09

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 11

Vijf decennia radar Nieuw Milligen

Tekst Arno Marchand
Foto sergeant-majoor Hille Hillinga

Na miljoenen omwentelingen nog niet uitgedraaid

x
Leestijd: 6 minuten

Al ruim vijftig jaar bepaalt een 33 meter hoog bouwwerk een stuk landschap op de Veluwe, net ten oosten van Garderen: de Medium Power Radar (MPR) van de luchtmacht. Vanaf de bouw in 1972 staat-ie een paar jaar in de buitenlucht, maar vier jaar later is de kenmerkende bol er overheen geplaatst, als een oversized paddenstoel. En al draait het wapensysteem al vijf decennia rond, nog steeds doet het wat het moet doen: het bewaken van het Nederlandse luchtruim.

Bij binnenkomst van het radargebouw in de zenderruimte stap je echt wel even een halve eeuw terug in de tijd. Voor wat je tegenwoordig met een smartphone kunt, waren vroeger hele kasten met elektronica nodig. En die staan er dan ook in de diverse ruimten. Groot, grijs, met lampjes, metertjes, wijzertjes en displays. En het werkt bíjna allemaal nog. In de aangrenzende ontvangerruimte is eind jaren 90 al wel een flink deel van de apparatuur buiten werking gesteld, na het digitaliseren van een aantal functionaliteiten. De kasten staan daar nog als herinnering.

Kijk je in het radarstation, dan valt de staat van onderhoud direct op. Het is oud, maar alles ziet er spik en span uit.

‘Tot de komst van de MPR had je twee radars nodig’

Twee in één

Een medium power-radar…. Zou er dan ook een low en high power-versie zijn? “Dat vragen wij ons ook al 35 jaar af”, zegt eerste luitenant Jan Bekkema met een lach. Hij is hoofd werkcentrum radar op het Air Operations Control Station Nieuw Milligen.

De MPR is eigenlijk twee radars in een; een 3D-radar. Tot de komst van de MPR had je er daar twee voor nodig. Een tweedimensionale voor richting en afstand (de ER 438 voor de liefhebbers) en een hoogtezoeker (SGR 109). Voormalig Werkcentrumchef MPR adjudant buiten dienst (b.d.) Jan Hoppe heeft er nog zo'n tien jaar gewerkt. Ze doen dienst totdat in 1972 de bouw van de MPR start.

Bekkema komt in februari 1987 voor zijn dienstplicht op de Koninklijke Kaderschool Luchtmacht (KKSL). Aansluitend wordt hij van juni dat jaar tot augustus 1988 op Nieuw Milligen geplaatst. Daarna wordt hij beroeps en volgt eerst een half jaar opleidingen op de Luchtmacht Elektronische en Technische School (LETS) in Schaarsbergen en komt in 1989 voor twee maanden terug op Nieuw Milligen. Daarna werkt hij tot 2007 op Radarpost Noord (RPN) en vervolgens tot 2017 op Nieuw Milligen. Na wederom twee jaar op RPN verhuist hij in 2019 weer naar Nieuw Milligen en wordt daar hoofd werkcentrum radar. “Als je alle omwentelingen bij elkaar optelt, rekening houdend met onderhoud en reparaties, kom je op 50-55 miljoen omwentelingen. Daarvan heb ik er 35 miljoen meegemaakt.”

Hoppe tegen Bekkema: “Tegenwoordig heb je veel mechanisch en minder elektronisch onderhoud. Vroeger was dat andersom.”

Alle NAVO-landen hadden één of meer van dit soort radars

In april 1973 is de radar operationeel. Bijna niemand staat er nog bij stil, maar radar is een afkorting: radio detection and ranging. Nederland is niet de enige gebruiker van de Franse radar van Thomson-CSF (tegenwoordig Thales). Het is destijds een van de beste in zijn soort. Alle NAVO-landen hebben één of meer van dit soort radars. Daarmee vormen ze het NATO Air Defence Ground Environment-syteem, afgekort NADGE; een radarketen van Noord-Noorwegen tot aan Zuidoost-Turkije. Duitsland heeft er bijvoorbeeld zes, België één, net als Denemarken en Turkije.

