09

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 01-02 | 2019

Groep Luchtmacht Reserve in adaptieve krijgsmacht

Reservisten worden ‘flexible force’ in krachtige netwerkcellen

De 5e generatie luchtmacht is op vele vlakken volop in ontwikkeling. Zoals bijvoorbeeld bij de Groep Luchtmacht Reserve (GLR). Reservisten gaan steeds zelfstandiger opereren. Niet meer wachten tot je voor een klus gevraagd wordt, maar zelf actief meedenken en je hulp aanbieden. Nóg sneller en nóg flexibeler dan nu. De GLR professionaliseert en transformeert dit jaar nog naar een eigen luchtmachtonderdeel.

Met zijn flexible force staat kolonel Raymond Kramer binnenkort als commandant Groep Luchtmacht Reserve (GLR) zij aan zij naast de onderdeelscommandanten. Nu ‘hangt’ hij met ruim 600 reservisten nog onder het Defensie Helikopter Commando (DHC). Een beetje vreemd, vindt hij zelf. Het DHC is namelijk net als alle andere onderdelen een behoeftesteller van de GLR.

Kramer is sinds november 2017 commandant GLR. Foto: sergeant-majoor Maartje Roos

Wij-gevoel

“De lijntjes met de beroepsorganisatie moeten korter, logischer en directer”, zegt Kramer stellig. Daarom wil hij alle specialisten van de GLR onderbrengen in netwerkcellen. In 2018 lanceerde hij een pilot met deze structuur onder 31 brandweerreservisten. Met succes. “Ze hebben nu interactie met elkaar en vormen samen een vakgroep. Dat zorgt niet alleen voor nog meer binding en het ‘wij’-gevoel, maar ook voor een betere en soepeler inzet op klussen en een efficiëntere organisatie achter de schermen.”

De GLR gaat werken volgens een netwerkstructuur. Alle specialisaties krijgen op termijn hun eigen ‘cel’. Deze manier van werken sluit goed aan bij de adaptieve krijgsmacht en de ideeën van de 5e generatie luchtmacht. Illustratie: KLu

Zelf doen

De reservisten maken nu meer dan voorheen zelf de dienst uit. “Ze organiseren hun eigen werk”, vat de kolonel de werking van een cel samen. “De medewerkers onderhouden zelf het contact met de beroepsgroep en de behoeftestellers van de onderdelen. Ook verdelen ze zelf de klussen en plannen ze zelf hun opleidingen en trainingen.” De parttime militairen doen dat zonder een speciale staf op te richten. “Ze verdelen rollen, geen functies”, verduidelijkt Kramer.

De nieuwste lichting reservisten slaagde 9 februari 2019 voor de Algemene Militaire Opleiding. Aan Kramer de eer hen te certificeren. Foto’s: Ilya de Milde

Irritaties

De nieuwe werkwijze voorkomt volgens Kramer lange (om)wegen en irritaties. “De meeste medewerkers vinden het heel fijn om zelf invloed uit te oefenen op hun werkprocessen; om mee te mogen denken en beslissen. De reacties onder de brandweer, ook vanuit de beroepsgroep, zijn dan ook erg enthousiast.”

Kramer probeert voormalig militaire vliegers de cockpit weer in te krijgen als reservist. Hij onderzoekt momenteel de mogelijkheden. Foto's: Ministerie van Defensie.

Geografische indeling

Reservisten van de luchtmacht zijn nu nog in de huidige organisatie geografisch ingedeeld in vluchten per CLSK-onderdeel. Vlucht 1 (Leeuwarden), 2 en 3 (Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM)), en 4 en 5 (Volkel) horen bij het 519 Squadron op het AOCS NM. Vlucht 6 (Eindhoven), 7 en 8 (Gilze-Rijen) en 9 (Woensdrecht) vallen onder het 520 Squadron van vliegbasis Gilze-Rijen.

Naar behoefte

Medisch personeel, techneuten, reservistenwervers, bewakers, cyberspecialisten, space-deskundigen en misschien op termijn ook vliegers; binnenkort opereren deze en andere vakgroepen allemaal vanuit hun eigen cel. “In overleg met de medezeggenschapscommissie GLR bepalen we welke groep specialisten de volgende is die de overstap maakt van geografische indeling (zie bovenstaand kader, red.) naar netwerkstructuur. Stap voor stap breiden we zo het aantal cellen uit. Alle lessons learned nemen we daarbij steeds mee. Verder is het een organische beweging die nooit af is. Naar gelang de behoefte van de beroepsorganisatie komen er cellen bij en zullen anderen weer verdwijnen.”

Reservisten in cijfers:

  • 617 reservisten telde de luchtmacht eind 2018
  • 800 is het verwachtte aantal reservisten eind 2019
  • 9,5% van het KLu-personeelsbestand is reservist
  • 83,5% van de reservisten is man, 16,5% vrouw
  • 37 jaar is de gemiddelde leeftijd van een reservist
  • 18% van de reservisten is VMBO opgeleid, 40% MBO, 30% HBO en 12% WO
  • 250.000 inzeturen door reservisten in 2018, 49% meer dan in 2017

Probleem

Er is alleen nog 1 probleem: Peoplesoft. “Het blijkt lastig om het personeelsregistratiesysteem aan te passen op deze netwerkstructuur”, weet Kramer, “maar er wordt hard naar mogelijkheden gezocht. De brandweerreservisten draaien op een tijdelijke oplossing, dus dat biedt perspectief.” Overigens moet er volgens de commandant sowieso een digitaliseringsslag gemaakt worden. “Reservisten moeten hun inzeturen nu nog handmatig op papier registreren. Dat vind ik anno 2019 echt niet meer kunnen. Daarvan maken we dus ook werk.”

Afgelopen jaar gingen 10 reservisten op uitzending: 9 van hen naar het Midden-Oosten en 1 naar Mali. Ook ondersteunden reservisten 225 dagen lang de Koninklijke Marechaussee bij de maritieme grensbewaking. Foto’s: Defensie.

Reservist worden?

Heb je momenteel een baan of studie en wil je ook een bijdrage leveren aan vrede en veiligheid? Of verlaat jij binnenkort Defensie? Wellicht is een parttime baan als reservist bij de Koninklijke Luchtmacht, naast je huidige baan of studie, iets voor jou! Heb je interesse en wil je meer weten? Neem dan (enkele maanden voor dienstverlating) contact op met de GLR. Stuur een mail met je CV naar: werving.glr.clsk@mindef.nl.

Rechtspositie en contract

Net zoals het verschil in rechtspositie tussen beroepsmilitairen en reservisten. Kramer: “Die zou ik het liefst gelijktrekken. Momenteel is het onderwerp van gesprek binnen de Tweede Kamer. Ook de contractvormen van militairen, burgerpersoneel en reservisten worden tegen het licht gehouden. Top dat deze zaken en het reservistenbeleid in het algemeen daar nu ook op de agenda staan. De luchtmacht, maar ook de rest van Defensie, wordt steeds afhankelijker van reservisten. Daarom is een professionaliseringsslag zo onderhand wel op zijn plaats.”

Tekst: Jopke Rozenberg-van Lisdonk