Tekst Arno Marchand
Foto SM Maartje Roos

Noodhulp naar Sint-Maarten vanaf Benedenwinds eiland

x
Het beeld van Curaçao als logistiek hub. En KDC-10 van luchtmacht onderhoudt de lijn met Nederland, een Dash-8 van de Kustwacht met Sint-Maarten

Als op woensdag 6 september orkaan Irma over de Bovenwindse eilanden trekt, is men daar, maar zeker ook op Curaçao al druk bezig met de noodhulp. Zelfs al dagen eerder. Militairen worden ingevlogen en schepen gaan al onderweg. Niemand weet dan nog hoe de orkaan zal huishouden, maar dat wordt op donderdag 7 september pijnlijk duidelijk. Aan het woord 3 militairen van die zich op Curaçao bezig houden met hulp aan Sint-Maarten.

De Vin is Commandant Zeemacht Caribisch Gebied, tevens Directeur Kustwacht.

‘Waar begin je als zo’n orkaan over komt?’, is de voor de hand liggende vraag aan dé militaire autoriteit in het Caribisch Gebied. “Met de bewustwording dát er een aankomt”, antwoordt brigadegeneraal der mariniers Peter Jan de Vin. “Zowel bij de militairen als bij de overheden van de eilanden. Die laatste doen een verzoek tot bijstand dat via de minister van Defensie bij mij terechtkomt. Via de formele lijn dan, maar informeel heb ik natuurlijk al eerder contact met hen zodat ik kan adviseren over welke militaire capaciteiten wij beschikbaar hebben.”

C-ZMCARIB heeft de beschikking over alle militaire middelen in het gebied. “Of dat voldoende is, kun je van tevoren moeilijk inschatten. Op Sint-Maarten bijvoorbeeld zit standaard een detachement van 26 mariniers dat met een getraind orkaanplan afdoende moet zijn voor orkanen van kracht 1 tot en met 3. En toen kwam er een wat grotere aan... In eerste instantie staat-ie te boek als ‘major’, maar is nog niet bekend hóe groot-ie wordt. Na het bijstandsverzoek besloten we mariniers van de Benedenwindse Eilanden te gaan inbrengen: 13 op zowel Saba als Sint-Eustatius en ruim 70 op Sint-Maarten. We hebben tot de laatste gelegenheid vóór passage van Irma militairen op de eilanden afgezet.”

De Vin noemt de NH90 ‘echt een force multiplier’. “Mede door de inzet van de helikopter hadden we in de commandopost op Parera snel beelden beschikbaar van de schade op Sint-Maarten.”
(Foto’s: SM Gerben van Es)

Generaal De Vin hanteert in het orkaanplan 5 fasen:

1 Voor de orkaan: bemensen van de shelters (beschermde onderkomens) en gereedmaken van het eiland voor zover het kan.

2 Na de orkaanpassage als eerste schadebeeld bepalen door patrouillerende militairen op straat (en indien nodig levensreddende handelingen verrichten) en de NH90 in de lucht. Vooral de status van haven en luchthaven dienen snel in kaart gebracht, omdat daar de noodhulp aan land moet komen.

3 Steun aan lokale autoriteiten en helpen handhaven openbare orde; loopt parallel aan fase 2.

4 Inbreng van goederen op gecoördineerde en gestructureerde wijze. Lastig als er geen of zeer weinig communicatie is. Tevens helpen bij het veilig distribueren van de noodhulpgoederen.

5 Noodhulp afgerond en aanvang structureel herstel; Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met rampenstaf heeft operatie volledig overgenomen.

Indien noodzakelijk krijg fase 3 prioriteit boven fase 2. De Vin: “De sfeer was op sommige momenten grimmig. Daarom zijn extra politiecapaciteit en militairen ingebracht, voordat de tweede storm, José, overkwam.”
(Foto’s: SM Gerben van Es)

‘Men kijkt naar ons’

Als orkaan Irma over het eiland trekt, zijn ondertussen Zr. Ms. Zeeland (met bijna 90 man en een NH90 aan boord), de kustwacht-cutter Poema en Zr. Ms. Pelikaan met hulpgoederen en 50 landmachtmilitairen van de Compagnie in de West al onderweg naar het noorden. “Zodanig gepland dat deze aankomen direct na de orkaan”, geeft De Vin aan. “Heel veel meer kun je van tevoren niet doen.

Voor de noodhulp die na de orkaan op gang moet komen, kijkt men ook primair naar ons. Wij zorgen voor het opbouwen van de logistieke trein. Daarom richten we ‘Curaçao’ in de eerste dagen na ‘Irma’ in als logistieke hub voor de noodhulp. Groot transport, zoals de KDC-10 van de luchtmacht, komt met militairen en hulpgoederen naar vliegveld Hato. Daarvandaan gaat het met de luchtbrug van C-130’s en kustwachttoestellen naar Sint-Maarten. Een dergelijke lijn zetten we ook op voor schepen, maar het duurt simpelweg langer voordat die op plek van bestemming zijn.” Inbreng van goederen op gecoördineerde en gestructureerde wijze is lastig als er op Sint-Maarten geen of zeer weinig communicatie is. “Dat vormt dé uitdaging. Hoe krijg je helder waaraan men behoefte heeft?”

