Tekst Jopke Rozenberg-van Lisdonk
Foto korporaal Gregory Fréni

Iedereen nodig bij transitie naar 5e Generatie Luchtmacht

Ruim 100 dagen zit ze nu op functie. Generaal-majoor Elanor Boekholt-O’Sullivan vindt dat het niet aan de staf is de onderdelen te vertellen hoe ze hun werk moeten doen.
Die verantwoordelijkheid hoort zoveel mogelijk bij de commands. “Als aanvoerder van de staf houd ik met de staf overzicht, geef kaders en richtlijnen mee en ben er als het nodig is; dát is wat we met elkaar hebben afgesproken.”

De transitie naar de 5e Generatie Luchtmacht waarin de organisatie nu volop zit, is een uitgelezen kans om taken en verantwoordelijkheden eens goed onder de loep te nemen en eventueel te herbeleggen. “Daarbij zetten we de commandanten zoveel mogelijk in hun kracht”, zegt Plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten (PC-LSK).

Taken en verantwoordelijkheden herbeleggen

Haar rol als PC-LSK is eigenlijk maar een klein deel van haar werk. Boekholt-O’Sullivan vervangt Luyt immers alleen als hij er zelf niet is. De generaal-majoor is als chef staf de baas van het hoofdkwartier. In die hoedanigheid heeft ze een kleine, maar uiteraard belangrijke taak in de omvorming van de luchtmacht: zorgen dat de bedrijfsvoering op orde is. Vanuit die positie kun je veranderingen namelijk het beste doorvoeren, is haar oordeel. “Als je nú heel goed weet wie waarvoor verantwoordelijk is, kun je dat ook helder overdragen.” En dat is precies wat de staf gaat doen: meer verantwoordelijkheden beleggen bij de onderdeelscommandanten.

Generaal-majoor Elanor Boekholt-O’Sullivan is als chef staf de baas van het hoofdkwartier.

Loslaten en vastpakken

“Ik heb me voorgenomen om heel goed bij al die stappen van loslaten en vastpakken te checken: ‘heb je ’m, weet je wat je moet doen en kun je het ook?’” Met dat laatste doelt Boekholt-O’Sullivan vooral op voldoende mensen en geld waarmee de commandanten hun taken moeten uitvoeren.

De wíl als sleutel tot succes

Daarbij verwacht ze niet dat succes altijd in een vloeiende lijn voorwaarts gaat. Heroverwegen is als het aan haar ligt altijd een optie. Ze drukt commandanten dan ook op het hart: ‘weet me te vinden als het anders uitpakt’. “Ik zal dan altijd meekijken en vragen wat diegene denkt nodig te hebben om het wél te laten werken.”

Want de sleutel tot succes is volgens Boekholt-O’Sullivan de wíl om iets te laten werken. “Het maakt wat dat betreft niet uit wat voor model wij hier verzinnen op de staf. Als je niet wil dat het werkt, gáát het ook niet werken. Het succes van deze transitie ligt dus niet aan wat wij opschrijven, maar aan wat we doen.”

Een groot deel van het succes van de transitie schuilt volgens Boekholt-O’Sullivan in het met elkaar in gesprek blijven en ook de moeilijke dingen bespreekbaar maken.

Luisteren naar experts

Vanuit de staf bemoeit de generaal-majoor zich dus niet met het hoe van de inzet, dat is tenslotte haar rol ook niet. Veel meer gaat ze over wat de onderdelen nodig hebben aan randvoorwaarden, kaders, concepten, input of samenwerking. “Dát kunnen wij voor ze organiseren.” Daarbij wordt uiteraard geluisterd naar de experts binnen de organisatie. “De collega’s die bijvoorbeeld al jaren bezig zijn met de F-35 hebben inmiddels zo gruwelijk veel kennis, die betrekken we natuurlijk bij het maken van slimme plannen.”

‘Het zou verschrikkelijk zijn als iedereen direct wil overstappen’

Commandanten ontzorgen

Verder wil ze de commandanten zoveel mogelijk ontzorgen als het gaat om grote, overkoepelende factoren die van invloed zijn op de transitieprocessen van elk onderdeel. Denk aan vertraging vanwege corona, internationale ontwikkelingen en het oordeel van de Militaire Luchtvaart Autoriteit. “Als er ergens iets gaat schuiven, heeft dat onherroepelijk effect op andere projecten”, stelt de PC-LSK. “De onderdeelscommandanten runnen tegelijkertijd natuurlijk ook nog hun organisatie en operatie van dat moment. Als de CDS (Commandant der Strijdkrachten, red.) morgen op de rode knop drukt, dan moeten we er wél met zijn allen staan.”

Boekholt-O’Sullivan benadrukt vervolgens dat het daarom helemaal niet erg is als collega’s nog wat terughoudend zijn over alle veranderingen die de nieuwe en gemoderniseerde vliegtuigen en helikopters met zich meebrengen. Ze zegt zelfs: “Het zou verschrikkelijk zijn als iedereen al direct op dezelfde dag naar die geüpgradede helikopters, de nieuwe vliegtuigen of de MQ-9 wil. We hebben namelijk ook nog een huidige vloot die nog gewoon wordt ingezet.”

Volgens de PC-LSK is het helemaal niet erg als sommige collega’s nog wat terughoudend zijn over alle aankomende veranderingen.

De stop-knop

“Weet je, de dag dat we op achterstand komen te staan in onze ontwikkeling, is de dag dat we elkaar loslaten en niet meer mét elkaar maar óver elkaar praten”, vervolgt ze stellig. Volgens haar schuilt een groot deel van het succes van de transitie in het met elkaar in gesprek blijven en ook de moeilijke dingen bespreekbaar maken. “Als je iets niet wil, als iets niet werkt voor je of als het gedrag van anderen je in de weg staat: bespreek het”, is de les van de jonge generaal. “Druk op de stop-knop en leg het proces even stil.”

‘We hebben juíst al die verschillende mensen keihard nodig’

Maar hoe zit het dan met die gedragsverandering naar ‘5e generatie doen & denken’, die van ons allemaal wordt verlangd? Boekholt-O’Sullivan reageert nuchter en ontspannen: “Ik denk dat dat ook niet per sé zo groots hoeft. Er zijn altijd mensen die vooraan staan bij iets nieuws en ook altijd mensen die daar – nog – geen behoefte aan hebben. Die laatsten willen misschien liever nog even doen wat ze deden, of willen eerst zien hoe iets eruit gaat zien of willen wachten omdat het privé handiger uitkomt. Er zijn duizend-en-één redenen waarom mensen doen wat ze doen en het is allemaal oké. We hebben juíst al die verschillende mensen keihard nodig.”