Tekst ELNT Wouter Helders

Onderbelichte rol Nederlanders in ‘endgame’ Napoleon

18 juni 1815. Het bloed van 50.000 doden en gewonden kleurt de velden van Waterloo rood. Napoleon is verslagen, het Franse keizerrijk definitief verleden tijd. In de alliantie die hem de genadeklap toebrengt, spelen de Pruisen en Engelsen een hoofdrol. Maar ook de Nederlandse inbreng was cruciaal. In het boek ‘Waterloo- 200 jaar strijd’ breekt historicus Ben Schoenmaker (met medeauteurs) een lans voor hun vaak onderbelichte rol. De verschijning komt - niet geheel toevallig - vlak voor de unieke herdenking volgende maand.

Waarom moest u dit boek schrijven?

“Samen met mijn medeauteurs wilde ik een boek schrijven waarin vooral de Nederlandse bijdrage aan de slag goed tot zijn recht zou komen. In de Engelse boeken over Waterloo blijft die rol meestal onderbelicht. Er mag best wat meer aandacht voor komen. Het was een fascinerende slag die plaatsvond op een verhoudingsgewijs klein gebied, met heel veel doden en gewonden per vierkante meter. De intensiteit van de strijd was echt onvoorstelbaar.”

Bij Quatre Bras en Waterloo vochten ongeveer 18.500 Nederlanders. De verliescijfers zijn niet precies vast te stellen. Geschat wordt dat er 670 doden en ruim 2100 gewonden vielen, waarbij we moeten bedenken dat het ene bataljon veel zwaardere verliezen had dan het andere.Tegenwoordig staan Britse historici meer open voor het besef dat de Nederlandse en Duitse rol echt van betekenis is geweest.

Wat voor rol speelden de Nederlanders in deze slag?

“De Prins van Oranje speelde een belangrijke rol als aanvoerder van de troepen, niet alleen bij Waterloo maar vooral ook bij Quatre Bras, waar 2 dagen eerder, op 16 juni, werd gevochten. Tegen de orders in, maar wel in de geest van de Britse opperbevelhebber Wellington, besloten de Nederlandse commandanten dit belangrijke kruispunt niet op te geven. Ze gaven dus blijk van een soort opdrachtgerichte commandovoering ‘avant la lettre’ en stopten zo de Franse opmars.”

*Gegevens boek: Professor Ben Schoenmaker ‘Waterloo- 200 jaar strijd’ verschijnt bij uitgeverij Boom en ligt in de zomer (rond het jubileum van de Slag bij Waterloo) in de winkels.

Welke lessen kan Nederland uit de slag trekken?

“200 jaar na dato heeft de belangrijkste les niet aan relevantie verloren: het belang van multinationale samenwerking. Alleen door samen te werken en het onderlinge wantrouwen te overwinnen wist de geallieerde coalitie Napoleon te verslaan. Voor de toen net opgerichte Nederlandse landmacht was de overwinning sowieso van groot belang. Het gaf haar prestige en zelfvertrouwen. Ook voor het kersverse koningshuis van de Oranjes was de overwinning om die reden belangrijk. 18 juni, Waterloodag, schopte het zelfs tot een officiële feestdag (in de 20ste eeuw afgeschaft om de Fransen niet voor het hoofd te stoten, red.).” 

Wat was het hoogtepunt van Waterloo?

“Wat mij betreft de grote Franse cavalerie-aanval op de Brits-Nederlandse linie, met ongeveer 10.000 ruiters over een frontbreedte van een kilometer. Probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken. En dat gecombineerd met de anekdotes van soldaten wiens schoenen in de blubber van het slagveld bleven steken en die vervolgens op blote voeten het gevecht voortzetten, tot een groep jonge artsen die na afloop van de slag zich naar Waterloo haastten omdat zij hoopten ervaring met amputeren op te doen. Zij zijn uiteindelijk weken met dat 'slagerswerk' bezig. Waterloo was een groot menselijk drama.”

Had Napoleon kunnen winnen?

“De slag was een dubbeltje op zijn kant. 73.000 Franse troepen namen het op tegen 67.000 geallieerden. Napoleon was dus licht in het voordeel en had zeker kunnen winnen. Wat er dan zou zijn gebeurd, is moeilijk te zeggen. In ieder geval had hij nog met een Oostenrijks en een Russisch leger moeten afrekenen, als die ten minste nog slag hadden willen leveren. We zullen het nooit weten.”