Van begin af aan werkt de staf van CZMCARIB samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken en BZK. De Vin: “Die laatste moet uiteindelijk de leidende rol oppakken, maar wanneer precies is nog niet duidelijk.” Een prognose geven hoe lang de noodhulp gaat duren, kan de generaal dan ook niet. ‘José’ valt gelukkig mee, en orkaan ‘Maria’ houdt zich een week later ook redelijk gedeisd. “Maar het orkaanseizoen nog lang niet voorbij”, besluit De Vin. “Het duurt nog tot het einde van het jaar.”

Essentieel voor de toegang van hulgoederen zijn een bruikbare lucht- en zeehaven. Op de verlichting na, doorstond de baan van Princess Juliana International Airport ‘Irma’ prima. De staat van de zeehaven was deplorabel te noemen. Rechts het beeld van de containeropslag.
(Foto’s: SM Gerben van Es)

HUREX

Het verlenen van militaire bijstand bij rechtshandhaving, rampenbestrijding of humanitaire hulpverlening is een van de hoofdtaken van Defensie. CZMCARIB is verantwoordelijk voor de gereedstelling van eenheden om militaire bijstand te verlenen na passage van een orkaan. Daarom voert CZMCARIB jaarlijks een Hurricane Exercise (HUREX) uit op de Bovenwindse Eilanden om de staf en de militaire eenheden te trainen in de planning en uitvoering van een orkaan noodhulpoperatie.

Wie er vanaf Sint-Maarten mee teruggaat naar Curaçao beslissen de autoriteiten in Nederland, niet die op Curaçao of Sint Maarten. Vluchten gaan dag en nacht door.
Adjudant Neelen (foto links, midden) begeleidt de evacuees vanuit de C-130 naar de bussen. Daarna vertrekken ze met de KDC-10 naar Nederland.

Adjudant van de mariniers Dick Neelen, kazerneadjudant Suffisant

“Wie wil er naar Nederland?” Een opgelucht ‘jaaah!’ is het antwoord. Voormalig MARSOF-specialist Neelen stelt de vraag aan evacuees die van Sint-Maarten op Curaçao aankomen. “Ze hebben zoveel meegemaakt dat ze echt breken als ze op vliegveld Hato landen en daar horen dat ze vanavond nog kunnen doorvliegen naar Nederland. Échte ontlading en niemand had dat verwacht.” Op Curaçao zijn alle beschikbare militairen bezig met noodhulp, op welke manier dan ook. “Iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen maakt onmenselijke uren, maar je weet waarvoor je het doet. Het geeft echt een goed gevoel om landgenoten te kunnen helpen. Je ziet de intense blijheid. Ze hebben voor het eerst sinds dagen weer stromend water, licht, contact met de buitenwereld. Heel basale dingen waarvan je de waarde pas weet als je ze níet hebt. Dat doet je wat. Dit soort hulp en de opvang van mensen oefenen we jaarlijks tijdens HUREX. Maar we hebben we alles voor gaas moeten trekken om dit te kunnen doen. Daarbij gaan we altijd van het ergste uit. Zo lopen we dat als mariniers aan. Dan kan het daarna alleen maar meevallen.”

Burger ontvangt als ‘gastheer’ evacuees op Hato, het thuishonk van de Kustwacht op luchthaven van Curaçao.
Normaliter is hij behalve Hoofd Steunpunt Hato ook Tactical Coordinator op de Dash-8. (Foto rechts: SGT1 Joyce Rutjes)

Luitenant ter zee 1 Olav Burger, Hoofd Kustwachtsteunpunt Hato

“Weet je precies wat je kunt verwachten? Je volgt al dagen van tevoren een orkaan, maar het pad is altijd moeilijk te voorspellen. Soms draait-ie eerder af naar het noorden en tref je dus voorbereidingen die niet nodig zijn”, zegt Burger. Ook voor de passage van ‘Irma’ is de Kustwacht al druk. De vliegende tak van de Dutch Caribbean Coast Guard brengt met 2 Dash-8 patrouillevliegtuigen al mensen en goederen naar Sint-Maarten. “Orkanen komen niet als een verrassing over ons heen”, zegt Burger. “Jaarlijks oefenen we op noodhulp in HUREX-oefeningen. Draaiboeken liggen klaar. Het moeilijkst na een orkaan is om hulpgoederen direct op de juiste plek te krijgen. Het belangrijkste is dan een toegankelijke lucht- en zeehaven waarmee je aan land kunt komen. Daardoor kan het lijken dat het lang duurt voordat hulp ter plaatse is, maar eerst moeten we die entry points creëren. Militairen op het eiland hebben de baan zo snel mogelijk schoongemaakt.” Ook de eerste vlucht op het eiland na de orkaan was voor de Kustwacht. Burger: “1 van onze Dash-8’en maakte op donderdag een verkenningsvlucht boven de 3 eilanden. Na inspectie van de baan van Sint-Maarten zijn we daar ook geland. Behalve dat er geen verlichting is, kwam die relatief ongeschonden door de orkaan. Nu vliegen we de hele dag mensen en hulpgoederen naar Sint-Maarten en op de terugweg nemen we evacuees mee. Het is nu enorm druk op Hato. Soms komt het chaotisch over, maar we hebben alles in de hand. We hebben het als marineman ook nooit over chaos, want rust kenmerkt de zeeman.”