Tekst LTZ 2OC (SD) Joost Margés
Foto Phil Nijhuis en archief

Uitstap naar ‘intell’ van meerwaarde voor marine

Mogelijke bronnen identificeren, contacten aangaan en onderhouden, met als enige doel om informatie te bemachtigen. Dat is in een notendop het werk van 105 Field Humint Eskadron van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition en Reconnaissance Commando (JISTARC), in ‘t Harde. De plaatsvervangend commandant is luitenant ter zee 2OC Rens van Mierlo. De marineman raakte al in 2001 bevangen door de wereld van inlichtingen en veiligheid en zoekt nu naarstig naar marinecollega’s, voor meerdere stoelen binnen zijn eenheid.

Van Mierlo is sinds 2015 plaatsvervangend commandant van 105 Field Humint Eskadron. Hij kon de afslag naar de wereld van inlichtingen en veiligheid niet voorzien toen hij in 1980 opkwam als matroos voor de Operationele Dienst Operaties. Hij volgde lange tijd het reguliere pad, tot en met de functie van assistent-Commando Centrale Officier. In 2001 maakte zijn loopbaan een ommezwaai door de kans te grijpen om het Inlichtingen- en Veiligheidstraject te gaan volgen. 

Humint-medewerkers doen overal waar de krijgsmacht wordt ingezet hun belangrijke werk. Dus wereldwijd.

Besmet met virus

Na het volgen van de ‘Overseas Field Humint Course’ in Chicksands, Engeland, ging Van Mierlo op uitzending naar Bosnië. Hier maakte hij deel uit van een gezamenlijke Canadees/Brits/Nederlandse inlichtingeneenheid van de ‘Stabilisation Force (SFOR)’. Het dagelijkse werk van de marineman bestond in Bosnië vooral uit contacten leggen en onderhouden. “Hier raakte ik besmet met het ‘human intelligence’ (Humint)-virus. Het mooie aan het inlichtingenwerk is dat je anders met mensen leert praten en omgaan. Nergens bouw je zo direct relaties op met mensen van andere landen en culturen. In elke Humint-operator zit eigenlijk een kleine antropoloog, met veel belangstelling voor andere mensen. Die interesse gaat verder dan het beroepsmatige contact.”

Van Mierlo raakte in Bosnië 'besmet' met het Humint-virus.

Terug naar de basis

Ondanks zijn warme belangstelling voor zijn nieuwe richting, keerde Van Mierlo toch bij herhaling terug naar de marine. “Een goede zaak”, vindt hij. “Zo ga je steeds terug naar de basis en blijf je breed georiënteerd en inzetbaar.” Zo was hij in de rang van sergeant-majoor Chef Operatiën op Zr. Ms. Van Speijk en Assistent Stafofficier Programmeren en Liaison in de West. Aansluitend keerde hij in 2008 terug in het ‘intell’-domein, als Adjudant Onderofficier instructeur Field Humint en Operationeel Militair Ondervrager op het Defensie Inlichtingen en Veiligheids Instituut in ’t Harde. Met een bevordering naar LTZ 2 deed hij daarna dienst als hoofd Bureau Coördinatie en liaison officier op het Marine Etablissement Amsterdam, alvorens in 2013 bij 105 Field Humint Eskadron terecht te komen.

Ook op zee leveren Humint-medewerkers een belangrijke bijdrage aan de operatie.

‘De Humint-opleiding is zwaar, maar enorm goed voor je persoonlijke ontwikkeling’

Allemansvriend

Voordat het zover kwam, doorliep Van Mierlo net als alle operators van ‘105’ een stevig traject. “Het Humint-selectie en opleidingstraject is zwaar, maar enorm goed voor je persoonlijke ontwikkeling. Het begint met een voorlichtingsdag in ’t Harde, zoals aangekondigd op de intranetpagina van Defensie en C-ZSK. Mocht je interesse hebben, dan is het belangrijk dat je loopbaanbegeleider en functietoewijzer akkoord zijn. Én je commandant, omdat de Source Handling Course (SHC)-opleiding niet minder dan 12 weken duurt, waarbij geldt: eerst slagen, dan plaatsen.”

