05

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 03 | 2014

‘Eigenlijk zijn we een vliegende brandweerslang’

Cougars blussen heidebrand

Helikopters, bemanningen en grondpersoneel van de luchtmacht ondersteunen vanaf 1 april weer civiele brandweer bij de bestrijding van grote branden. Zeven maanden lang kunnen ze bij grote natuur of milieubranden in binnen- en buitenland hun bijdrage leveren. Daarvoor is een goede voorbereiding het halve werk. Die training was er onlangs op Artillerie Schietkamp ’t Harde. Het Defensie Helikopter Commando, de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en de brandweer sloegen daar de handen ineen.

Gecontroleerd

Speciaal voor de training is een stuk heide op ’t Harde aangestoken. Het blussen van de gecontroleerde heidebrand is in handen van 2 Cougars. Oefenen met echt vuur is noodzakelijk, want gevaarlijke natuurbranden komen niet allen in het buitenland voor. Alleen op deze manier leren brandbestrijders in een beheerste omgeving de beperkende factoren van grootschalige branden kennen. 

Plan van aanpak

De afgelopen jaren bewezen zowel de Cougar als de Chinook hun waarde bij het blussen van branden. De helikopters zijn bijvoorbeeld ingezet bij een industriële brand in Zaandam en natuurbranden in Schoorl, Oisterwijk en Fochtelooërveen. ‘Het Mobile Air Operations Team van het DHC staat op de vuurlocatie en vertaalt daar het plan van aanpak van de brandweer op de grond naar de helikopter’, vertelt sergeant-majoor Paul Hulscher, Hoofd MAOT van het 299 Squadron.

Vliegende brandweerslang

‘Bij een blusinzet komen zoveel spelers bij elkaar, dat moet je wel eens per jaar oefenen’, zegt Loadmaster sergeant 1 Ruben Boerema. ‘Dat doen we dus om current te blijven. Wij kunnen wel vliegen en een bluszak bedienen, maar niet blussen. Brandweer kan uiteraard blussen, maar niet vliegen. Daarom is het MAOT er voor de vertaling. De brandweer weet hoe een brand zich ontwikkelt, wat vuur doet. Wij zijn eigenlijk een vliegende brandweerslang voor hen.’

Waar vuur is, is rook

Tijdens de training oefenen de verschillende militaire en civiele eenheden onder meer de onderlinge communicatie. Boerema: ‘Zodra we gaan blussen krijgen we van de brandweer koolmonoxidemeters aan boord. Het is een zeer gevaarlijk en kleur- en reukloos gas dat je bloed zeer snel opneemt. Ook rook is voor ons in de helikopter een gevaar. En waar vuur is, is rook!’

Bambi-bucket

DHC-helikopters zijn ook internationaal ingezet bij grote bosbranden in onder meer Portugal en Griekenland. Blussen gebeurd met de zogenoemde bambi-bucket. Met deze flexibele oranje waterzak kan een Cougar per keer 3.000 en een Chinook zelfs 10.000 liter water op een brandhaard storten. Hulscher: ‘Met helikopters pakken wij de moeilijk bereikbare plaatsen aan, creëren met een watergordijn een stoplijn of storten het water op één plek.’

Coördinatie

De brandweer van de landmachtlocatie staat buiten de oefening preventief gereed. De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is namens de Brandweer Nederland coördinator voor het helikopterblussen. Samen met luchtmachtmedewerkers is de VNOG sinds 2003 uitzendbaar in binnen- en buitenland. De inzet van blushelikopters loopt via het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Nationale taak

Op verzoek van de veiligheidsregio’s worden de transporthelikopters van de luchtmacht ingezet wanneer een brand voor de civiele hulpdiensten onbeheersbaar is. Hulscher: Binnen twee uur kan het team van helikopter, bemanning en MAOT vertrekken naar een brandhaard. Nu al hebben we door het hele land Forward Operating Bases en water pick up-locaties uitgezocht. Boerema: ‘Triest als er door band natuur of industrie verloren gaat, maar goed dat wij dan deze nationale taak kunnen uitvoeren. Voor ons is het dankbaar werk.’