11

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 03

Veiligheids-ecosysteem

Luchtmacht kijkt naar wereld waarin veiligheid integraler wordt opgepakt

In de komende 10 tot 20 jaren zullen we zien dat Airpower en daarmee de Koninklijke Luchtmacht gaat veranderen. Naast de klassieke rol van het gebruik van geweld richt het luchtwapen zich steeds meer op informatie vergaren vanuit de lucht en ruimte en de inzet van non-kinetische, dus niet-explosieve middelen. De basis hiervoor is de exponentiële technologische ontwikkeling. Dit betekent onder andere dat de processorcapaciteit van computers elke paar maanden verdubbelt, terwijl kosten in hetzelfde tempo halveren. En dat heeft grote gevolgen, zo legt Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Sander Schnitger uit.

“Wat dit betekent, is al verwerkt in ons CLSK 3.0 denken. Alles in onze omgeving zal veranderen, dus daarmee moeten we aan de slag. Ons denken was nogal technologie-gedreven, maar we onderkennen inmiddels het belang van sociale en culture innovatie. Die vernieuwing hebben we dus al in gang gezet, maar we moeten nóg verder kijken; dieper graven naar hoe de luchtmacht, de krijgsmacht en ons hele veiligheids-ecosysteem in de toekomst gaat functioneren. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen om te kunnen delen en het verhaal te kunnen vertellen. We staan er namelijk niet alleen in. 

Foto: LM Aero

Vorig jaar zijn we vooral bezig geweest met de vraag, wat zijn nou eigenlijk die ontwikkelingen? Waaraan moet je allemaal denken als je veiligheid in een breder kader plaatst? Dat gaat niet alleen om bommen gooien of infanteristen op een bepaalde plek neerzetten. Dit gaat veel verder. Dit schetst een wereld waarin veiligheid veel integraler wordt opgepakt met veel meer partners. Daarbij proberen we meer vooraan in conflicten te komen om escalatie voor te zijn. Daarmee voorkom je veel problemen, bijvoorbeeld de vluchtelingenstromen zoals we die nu zien. Maar mochten zaken echt uit hand lopen, dán heeft de krijgsmacht zogezegd ‘the biggest stick’ en ‘loudest bark’.

Foto’s: sergeant Ruud Mol

Wat kan de rol van luchtmacht daarin zijn? Er is een aantal gedefinieerd. Alles draait om de kennis die je hebt over wat er in de wereld gebeurd. Waar zitten de hotspots? Je hebt dus inlichtingen nodig van onbemande vliegtuigen met sensoren, F-35’s die 1 groot inlichtingenplatform zijn en satellieten. Maar ook analisten en inlichtingenpersoneel die de beelden compleet maken zodat we weten wat er gebeurt en waar als internationale gemeenschap moet instappen. Daarin kan de luchtmacht een heel belangrijke rol spelen. Intelligence, surveillance, reconnaissance en commandovoering hebben we al bovenaan gezet als het belangrijkste wat de luchtmacht doet en levert. Punt 2 is de zogenoemde escalatiedominantie. We moeten in staat zijn en blijven als krijgsmachten van de westerse wereld – dus ook als Nederlandse luchtmacht – te opereren in het hoogste geweldsspectrum, dus als het staal overal rondvliegt. We doen er van tevoren alles aan om dat te voorkomen, in alle stadia ervoor geprobeerd de situatie rustig te krijgen, maar als dat niet lukt, moet je voorkomen dat het echt uit de hand loopt en dus ingrijpen.

Foto’s: Frank Crébas

Verder zijn cyber en informatie heel centrale elementen in ons denken. Daarmee zullen we – de luchtmacht en de krijgsmacht als geheel – echt aan de slag moeten. Ik kijk als C-LSK naar de rol van de luchtmacht en zie in die elementen zéker een de toekomst voor ons krijgsmachtdeel.

Tot slot: we moeten onze organisatie én onze omgeving, de maatschappij dus, sterker maken om dreigingen en bedreigingen te weerstaan. De laatste decennia accepteert de gemiddelde Nederlandse burger eigenlijk geen risico’s meer. Alles moet goed gaan en als er wat mis gaat, dan ligt alles in de knoop. We moeten er met z’n allen aan werken ons vermogen om tegenslagen te weerstaan, groter te maken. In die omgeving bloeit de luchtmacht, precies zoals we de toekomst voor onszelf hadden gekozen. Dit denken geeft ons de argumentatie om deze ontwikkeling van de luchtmacht met kracht door te zetten.”

Tekst: Arno Marchand