“Defensie is geen dagkoers, geen windvaan noch een geldkraan”. De afgelopen tijd ben ik meerdere keren gequoot. Niet altijd geheel correct, maar de essentie klopt. Het opzetten van nieuwe defensiecapaciteiten vergt een lange aanloop; die staan er niet van de ene op de andere dag, ook niet in geval van calamiteiten. Dat dient men te beseffen bij besluitvorming over de krijgsmacht.

Na 25 jaar innen van vredesdividend – omdat de wereld zich na het uiteenvallen van het Warschau Pact vreedzaam leek te ontwikkelen – zagen we de afgelopen 2 jaar een voorzichtige kentering in het denken over het belang van de krijgsmacht. Voor het eerst in decennia werd er niet verder bezuinigd op Defensie. Misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar wel een belangrijke druppel. En vandaag is die druppel gegroeid. Terecht, want de wereld heeft zich opnieuw anders ontwikkeld dan we voorzagen. Deze is alleen maar onvoorspelbaarder en daarmee onveiliger geworden. Daarom ligt een herijking van het veiligheids- en defensiebeleid in de rede.

Het kabinet heeft vandaag bekend gesteld dat er wederom structureel geld bij komt bij Defensie. Daarmee zet de trendbreuk van de afgelopen 2 jaar door. Dit betekent niet dat Defensie nu groeit. Dus er komen niet meer schepen, vliegtuigen of voertuigen bij. Het betekent wél dat we een aantal essentiële verbetermaatregelen kunnen doorvoeren, om de gereedheid van het materieel en het personeel te vergroten. Deze versterking van de basis komt de professionaliteit van ons optreden en onze operationele output ten goede.

Tijdens een werkbezoek aan Zr. Ms. Johan de Witt werd mij eens te meer duidelijk met welke basale problemen het personeel kampt. In de werkplaats lag een kapotte zoetwaterpomp, waardoor een deel van de toiletten aan boord niet werkte. Een vervangende pomp kon op internet in een mum van tijd via de fabrikant besteld en geleverd worden. Simpel toch? Niet dus. Via onze eigen uitgeputte en langgerekte kanalen was de chef platform hier al 10 maanden mee bezig. En dat frustreert. Dat demotiveert. Hetzelfde geldt bij het gebrek aan munitie of aan goede uitrusting voor de eenheden in het veld.

Het zijn onder andere deze zaken die met het extra geld voor Defensie prioriteit krijgen. Niet langer kannibaliseren van het materieel of roofbouw plegen op het personeel. We moeten ervoor zorgen dat onze mensen – die zich dag in, dag uit vol overgave inzetten – de juiste spullen krijgen om hun werk goed te kunnen doen. Door te investeren in de voorraden reservedelen en munitie, in onderhoudscapaciteit en in extra personeel om de bedrijfsvoering te optimaliseren en de operationele output te vergroten. Dit is natuurlijk niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Dat vraagt tijd en energie.

‘Ik reken erop dat de herijking ook de komende jaren zal leiden tot een financiële plus in de defensiebegroting’

Maar dan zijn we er nog niet. De NAVO-norm (2% van het Bruto Nationaal Product) is nog lang niet bereikt; we zitten zelfs ruim onder het Europese gemiddelde van 1,6%. Als gevolg van 2 decennia bezuinigingen hebben we ons ambitieniveau neerwaarts moeten bijstellen. We kunnen minder doen en dat minder lang volhouden. En dat terwijl het aantal conflicthaarden om ons heen groeit en de regering een toenemend beroep op de krijgsmacht doet. Om terrorisme te bestrijden bij de bron, om aan de grenzen van Europa stabiliteit te brengen en zo onder meer vluchtelingenstromen te voorkomen. Ook rekent Nederland op ons om piraterij tegen te gaan, teneinde onze handelsbelangen te beschermen. Ten slotte hebben we nog de taak om in bondgenootschappelijk verband solidariteit te tonen. Hierin moet Nederland nu keuzes maken. Tussen inzet van mijnenjagers op de Noordzee óf expeditionair in internationaal verband. Tussen antipiraterij óf inzet ter geruststelling en ondersteuning van onze NAVO-bondgenoten.

Veiligheid is niet vanzelfsprekend, maar wij zijn voor onze welvaart en ons welzijn wel afhankelijk van een veilige wereld. Daarom ben ik van mening dat we samen met onze bondgenoten moeten blijven optrekken en als rijk land een proportionele bijdrage moeten leveren aan de gezamenlijke defensie-inspanning. Een bijdrage die past bij onze financiële draagkracht en die recht doet aan onze economische positie op de wereldranglijst. Ik ben niet de enige die zo denkt. Ik reken erop dat de ingezette herijking van het veiligheids- en defensiebeleid ook de komende jaren zal leiden tot een financiële plus in de defensiebegroting. Vandaag is daarin een volgende, belangrijke stap gezet. Laten we samen blijven knokken voor meer.   

x
x
@Generaal Verkerk

Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk,

Commandant Zeestrijdkrachten