Voordat iemand daar aan begint, vindt eerst een assesment bij het Dienstencentrum Werving en Selectie plaats. Hier wordt getest op 7 competenties, waaronder mensgerichtheid en analytisch vermogen. Krijg je daar een positief advies, dan volgen 2 praktijktestdagen bij ‘105’ om nog eens 5 competenties te testen. Onder andere of je flexibel en omgevingsgericht bent. Ook voldoende? Dan begint de SHC. Binnen deze opleiding vallen ook nog cursisten af. “Bijvoorbeeld omdat er geen of nauwelijks progressie wordt waargenomen of omdat de cursist tijdens rollenspellen ontdekt dat hij/zij de interactie met bepaalde typen mensen moeilijk vindt”, legt Van Mierlo uit. “Het valt ook niet mee om te veinzen dat je graag vriendschappelijke contacten wilt onderhouden met een Afghaanse politiechef, terwijl je weet dat hij seks heeft met minderjarige jongens. Je krijgt op missie nu eenmaal ook te maken met slechte mensen. Als operator ben je feitelijk een ‘allemansvriend’, dat straal je dan ook uit.”

In zijn of haar opleiding wordt de aanstaande Humint-medewerker behoorlijk uitgedaagd. Niet zonder reden, want je moet stevig in je schoenen staan voor dit werk.

Informatie inwinnen

Slaagt iemand voor de SHC, dat gaat hij of zij het interne trainingstraject in. Ergens in die periode vindt nog een extra opleiding op het DIVI plaats: de Operationele Militaire Ondervragers Opleiding van 5 weken. Hier leer je specifieke vraagtechnieken en methoden om informatie in te winnen bij zogenoemde ‘captured persons’. Naast de technieken wordt ook gefocust op Humanitair Oorlogsrecht, de Conventies van Geneve en aanvullende protocollen. “Niet voor niets wordt hier zoveel aandacht aan besteed; aan ondervragen zit een enorm afbreukrisico”, legt Van Mierlo uit. “Internationale voorbeelden zijn er helaas voldoende.”

Is ook deze training/opleiding tot een goed einde gebracht, dan is het tijd om ervaring in het veld op te doen, bijvoorbeeld op uitzending in Mali of aan boord van een marineschip op anti-piraterijmissie. “Krijg je vermoedelijke piraten aan boord, dan ondervraag je die in overleg met het Landelijk Parket in Rotterdam. Ook voer je gesprekken met lokale leiders en zeevarenden. Zo hebben we in 2015 de opvarenden van een Iraanse ‘dhow’ gedebrieft die 2 maanden lang gekaapt was bij Puntland. Uit zo’n gesprek komt enorm veel informatie die van waarde is voor het hogere niveau.”

Voor luitenant ter zee 2OC Rens van Mierlo is Humint zijn lust en leven.

‘Er liggen kansen voor marinepersoneel binnen onze teams’

Extra bagage

De marineman spreekt met trots over zijn eenheid: “105 is de enige geaccrediteerde eenheid van Defensie die mensen mag ondervragen. Daarnaast debriefen wij personen die over bepaalde informatie kunnen beschikken, zoals vluchtelingen of geëvacueerden. Ook ‘source handling’ valt binnen ons pakket. Dat staat voor contact aangaan en onderhouden met geselecteerde bronnen die niet vrij-toegankelijke, maar wel unieke info kunnen leveren. In Uruzgan bijvoorbeeld hadden we bronnen die exact konden aangeven waar een geïmproviseerd explosief lag ingegraven. Ook kregen we nog wel eens te horen wie het had ingegraven, wie het explosief geleverd had en wie het in elkaar had geknutseld. Die informatie maakte letterlijk het verschil tussen leven en dood.”

Van Mierlo doet graag zijn verhaal over het werk dat hem fascineert. Nog belangrijker: hij wil de bekendheid van Humint vergroten binnen de KM, want de CZSK-functies binnen ‘105’ zijn lastig te vullen. “Er liggen kansen voor marinepersoneel binnen onze teams. Het is zonde als arbeidsplaatsen niet gevuld kunnen worden en dus breder opengesteld worden voor andere krijgsmachtdelen.  Daarbij is de ‘return on investment’ hoog voor de KM; mensen doen extra bagage op. Het is een enorme impuls voor persoonlijke ontwikkeling en daar heeft de marine ook baat bij.”

 

Indeling 105 Field Humint Eskadron (69 personen)

 

  • 5 teams van 10 operators (teamleider (KAP), plaatsvervangend teamleider (AOO), 6 operators (KPL tot ELNT) en 2 korporaals van CLAS als medewerker Cover team).
  • 10 militairen voor operationele ondersteuning.
  • 9 militairen (eskadronscommando en administratieve/logistieke ondersteuning).

 

CZSK heeft aanwijsplekken voor: 1 KPL(MARNS, 1 SGT(MARNS), 1 AOO(MARNS) 2 LTZ 2’s/ELNTMARNS, 2 LTZ 2OC’s/KAPTMARNS (teamleider en plaatsvervangend eskadronscommandant – met eerdere ‘Humint’ -ervaring).