04

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 09

Blauwe Alouette viert gouden jubileum

Tekst Arno Marchand
Foto sergeant 1 Joyce Stevens

‘Bejaardenclub’ binnen luchtmacht na 50 jaar nog springlevend

Een hypermoderne helikopter. Zo kwam de Alouette III in 1964 in dienst als vervanger van de Hiller H-23 Raven en de Piper Cub bij de Koninklijke Landmacht en de Alouette II bij de KLu. Beide bloedgroepen waren met in totaal zo’n 600 reünisten dan ook in ruime mate aanwezig bij het 50-jarig jubileum. Actief dienend personeel en oudgedienden konden ruimschoots herinneringen ophalen en uiteraard genieten van de Alouette.

Van het jubilerende model zijn op de Vliegbasis Gilze-Rijen op 12 september heel wat exemplaren te zien. Ze zijn er uit België en zelfs Portugal en natuurlijk Nederland, zowel buiten dienst gesteld als nog altijd actief bij de Alouette-vlucht van het 300 Squadron. Een bijzondere vlucht, zo omschrijft vlieger kapitein Mariëlle Winnubst-Benda de eenheid. “Normaal heb je een groep vliegers, copiloten, loadmasters en technici. Wij zijn met maar 2 vliegers en 11 techneuten die full time werken. Daarnaast hebben we nog parttimers: 13 gastvliegers uit een oud en grijs verleden. Net als ik zelf ben”, grapt ze er achteraan. “We zijn eigenlijk een bejaardenclub binnen de KLu – allemaal gemiddeld toch zeker 45 à 50 jaar – maar hier zijn we de jonge broekies ten opzichte van de reünisten.”

x
Bezoekende Alouettes uit Portugal (voor- en achtergrond) en België. Foto: Arno Marchand
-

Ervaringen

“Ik mocht luchtmachtvliegers vertellen waar ze naartoe moesten, want dat wisten ze nooit”, zegt hij met een lach. “De organisatie was gebaseerd op overeenkomsten tussen de KL als eigenaar van de toestellen en de KLu als leverancier van vliegers en technici. Die samenwerking was interessant. De KL is veel meer gebonden aan het eigen dienstvak. De KLu is internationaal en werkt écht samen. Prettiger. Jaarlijks draaiden we zeker 2 grote oefeningen in Duitsland. In het veld, want daarvandaan ondersteunden we de brigade. De Alouette was ons werktuig, zeer betrouwbaar. Fenomenaal zelfs. Ik heb er 350 uur als bemanningslid in gevlogen.”

-
Foto boven: Luchtwaarnemer majoor (KL) bd Nap Musch, is in de jaren ‘70 Hoofd Bureau Logistiek bij de Staf van de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) op de Vliegbasis Deelen. Foto rechts: De Grasshoppers waren van 1973 tot 1995 het visitekaartje van de KLu. Die tijd herleefde met Heli Tech Demo Team dat met – niet van echt te onderscheiden – miniatuur Alouettes vliegt.
-
Kapitein bd Jan van Es (87) werkt z’n hele luchtmachttijd bij de GPLV, voornamelijk bij het 298 Squadron.
-
Adjudant bd Piet Middelkoop (85) doet eerst dienst als boordmecano op de Catalina bij de Marine Luchtvaartdienst. Daarna stapt hij over naar de GPLV.

“Met vliegers en techneuten ging ik op 5 mei 1964 naar Marseille”, verhaalt Van Es. “Een paar maanden van huis. Sommigen wilden helemaal niet. Ik vond het wel eervol.” Middelkoop denkt er net zo over. “Het is een teken dat je je werk goed doet”, en hij legt met gepaste trots zijn certificaten als mecanicien uit 64 en 65 op tafel. “De Alouette had een turbomotor die via een gearbox de rotor aandreef. In die tijd was dat heel modern, vooral ook het startsysteem.” Van Es: “Hypermodern zelfs. Ik zou er nu nog aan willen werken.”

Van Es vloog geregeld mee als boordmeccano. Tijdens een vlucht met 2 officieren naar Duitsland begin jaren ‘70 ziet hij in de buurt van Ermelo een voertuig stilstaan op het spoor. “In de verte kwam een trein aan. Ik stuurde direct de vlieger naar beneden die met de Alouette naast de trein ging hangen. Met handgebaren hebben we de machinist tot stoppen bewogen. Dat lukte. Daarna vlogen we gewoon door”, vertelt hij laconiek. “Maar terug op Soesterberg was de pers aanwezig die alles wilde weten. De spoorwegen hadden het voorval namelijk doorgegeven.”

-

Besparing

“Voor deze veteranen zijn we jong, want wij zijn de laatste generatie die de Alouette vliegt”, zegt Winnubst-Benda. “De planning is formeel nog tot 1 januari 2016. En dan stoppen we. Waarom? Ja, goeie vraag. We hebben er de laatste 5 à 10 jaar alleen maar taken bij gekregen.” Primair bleven ze in dienst ten behoeve van het koningshuis en foto- en filmvluchten maar al snel bleek een heel aantal taken niet of onvoldoende belegd bij de nieuwe en veel grotere transporthelikopters.

-
Op 31 juli 1964 worden de eerste 2 Alouette III’s afgeleverd aan Nederland. De landmacht ontvangt er 72, de luchtmacht 5 voor de Search and Rescue Flight. In 50 jaar zijn er 11 Alouette III’s verongelukt, waarvan 4 met dodelijke afloop.

“Nu trainen we bijvoorbeeld ook landingpoint finders van de KL, doen selectie van aspirant-loadmasters en daarna de eerste 5 uur basistraining en nog veel meer. Dat hoeft dus niet met de Cougar of Chinook, die met respectievelijk zo’n 10.000 en 19.000 euro per uur veel meer kosten. Een Alouette-vlucht kost 600 per uur. We vliegen maar liefst 800 uur per jaar en besparen met onze inzet Defensie dus heel veel kosten.”

-
Alouettes werden diverse keren ingezet: 1971-Tunesië (humanitaire ramp), 1975-Wijster/De Punt (treinkaping), 1991- Noord Irak (Provide Comfort), 1991-Kroatië (European Community Monitor Mission), 1992-1993-Cambodja (UNTAC) en 1996-Bosnië Herzegovina (IFOR). Foto: Marco Ferrageau

Den Haag

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven is de eregast tijdens het jubileum. En als reserve-kolonel van de luchtmacht viert hij dubbel feest want hij is cijferwisselaar en krijgt – tamelijk uniek – 50 op zijn borst gespeld. “Daarmee is het voor mij een feest van 2 bejaarden”, zegt de koninklijke reservist. “Maar de Alouette vliegt nog steeds in een actieve en moderne luchtmacht in plaats van in een museum te staan.” Hij plaatst – met een lach – echter ook een kritische noot. “We moeten dit feest niet laten lekken naar Den Haag, want anders moeten we de F-16 ook 50 jaar in dienst houden.”

-
Prof. mr. Pieter van Vollenhoven is in bezit van het klein militair brevet. “Mijn instructeur Jan-Jaap van Rossum du Chattel heeft vast doodsangsten met mij uitgestaan”, grapt hij tijdens zijn toespraak.
x