Hoppe: “Het uitdienststellen van andere radars in Nederland en Europa was het geluk voor deze MPR. Daardoor kwamen er nog onderdelen beschikbaar.”

Een pulse van 4 en ontvangsttijd van 3996 microseconde

Lang en kort

“Deze radar kan heel kort zenden en daarna heel lang luisteren”, vertelt Hoppe (88). “Daarom kan de MPR grote afstand overbruggen: 250 nautical miles, zo’n 450 kilometer.” Lang en kort zijn overigens relatieve begrippen, want het gaat om een pulse (zendtijd) van 4 microseconden en ontvangsttijd van 3996 microseconden. En dat gebeurt dan 250 keer per seconde.

De radar in Nieuw Milligen krijgt er in 1976 een broertje bij in Wier, in Friesland. Deze Radarpost Noord (RPN) is er vooral voor het ‘zicht’ op de oefengebieden boven de Noordzee.

Jan Hoppe komt in november 1955 op op de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School (Limos) in Nijmegen. Daarna volgt hij op de Luchtmacht Elektronische School (LES) de opleiding tot radio-radarmonteur. In 1958-1959 is hij geplaatst in Nederlands Nieuw Guinea waar hij met collega’s twee oude Britse radars bouwt voor de Nederlandse luchtmacht aldaar. In augustus 1960 komt hij op Nieuw Milligen aan als sergeant. “Met m’n brommer en plunjebaal achterop. Ik parkeerde ‘m bij de vlaggenmast op het exercitieterrein. Ik kwam terug van het inboeken en… brommer weg. Ik kon ‘m ophalen bij de Luchtmacht Bewaking. Dat leverde me meteen vier dagen licht arrest op van mijn squadroncommandant.” Tot aan zijn FLO op 1 maart 1989 werkt hij bij de radars.

“Veel onderhoud doen we omdat het voorgeschreven staat”, vertelt Bekkema. “Daarom is de radar nog in zo’n goede staat.” Sergeant Tim van Echteld onderhoudt het zogeheten spark gap.

‘Op de Europese lijst met dit soort radars staat er nu nog één’

Eervol

De radar is ondertussen écht oud te noemen. Bekkema: “Denk je eens in, vijftig jaar met een wapensysteem doen en we zijn iedere dag operationeel inzetbaar.” Volgend jaar is de MPR vijftig jaar operationeel. Dat volhouden, is geen kinderspel. “Op de Europese lijst met dit soort radars staat er nu nog één; die op Nieuw Milligen”, geeft Hoppe aan.

Kan de radar nog doen wat-ie moet? Daarover is Bekkema duidelijk. “Dit systeem is geaccrediteerd voor de taak van onze gevechtsleiding. We bewaken en verdedigen het luchtruim van Nederland en de NAVO. Voorlopig draait de radar nog wel even door. We hebben nog onderdelen, maar het houdt natuurlijk een keer op. Nieuw is er bijna niet meer.”

En áls zijn diensttijd er echt op zit, moet deze MPR volgens Bekkema en Hoppe een eervolle plek bij de poort van het AOCS krijgen. ‘Dat heeft-ie verdiend.’

Zien hoe de radar werd gebouwd en hoe deze zijn kenmerkende bol kreeg? Bekijk dan onderstaande carrousel met foto's uit de collectie van de MPR.

De bouw van de MPR is in 1971 in volle gang. De radar zelf wordt in delen aangeleverd vanuit de Parijse fabriek van Thomson zoals een deel van het zogeheten golfpijpsysteem.

De reflector is zo groot dat deze in delen omhoog wordt getakeld.

Het golfpijpsysteem en daarbij behorende ontvangerkast hangt in de takels.

Vijf jaar later krijgt de radar zijn beschermende radome (uitgesproken in het Frans). Voor de enorme kolommen zijn dito betonnen funderingen nodig.

Beeld vanuit de hijskraan. De basis van de radome staat al. Nu moet de kenmerkende bol er nog in delen op worden geplaatst.

Een aantal verbindingen tussen de kolommen is al aangebracht. Op die ombouw komt vervolgens bol waarmee het bouwwerk 33 meter hoog wordt.