Tekst Jan Malschaert
Foto sergeant 1 Mike de Graaf en sergeant Cinthia Nijssen

Blussen van boven lukt alleen met hulp van beneden

Door de toenemende droogte gebeurt het meerdere keren per jaar: heidegebied vat vlam en een paar onschuldig ogende vlammetjes groeien in no time uit tot een kolkende vuurzee. Het is dus geen overbodige luxe om de kunst van het blussen regelmatig te beoefenen. Dat de blusexperts daags voor de geplande oefening werden ingezet voor een echte brand, hadden ze niet voorzien.

Als een brand voor de grondtroepen onbeheersbaar of zeer lastig te bestrijden is, roept de veiligheidsregio de hulp in van de blushelikopters van de luchtmacht. Dat kan voorkomen bij een natuurbrand die zich door de wind snel over een grote oppervlakte verspreidt, maar ook bij een industriebrand met een gloeiendhete kern die vanaf de grond onbereikbaar is. Dat laatste was het geval op 9 maart bij een autosloperij in Den Bosch. Zulke situaties vragen om hulp van bovenaf.

Geoliede samenwerking

Wie denkt dat de helibemanning op eigen houtje een paar flinke plenzen water op het vuur gooit, heeft het mis. De inzet gebeurt door het Fire Bucket Operations (FBO)-team. Een samenwerkingsverband van helikopterbemanning, het mobile air operations team (MAOT) en het heli-team van de civiele brandweer. Om die als een geoliede machine met elkaar te laten samenwerken, wordt er twee keer per jaar geoefend. Een keer in maart ter voorbereiding op het droge seizoen en een keer na afloop in september. 

Op een stuk hei van Artillerie Schietkamp ’t Harde vond op 12 maart de eerste FBO-oefening van het jaar plaats.

Een natuurbrand 'lezen' is niet eenvoudig

Aanvalsplan

“Bad drop. Bij de volgende run mogen ze 60 meter eerder beginnen”, laat on-scene commander Christiaan Velthausz van de civiele brandweer weten. Hij is landelijk FBO-coördinator en stuurt het team blusspecialisten aan. Zij bepalen hoe het vuur wordt aangevallen en waar ze het water precies willen hebben. “Wij maken een plan van aanpak en stemmen de heli-inzet af op de inzet op de grond. Een natuurbrand 'lezen' is niet eenvoudig. Daarom bestaat het FBO-team uit vakmensen met ieder hun eigen specialisme. Een heidebrand kan met wind bijvoorbeeld gaan lopen. Zo’n snel bewegende brand pak je anders aan dan een statische.”

Het heli-team van de civiele brandweer stemt met groepscommandant MAOT sergeant Patrick het aanvalsplan af.

Natte stoplijnen

Is er sprake van zo’n lopend vuurtje, dan worden er zogenoemde natte stoplijnen gelegd van vijf tot tien meter breed. Velthausz: “We proberen de ontwikkeling van een brand te voorspellen. Daarvoor kijken we onder meer naar de windsnelheid en -richting en de terreingesteldheid. Zo bepalen we de plek van een verdedigingslijn. Dat komt behoorlijk nauw. Gooi je bijvoorbeeld te ver voor het vuur, dan is het water bij warm weer en door de voortgestuwde hitte van het vuur al verdampt voordat het vuur er is. Gooi je te hoog af dan vernevelt het teveel en te laag juist te weinig.”

Natte stoplijnen voorkomen dat een lopend vuurtje verder komt.

Brand in het centrum extreem heet

Spot drop

Bij de autosloperij in Den Bosch wordt een andere tactiek toegepast. Daar is sprake van een ‘statische’ brand. Cougar-gezagvoerder kapitein Jacko (deelnemer aan de oefening, maar zelf niet ingezet tijdens de echte brand) legt uit: “De brand woedde op één plek en werd in het centrum extreem heet. Wij gaan daar dan precies boven hangen voor een zogenoemde ‘spot drop’. In zo’n geval willen we juist wél een klein beetje wind. Anders komt de rook recht omhoog de cabine in.”

