03

Dit artikel hoort bij: KMarMagazine 11

De 12 foto’s…

…van een opgraving

Een onalledaags beeld op de Prinses Margrietkazerne in Wezep. Mensen in witte pakken banen zich een weg door de struiken achter een van de kazernegebouwen. Uiterst nauwkeurig bekijken ze het drassige terrein, op zoek naar een graf. De Forensische Opsporing van de Koninklijke Marechaussee zocht mee.   

Een graf blootleggen op een plaats delict is niet bepaald core business van de KMar. Toch komt het nog wel eens voor, want de 22 medewerkers van de Forensische Opsporing in Schiphol, Den Bosch en Apeldoorn zijn aardig thuis in slachtofferidentificatie. En op meer vlakken. Door hun diverse kwaliteiten, waaronder kennis over explosieven, vormt de Forensische Opsporing een eigen niche binnen het veiligheidsdomein.

Forensisch rechercheur Vincent vond het, samen met zijn politie-collega Robert, tijd worden om rond dit thema een grote oefening te organiseren. Dat gebeurde afgelopen maand in samenwerking met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Nationale Politie (regionale eenheid Oost-Nederland). 

Forensische experts van het NFI, de politie en de KMar bundelden de krachten, deelden kennis en wisselden procedures uit. Volgens Vincent nog niet eerder in deze omvang en complexiteit. Hij benadrukt het belang van samenwerken: “Er staat weliswaar Koninklijke Marechaussee op mijn jas, maar op het moment dat we die witte overall aantrekken, doen we allemaal hetzelfde werk.”

2 aangeklede poppen, 2 nepskeletten, enkele kogelhulzen en een graafmachine. Met dat opmerkelijke arsenaal arriveerde de oefenleiding afgelopen voorjaar op de landmachtkazerne in Wezep om de oefening alvast in de steigers te zetten. In totaal prepareerden ze 4 graven in verschillende settingen: in een zandwal, op beton in de grond met een gangenstelsel eronder, in droge poedergrond onder een dennenboom én in een drassig stuk grond. Aan de forensische experts van de betrokken partijen de taak om de graven te vinden, bloot te leggen, bewijsstukken op te graven en veilig te stellen. 

Benieuwd hoe dit er aan toe ging? Bekijk de 12 mooiste foto’s van deze oefening. 

De coördinator plaats delict unit (CPDU) heeft de leiding en brieft het team. De CPDU bepaalt de zoekstrategie. Ditmaal is ervoor gekozen om de CPDU-rol bij de Nationale Politie neer te leggen.

Een duidelijk overzichtsbeeld is onontbeerlijk. Een drone, dit keer eentje van het NFI, biedt uitkomst.

Op zoek naar de exacte locatie van het graf. Met speciale prikstokken voelen en kijken de forensische experts waar de grond hard en zacht is. Daar waar er een omgewoelde laag voelbaar is, plaatsen ze een vlaggetje om de contouren van de grafkuil in beeld te krijgen.

Als eenmaal duidelijk wordt waar het graf zich bevindt, beginnen ze nauwkeurig te graven. De opgegraven grond wordt verzameld en geanalyseerd en er worden monsters genomen. Er kunnen immers delict-gerelateerde sporen in de grond zitten.

Volgens het scenario zou er ook geschoten zijn op de plaats delict. Wanneer de grafcontouren zichtbaar zijn, wordt de metaaldetector ingezet…op zoek naar eventuele hulzen.

Een marechaussee in een wit pak lijkt een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid. Toch passen de medewerkers van de Forensische Opsporing deze outfit ook prima en is er sprake van uniformiteit tijdens de oefening.

“De uitdaging is om de rust te bewaren”, zegt forensisch rechercheur Vincent. “We werken laagje voor laagje, onder meer met troffels, een klein metselschepje en kwasten.”

Het is de eerste keer dat burgermedewerker Laborant Forensische Opsporing Rosalie een plaats delict betreedt. “Ik leer hier heel veel. Op deze manier begrijp ik de context veel beter.” In haar laboratorium krijgt Rosalie regelmatig bewijsstukken aangeleverd. “Ik kom er nu achter dat iedereen andere dingen ziet. Daarom is het belangrijk om niet vanuit 1 persoon te kijken maar in groepsverband.”

Ze zitten goed. Het eerste stukje bewijsmateriaal wordt zichtbaar.

De ervaren forensisch archeoloog Koen Ninabur (NFI) geeft aanwijzingen. Hij ervaart deze oefening als heel waardevol. “Dit is een echte hands on oefening. Voor het NFI is dit net zo goed een leergelegenheid. We werken regelmatig met de Marechaussee samen en het is belangrijk om onze methoden en strategieën te integreren.”

Na uren van prikken, scheppen, troffelen en kwasten zijn de grafkuil en het ingegraven bewijsstuk bijna helemaal zichtbaar.

Hebbes! Het lichaam, in dit geval een in folie gewikkelde pop, is blootgelegd. Een macaber beeld… de handen gekneveld en een schroevendraaier ernaast. Het bewijsmateriaal is veilig gesteld. Maar het opsporingsonderzoek gaat door!

Tekst: Vanessa Strijbosch | Foto’s: sergeant Jan Dijkstra