voelt levensecht’

Operators verliezen zich gemakkelijk in de met bits en bytes gebouwde wereld. Benjamin: “Het voelt levensecht, op het feit na dat je normaal gezien duizenden kilometers bij collega’s vandaan zit. Nu hoeven ze slechts een paar meter te lopen voor direct overleg. Elke avond evalueren we de oefendag. Alle fouten die zijn opgevallen, worden besproken.”

Een landmachtmilitair werkt achter zijn computer.
Tijdens deze editie is er, ten opzichte van eerdere uitvoeringen, meer aandacht voor de dreiging van drones.

‘Het is de vijand die de eerste zet doet’

Oorlog vermijden

Ook juridische scenario’s maken onderdeel uit van de oefening. Bij complexe vraagstukken winnen deelnemers juridisch advies in bij kapitein Niels, stafofficier juridische zaken. “Een schip vaart onze territoriale wateren binnen, mogen we die aangrijpen? Dat was recent een vraag. Als juridisch adviseur is het mijn taak om aan de hand van de rules of engagement advies te geven.”

De NAVO wil te allen tijde oorlog vermijden, dus het is de vijand die de eerste zet doet richting een conflict. “We confronteren deelnemers met dit soort dilemma’s, zodat ze er straks niet voor het eerst over hoeven nadenken in een conflictsituatie.”

Het oefenterrein op de vliegstrip met witte tenten en voertuigen.
De oefening duurt 1,5 week, maar daar gingen 2 jaar planning en weken van kabels trekken aan vooraf, om alle netwerken, computersystemen en simulators aan elkaar te knopen.

360 graden

De NAVO kijkt met argusogen naar de ontwikkelingen aan de oostflank. JPOW heeft dan ook geen willekeurig gekozen oefenscenario, maar is gebaseerd op de huidige plannen van het samenwerkingsverband. “We gebruiken de dreiging van vandaag om de verdediging van morgen te bouwen,” vat kolonel Olav Spanjer, commandant DGLC, het samen. “De luchtdreiging is terug van weggeweest en kan nu van alle kanten komen. Denk bijvoorbeeld aan langeafstandsraketten, schepen met raketten of onderzeeboten.”

‘De luchtdreiging is terug van weggeweest’

DGLC zal dankzij investeringen enorm groeien en ook oefening JPOW wordt steeds groter. Spanjer: “In 1996 begonnen we met Patriot-landen Duitsland en de Verenigde Staten, maar nu komen er steeds meer landen en externe partners bij.” Een voorbeeld is het Auswärtiges Amt, het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij oefenen het informeren van burgers en hulpdiensten in het geval van falende luchtverdediging. Spanjer: “Door iedereen te betrekken, zijn hier de afgelopen jaren veel lessen opgedaan die daadwerkelijk in NAVO-boekwerken terecht zijn gekomen.”