04

Dit artikel hoort bij: KMarMagazine 05

‘Je kunt iemands overlevingskans beïnvloeden’

Hoe handel je als marechaussee in het heetst van de strijd? In deze rubriek vertellen collega’s over een bijzonder moment tijdens de dienst. Een moment waarbij het er echt op aankomt.

Opperwachtmeester Nick (30) kreeg op 15 oktober 2020 een Waarderingsspeld Koninklijke Marechaussee voor zijn betrokkenheid bij 15 reanimaties. Een deel daarvan vond plaats tijdens één van zijn diensten bij de brigade Brabant-Zuid, maar ook in zijn vrije tijd wordt hij via het landelijke reanimatie oproepsysteem 'hartslagnu' meerdere keren op basis van zijn gps-locatie opgeroepen. Zelf vindt Nick dat hij niet meer doet dan zijn plicht en dat het van hem verwacht mag worden dat hij zich 24 uur per dag en 7 dagen per week inzet op momenten dat hij van cruciaal belang kan zijn door levensreddende handelingen te verrichten. Of hij op dat moment zijn uniform draagt of niet, maakt voor hem geen verschil.

Opperwachtmeester Nick.

Welke casus is je het meest bijgebleven?

"Ik heb in de 9 jaar dat ik als vrijwilliger ben aangesloten bij hartslagnu en de 13 jaar die ik bij de Marechaussee werk schrijnende zaken meegemaakt. Over die casussen vertel ik liever niet. Ik vind dat niet respectvol en netjes naar de betrokkenen en de familieleden toe. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen. Een casus die mij is bijgebleven waar ik wel over wil vertellen betreft een reanimatie in 2019 die ik tijdens diensttijd heb meegemaakt op Eindhoven Airport. Ik was samen met een collega op dienst toen we een melding kregen van een onwelwording bij het security filter. Ik ga altijd wel nuchter op zo'n melding af. Je weet nooit wat je gaat aantreffen, maar we keken elkaar aan met een blik van dit gaan we fiksen. Toen we aankwamen waren er al mensen bezig met het bieden van hulp aan een wat oudere man. Wij hebben de hulpverlening overgenomen. Het slachtoffer was buiten bewust zijn, ademde onregelmatig en er was geen polsslag meer voelbaar."

‘Ik kreeg zijn maaginhoud inclusief etensresten over mij heen’

Wat hebben jij en je collega toen gedaan?

"Daarna gaat alles eigenlijk intuïtief. Je gaat gewoon handelen. De skills die je hebt aangeleerd nemen het over. Je houdt de focus op het slachtoffer en kent de procedure. Ik en mijn collega wisten precies wie welke taken voor zijn rekening zou nemen. Je werkt echt als een goed lopende trein. Je hebt allebei dezelfde mindset. Wat de afloop uiteindelijk ook is, je gaat ervoor en probeert het beste resultaat te behalen. Luchtwegen controleren, bovenlijf ontbloten, beademen, borstcompressie toedienen en AED aansluiten. Je krijgt tijdens die handelingen wel een adrenalineboost omdat je toch de overlevingskans van iemand kunt beïnvloeden. De man gaf op een gegeven moment weer een teken van leven, maar ik zag iets onverklaarbaars in zijn ogen gebeuren. Ik vertrouwde het nog niet helemaal, zat naast hem op mijn knieën en had het gevoel dat hij moest braken. Ik trok het slachtoffer middels een snelle kantelgreep over mijn knieën. Op dat moment begon het slachtoffer te braken. Ik kreeg zijn maaginhoud inclusief etensresten over mij heen. Niet alleen op mijn uniform, maar ook in mijn mond en in mijn ogen.

Opperwachtmeester Nick: “De skills die je hebt aangeleerd nemen het over.”

Een geslaagde reanimatie?

