02

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 11 | 2017

Eindhovens koppel pendelt vanuit Koeweit

KDC-10 én C-130 in gezamenlijk detachement

x
KDC-10 in take off met op de achtergrond Koeweit-Stad, met links de kenmerkende Al Hamra Tower. Foto: sergeant 1 Joyce Rutjes

Om als coalitiepartner te helpen het tekort aan tankvliegtuigen iets te verkleinen, vliegt een KDC-10 al sinds midden juni vanuit Koeweit. En na een wat moeizame start, door technische problemen, pendelt de C-130 sinds midden oktober dagelijks – en vooral ’s nachts – vanuit dezelfde oliestaat naar de omringende landen. Voor het 334 en 336 Squadron beleeft de missie Operation Inherent Resolve in Koeweit z’n hoogtepunt.

De Hercules had bij de aankomst in Koeweit wat problemen. Een van de propellers raakte beschadigd tijdens de vlucht, waardoor de C-130 tijdelijk aan de grond stond. ‘Maar als we dan weer mogen, gaan we er met z’n allen volle bak tegenaan.’ Foto: staf Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht
De ene keer hangt een Poolse F-16 aan de vleugel van de KDC-10... (Foto: 1 (NLD) AAR OIR)

De Amerikanen die met Operation Inherent Resolve (OIR) de strijd tegen ISIS leiden, hebben een tekort aan tankvliegtuigen. Nederland helpt de klus te klaren, samen met onder anderen de Italianen en Canadezen. Uniek aan deze missie is dat Nederland onder de Amerikaanse vlag handelt. Om de strijd voort te zetten zijn er dagelijks, 24 uur per dag, tientallen tankers nodig. Een F-15 kan bijvoorbeeld binnen 2 uur door zijn brandstofvoorraad heen zijn. “Het is niet even bommen gooien”, benadrukt gezagvoerder van de KDC-10 majoor Fred. “Soms moeten kisten urenlang boven het gebied hangen. Als wij ze tanken, hoeven ze niet constant te landen en op te stijgen. Dat is veel effectiever en minder duur. Anders heb je voor hetzelfde werk wel 10 kisten nodig.”

De KDC-10 is zeker niet voor het eerst in het Midden-Oosten. In het vorig decennium was ‘334’ diverse keren op tankermissie vanuit Abu Dhabi en Kirgizië. Foto’s: sergeant 1 Joyce Rutjes

Vliegbasis Ali Al Salem

Terwijl de KDC-10 volledig gefocust is op veilig tanken in de lucht, heeft de crew van de C-130 hele andere prioriteiten. Na eerst tussen Curaçao en Sint-Maarten gependeld te hebben (i.h.k.v. steunverlening na passage orkaan Irma), vloog de Hercules naar vliegbasis Ali Al Salem. Vanuit het emiraat op het Arabisch Schiereiland, brengt het toestel goederen en personeel bij Amerikaanse troepen in onder meer Afghanistan, Jordanië, Irak en Syrië. Gezagvoerder kapitein Gertjan vertelt: “Koeweit is eigenlijk een soort verzamelpunt, waar goederen zoals munitie, troepen, voeding en algemene vracht binnenkomen. Vanaf hier worden die verder verspreid naar omliggende landen.”
Loadmaster Ivan voegt toe: “Als we vanuit Nederland komen, maken we zeer lange dagen, terwijl we effectief maar een dag in het missiegebied zitten. Nu kunnen we er om de dag zijn.”

C-130 en KDC-10 opereren in een gezamenlijk team onder de noemer 1 (NLD) AAR OIR. Foto's: 1 (NLD) AAR OIR
... de volgende keer is het weer een Belgisch exemplaar. Foto: 1 (NLD) AAR OIR

Zoveel

De KDC-10 is zeker niet voor het eerst in het Midden-Oosten. Eerder dit jaar was het tankvliegtuig al 6 weken op dezelfde basis Al Mubarak. Toen kon de inzet niet langer, maar werd al wel een essentiële bijdrage aan de coalitie geleverd en ervaring opgedaan die nu goed van pas komt. In Koeweit vliegen de 2 crews de KDC-10 6 keer per week om kisten van coalitiepartners ‘in het theater’ van peut te voorzien. Niet eerder had het tankvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht zoveel en zoveel verschillende kisten aan de ‘boom’ als op dit moment boven Irak en Oost-Syrië. Na wekenlang intensief gebruikt te zijn, heeft de T-264 ‘Prins Bernhard’ het gebied inmiddels verlaten voor een broodnodige onderhoudsbeurt in Frankrijk. De T-235 ‘Jan Scheffer’ nam het werk over.

