Tekst Djenna Perreijn
Foto René Verleg

Nestor van de grenadiers viert 100ste verjaardag

Aan kracht heeft hij de laatste jaren ingeboet, maar desondanks werkt hij aan een interview graag mee. Veteraan Paul Moerman, 100 jaar oud, mag zichzelf de oudste grenadier van ons land noemen. In de Meidagen van 1940 vocht hij in de slag om Ypenburg, en kwam er wonder boven wonder zonder een schrammetje uit. Een paar dagen later werd zijn compagnie ingezet bij de herovering van Overschie. “Ik was een ondeugende militair.” 

“Er is veel veranderd in het aanzien van veteranen”

Moerman wandelt door zijn 15 meter lange hal naar de deur, als de bel gaat. De fotograaf wacht geduldig. De pers stond de laatste jaren wel vaker op de stoep bij het monumentale pand in het centrum van Leiden. Alle knipsels bewaart hij zorgvuldig. “Dit stond in 2011 in Checkpoint, het blad voor veteranen,” vertelt de eeuweling terwijl hij het tijdschrift overhandigt. Op de foto's in de bladen is hij standaard te zien met zijn uniformpet, een kepi uit 1936. 'Haagsche Uniformpetten Industrie,' zo staat aan de binnenkant te lezen. “Ik houd hem altijd angstvallig bij me, want het is een gewild object. Museum Ypenburg wil 'm graag hebben. Bij evenementen laat ik 'm nooit in de garderobe achter, veel te bang dat-ie wordt gestolen!” 

Gemoedelijker

Moerman is een trouwe lezer van Checkpoint. Het nieuws over huidige missies volgt hij niet meer op de voet. “Er is veel veranderd, er wordt nu op een hele andere manier oorlog gevoerd. Ik heb geen zicht op de moderne techniek, zoals kernwapens.” De grenadier ziet ook veranderingen die hem positief stemmen. “Gezaghouders zijn wat gemoedelijker geworden. In mijn tijd was er zelden contact tussen soldaat en officier.” Moerman bezoekt ieder jaar Veteranendag. “Er is veel veranderd in het aanzien van veteranen. Vroeger was de samenleving niet zo betrokken, nu is er meer waardering. De nazorg is ook beter geworden. Ik heb de Meidagen van 1940 op mijn manier verwerkt, maar collega's van mij hadden wel hulp kunnen gebruiken.” 

Grenadier Paul Moerman in zijn diensttijd. Bij gelegenheden draagt hij zijn kepi nog altijd, net als een lijstje met de namen van zijn gevallen kameraden.

“Op onze buik kropen we tussen de brandende gebouwen door”

Ypenburg

Het verzwakte bataljon van grenadiers kreeg 10 mei 1940 opdracht vliegveld Ypenburg op de Duitsers te heroveren. “Ik herinner het me nog precies: de dag der verschrikking. We werden in open vrachtwagens afgezet op de Hoornbrug in Rijswijk. Luitenant Lutscher sprak ons toe, het was bittere ernst. Hij zei dat we tot het uiterste moesten gaan om onze plicht uit te voeren. Dat deden we, en Lutscher zelf ook. Hij sneuvelde die dag,” blikt Moerman 77 jaar later terug. “Op onze buik kropen we tussen de brandende gebouwen door. De granaten van onze artillerie gierden over onze hoofden. Jongens raakten in paniek. Een collega begon te gillen, werd psychotisch. Ik wist mijn kalmte te bewaren. Ik zie het als een zegen van boven dat ik mijn hoofd erbij heb kunnen houden.”