Een spot drop boven de in brand staande autosloperij. Een beetje wind voorkomt dat de rook recht omhoog de cabine in waait.

Vertaalslag

De gekozen aanvalstactiek wordt door twee militairen van het MAOT overgebracht aan de helikopterbemanning. “Na iedere drop horen wij van de on-scene commander of het een good of bad drop was,” vertelt groepscommandant MAOT en oefendeelnemer sergeant Patrick. “De brandweer wil het water bijvoorbeeld meer links of rechts. Dat vertalen wij per radio in een vliegrichting en coördinaten op de kaart. Je probeert je te bedenken hoe zij het van bovenaf zien, dus je noemt ook markante punten. Vandaag sturen we een Chinook en Cougar aan.” 

Vanwege het natte weer kan er geen afgebakend stuk heide in de brand worden gestoken. In plaats daarvan simuleert men een heidebrand met rookgranaten.

Bambi Buckets

Het MAOT zorgt er ook voor dat de zogenoemde Bambi Buckets in de buurt van de brand klaar liggen. Dit zijn de uit de kluiten gewassen waterzakken waarmee de helikopters het water vervoeren. Voor de Cougar gaat het om een exemplaar van 2.500 liter; de Chinook krijgt met zijn twee rotors zelfs 10.000 liter de lucht in. In de praktijk worden ze voor tachtig procent gevuld.

Op de Forward Operating Base legt het MAOT de Bambi Buckets klaar voor de heli’s.

'In het uiterste geval schep je een zwembad leeg’

Water pick up points

Door heel Nederland zijn meertjes, vijvers en rivieren aangewezen als pick up point. Hoe dichter bij de brand, hoe beter uiteraard. Jacko: “Wij bepalen of het veilig kan en in het uiterste geval schep je een zwembad leeg.”

Toch kan je niet zomaar overal water gooien, vult Frank Lutke Schipholt aan. Hij is vakspecialist operationele voorbereiding Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. “Alle drops en tijdstippen worden genoteerd. Je moet nadenken over waar je water haalt. Vooral voor beschermde natuurgebieden geldt dat de samenstelling van belang is. Er kan bijvoorbeeld teveel fosfaat in het water zitten en dat kan slecht voor de natuur zijn. Je hebt soms dus te maken met het spanningsveld dat natuurbeheer aan de ene kant een brand uit wil hebben, maar aan de andere kant niet met teveel ‘slecht’ water.”

Een Chinook haalt tijdens de brand van de autosloperij in Den Bosch water uit een nabijgelegen meertje.

Vullen en blussen

Ook voor het opscheppen van het water zijn procedures, vertelt gezagvoerder Jacko. “Dat komt best precies. De approach, het aanvliegen, gebeurt met een heel klein beetje voorwaartse snelheid van drie tot vijf knopen. Je tikt de bucket om op het water en dan schept ‘ie water. De loadmaster hangt uit de heli en kijkt of dit goed gaat. Dan ga je helemaal stil hangen en laat je de bucket onder water zakken. De loadmaster controleert vervolgens of de lijnen nog goed zitten en dan ga je weer take off. Met een druk op de knop zorgt de loadmaster er vervolgens voor dat de zak zich op het goede moment aan de onderkant opent.”

De 10.000 liter-bucket van de Chinook opent boven de brand in Den Bosch voor een spot drop.

Klaar voor de start

Beide blusoperaties zijn goed verlopen. De brand in Den Bosch werd mede dankzij de inzet van de heli’s sneller bedwongen dan verwacht. En na de gesimuleerde natuurbrand op de hei heeft iedereen de procedures weer goed tussen de oren. Bovendien konden de nieuwkomers, onder wie twee MAOT-medewerkers, er hun eerste praktijkervaring opdoen. Het droge seizoen kan wat hen betreft beginnen.

Bij de autosloperij in Den Bosch was sprake van een ‘statische’ brand met een extreem heet centrum.