De receptacle, de vulopening om in de lucht brandstof over te nemen, zit bij ieder type op een andere plek. Bij de A-10 gaat de toevoer via de neus. Foto’s: USAF
Soms laat een A-10 na het tanken als dank zijn indrukwekkend behangen onderkant zien. Foto: USAF

Nauwelijks bijhouden

Sinds de missie in het kader van OIR van start ging in januari van dit jaar zijn er (midden november) 948 vliegtuigen bijgetankt. In totaal is daar 5 miljoen liter brandstof voor gebruikt en klokte de crews 860 vlieguren. Iedere vlucht neemt de KDC-10 120.000 liter peut mee; de ene helft voor eigen gebruik, de andere om weg te geven.
Zo werden de afgelopen maanden voor het eerst de Amerikaanse A-10 Thunderbolt en B-52 Stratofortress en Australische E-7 Wedgetail op grote hoogte voorzien van brandstof. Unieke gebeurtenissen, want ieder toestel vergt een andere aanpak. De A-10 bijvoorbeeld kan de snelheid van de KDC-10 nauwelijks bijhouden. De tanker moet dan voor zijn doen extreem langzaam vliegen. “Normaal vliegen we ongeveer 310 knopen, maar met de A-10 zakken we naar 180”, vertelt gezagvoerder majoor Fred. “De B-52 is bovendien soms erg zwaar beladen met bommen. Dit toestel verplaatst enorm veel wind die hij tegen de achterkant van de KDC-10 aandrukt. Dat is dan weer van invloed op de tankboom van ons toestel.”

De camera’s onder het toestel leggen vast hoe de B-52 door de KDC-10 getankt wordt. De receptacle zit bij deze zware bommenwerper midden boven de cockpit. Foto’s: USAF en 1 (NLD) AAR OIR

Geweldige ervaring

En dan zit bij het ene toestel de receptacle op de neus en bij de ander op de vleugel of op de rug. Bij de F-16 kan de boomoperator de kist van zowel links als rechts benaderen, maar bijvoorbeeld bij de F-15 alleen vanaf de linkerkant. “Air-to-air refueling gaat soms non-stop door en dan moet je om de paar minuten schakelen en een andere procedure hanteren”, reageert de sergeant-majoor boomoperator. “Een geweldige ervaring die je nergens anders opdoet.”
Eenmaal in de lucht zit de ‘boomer’ met 2 joysticks in zijn handen achter een rij videoschermen. Hij tuurt naar de kisten die de KDC-10 naderen. De ene keer een enkele grote, dan weer 3 fighters aan de linkervleugel, 3 aan de andere kant. Soms met slechts een paar meter afstand van elkaar. Bij een snelheid zo’n 550 kilometer per uur zorgt de crew ervoor dat tanker en receivers elkaar veilig naderen. Pas dan kan de brandstof overgeheveld worden. “En daarvoor moet je veel oefenen”, zegt de boomoperator. “Heel veel.”

Een Amerikaanse F-15E Strike Eagle heeft de receptacle op de linker vleugelwortel. Foto’s: USAF en sergeant 1 Joyce Rutjes

Dat gebeurt in Europa regelmatig, onder andere met de jaarlijkse European Air Refueling Training, maar de boomoperator benadrukt het belang van deze uitzending. “Omdat je hier zoveel afwisselend werk doet, gaat je leercurve stijl omhoog. Veel ervaring opdoen in relatief korte tijd. Dit is het échte werk.”

De KDC-10 opereert onder andere met een Italiaanse KC-767. Foto: sergeant 1 Joyce Rutjes

Onvoldoende capaciteit

Juist omdat de crew in missiegebied is, kunnen opdrachten last-minute nog veranderen. Maar dat maakt het werk dynamisch. “De planning in Nederland ligt vaak weken van tevoren vast”, zegt Gertjan. “Hier is ook een schema, maar je kunt ineens te horen krijgen dat je troepen uit een bepaald gebied moet halen.” Naar missiegebieden gaat altijd een Air Mobile Protection Team mee. De in totaal 9 man zorgen voor de rondombeveiliging van de kist. “Zodat mensen op afstand gehouden kunnen worden die hier niets bij de kist te zoeken hebben.” De C-130 komt in Koeweit niet in actie voor eigen troepen. Net als de KDC-10 helpt de kist de coalitielanden. Ivan: “En dat is maar goed ook, want er staan enorm veel vrachten klaar. Er is écht onvoldoende capaciteit.”

Blik vanuit de KDC-10 op de hoofdstad Koeweit-Stad met rechts van het midden de ruim 412 meter hoge 'Al Hamra Tower' en rechtsboven de kenmerkende 'Kuwait Towers' watertorens. Foto: sergeant 1 Joyce Rutjes

Tekst: ritmeester Jessica Bode