“Een collega begon te gillen, werd psychotisch”

Horrorfilm

Aan het einde van de dag had Moerman geen schrammetje. “Het is gezien de omstandigheden een godswonder dat we Ypenburg hebben heroverd. Het was absolute chaos. De hangaars stonden in brand. Duitse soldaten en Nederlandse krijgsgevangenen kwamen met de handen boven het hoofd naar buiten. Ze waren moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ik had mijn vinger aan de trekker, maar durfde niet te schieten. Ik ben tot op de dag van vandaag dankbaar dat ik dat niet heb gedaan. Ik zou mijn leven lang last hebben gehad.” In totaal kwamen bij de slag om Ypenburg 98 Nederlandse militairen om het leven. 12 daarvan uit Moermans compagnie. Hun namen draagt hij bij gelegenheden uit piëteit in een lijstje om zijn hals. “Ik droom nog weleens over die dag. Dan trekken de gebeurtenissen als een horrorfilm aan me voorbij.” 2 weken later trekt de eenheid van Moerman te voet door richting Delft en Overschie om op te treden tegen andere Duitse verzetshaarden. “Als verkenner ging ik voorop, op mijn buik. Ik zag een tak afbreken die werd geraakt door een kogel. Die kogel was voor mij bestemd. Ik ben gespaard gebleven.”

“Vrede is een wankele muur die moet worden ondersteund”

Ondeugend

Moerman moest als 19-jarige in 1936 in dienst. “Ik had eigenlijk helemaal geen militaire ambitie. Het keurslijf lag mij niet. Niet dat ik het veroordeelde hoor. Vrede is een wankele muur die moet worden ondersteund. Er moet dus een leger zijn. Maar dat gebrul van die onderofficieren; ik vond het niets. Ik was een ondeugende militair. Ik miste weleens een appel. Dan moest ik bij de kapitein komen, die niets geloofde van mijn smoesjes,” blikt Moerman lachend terug. “Ik ben meer zakenman dan militair. Tot 10 jaar geleden ben ik zelfstandig makelaar en taxateur geweest. Verkopen naar eer en geweten, dat vond ik een mooi vak.” 

Grenadier Paul Moerman in zijn woonkamer. Aan de muur een foto van koning Willem Alexander. De twee kwamen elkaar op Veteranendag in 2011 opnieuw tegen. “In zijn studententijd was hij mijn buurman. We spraken eens af om ’s nachts kometen te kijken. Maar het was zo bewolkt, er was niets te zien.”

In de hand

Toch was Moerman bepaald niet ongeschikt voor het leger, en aan plichtsgevoel ontbrak het evenmin. “Als grenadier gooi je niet alleen met handgranaten, ik kon heel goed met scherp schieten. Het beste van mijn sectie. Ik won er eens sigaretten mee, maar ik ben geen roker.” Het zou één van de redenen kunnen zijn dat Moerman onlangs de memorabele leeftijd van 100 jaar bereikte. “Ik heb het leven niet verknoeid. Ik ben bijvoorbeeld ook nooit dronken geweest. Toch heb je het niet altijd in de hand hoor,” zegt hij terwijl hij naar de portretfoto's van dames boven de open haard wijst. Moerman trouwde 2 keer. “Tot mijn grote verdriet ben ik allebei mijn vrouwen verloren. Ik geloof dat elk mensenleven wordt geleid,” vertelt Moerman terwijl hij naar boven wijst. “Ik ben me daar erg bewust van, daarom kan ik me makkelijk aan het leven overgeven.” 

“Ik vond het een geweldige verrassing”

Verjaardag

Aan zijn honderdste verjaardag, 3 december, denkt hij met een lach terug. “Ik zou mijn verjaardag niet vieren, maar mijn nichtje zei: 'Haal voor de zekerheid toch maar gebak.'” Moerman zat in zijn stoel, met de rug naar het raam, toen de bel ging. “Burgemeester Lenferink van Leiden en Van Aartsen van Den Haag stonden op de stoep. Compleet met een regimentsfanfare, vrienden, familie en majoor der grenadiers Rogé Roebroeks.” Die bracht een mooi cadeau mee: De regimentslegpenning met het daarbij behorende erelidmaatschap. “Dat is een hele eer,” stelt Moerman als hij de penning laat zien. Het verjaardagsfeest werd voortgezet in de Oude Universiteitsbibliotheek van Leiden, even verderop. “Ik vond het een geweldige verrassing.”