"Ja, de man werd met polsslag afgevoerd met de ambulance. Hoe het verder met hem is afgelopen weet ik niet. Ik informeer daar eerlijk gezegd bewust niet naar. Ik heb mijn kunstje gedaan. Het incident kreeg voor mij echter nog wel een staartje. Toen ik naar de brigade terugkeerde om een douche te nemen, rook ik de zure geur op mijn kleding. Ik realiseerde me dat ik door het braaksel dat ik in mijn mond en ogen had gekregen eventueel wat opgelopen zou kunnen hebben. In braaksel kan immers bloed zitten. Uiteindelijk resulteerde het erin dat ik nog driekwart jaar om de paar maanden mijn bloed heb laten controleren op verschillende ziektes, die overdraagbaar zijn. Je wacht dan toch iedere keer weer met spanning op de uitslag. Gelukkig bleek achteraf dat alles in orde was. Maar het zijn zaken waar je je liever niet mee bezig wilt houden. Toch zou ik als ik terugkijk op deze en alle andere reanimaties precies hetzelfde hebben gedaan."

‘Ik ben 9 van de 10 keer als eerste aanwezig bij een melding’

Hoe kijk je op deze casus en andere casussen terug?

"Ik ben een vrij nuchter persoon en eigenlijk kan ik om deze casus achteraf wel een beetje lachen. Uiteraard niet om wat er met het slachtoffer was gebeurd, maar wel om het feit dat ik helemaal onder het braaksel zat. Ik stond zelf ook te kokhalzen en heb achter de schermen staan braken. Collega's hebben natuurlijk gezien en gehoord wat er is gebeurd en samen kun je er dan een gepast grapje over maken. Het is een manier om de gebeurtenis te verwerken. Wat de andere casussen betreft, soms kom je ergens aan en zie je eigenlijk meteen dat je weinig meer kunt betekenen of de reanimatie heeft uiteindelijk niet het gewenste effect. Dat is natuurlijk heel vervelend, maar daar kun je niets aan doen. Bij volwassen personen kan ik dat wel snel loslaten. Anders is dat bij meldingen waarbij kinderen zijn betrokken. Dan moet je ook andere handelingen verrichten. Dat doet wel iets met je mindset. Dan krijg je toch een klein beetje waterige ogen en moet je een paar keer goed slikken."

De eerste minuten zijn voor een slachtoffer ontzettend belangrijk.

Heb je ooit weleens overwogen te stoppen met de app hartslagnu?

"Ja, daar heb ik weleens over nagedacht. Soms denk ik weleens: dit ga ik niet meer in mijn vrije tijd doen. Ook mijn partner heeft mij weleens gevraagd of het niet genoeg is geweest. Behalve dat de vrijwillige oproepen vaak heel vroeg in de ochtend, avond of nachtelijke uren zijn, waardoor je een gebroken nacht hebt voor je dienst, moest ik ook een keer meerdere weken uit huis in isolatie, omdat een slachtoffer Covid bleek te hebben. Bij hele heftige zaken heb ik mezelf ook weleens afgevraagd: waar ben ik in hemelsnaam bij betrokken, waarom sta ik hier? Dat zijn dan momentopnames. Later denk ik dan aan de mensen die in paniek waren en je hulp nodig hadden. Je weet vanuit je werkervaring dat de aanrijtijden van ambulances soms wat langer kunnen duren. En juist de eerste minuten zijn voor een slachtoffer zo ontzettend belangrijk en dan kun jij ervoor iemand zijn. Ik ben 9 van de 10 keer als eerste aanwezig bij een melding en ben dan alleen en later samen met iemand anders al maatregelen aan het treffen en belangrijke handelingen aan het verrichten voordat de ambulancemedewerkers er zijn. Ik kan voor mijn gevoel dan niet egoïstisch zijn door mezelf af te melden."

Ben of ken jij een collega die iets bijzonders heeft meegemaakt tijdens de dienst? Een moment waarbij ‘het erop aankwam’? Laat het ons weten via kmarmagazine@mindef.nl.

Tekst: Robert den Hartog