Tekst ritmeester Charlotte Snel
Foto Hans Roggen

“We kunnen het niet meer alleen”, is een veelgehoorde kreet binnen de Defensie Materieel Organisatie. Met de intrede van de term Gouden Driehoek wordt aangegeven dat Defensie, kennisinstituten en industrie samen moeten optrekken om het beste, meest innovatieve materieel te verwerven voor Defensie. Materieelgezien bezoekt bedrijven of kennisinstituten die een binding met DMO hebben. Dit keer elektrotechnisch bedrijf Alewijnse in Nijmegen. 

Het terrein van Alewijnse herbergt maar liefst 125 jaar historie. Waar ruim een eeuw geleden de focus enkel nog op de elektrotechniek lag, houdt een team van om en nabij de 900 medewerkers zich vandaag de dag vooral bezig met nieuwe technologieën. Digitalisering, automatisering en electrification zijn daarin ‘key’. In lekentaal: het bedrijf ontwerpt, levert en integreert elektrotechnische systemen. Overal ter wereld, voor de maritieme én de industriële sector. Denk aan verdeelinrichtingen, licht- en krachtinstallaties, besturingspanelen, datanetwerken, brandmeldinstallaties en tal van ICT-oplossingen. 

Het Nijmeegse bedrijf is onder andere actief op het gebied van beveiligingssystemen.

‘Vroeger had je alleen Scheveningen Radio, je wist niet beter’

Maritieme innovatie

De samenwerking met Defensie is gebundeld onder ‘Alewijnse Marine Systems’; het onderdeel van Alewijnse dat voorziet in maritieme innovatie. Diverse teams van experts monitoren alle processen aan boord. Niet alleen in Nijmegen, Drachten en Krimpen aan den IJssel, maar ook buiten de landsgrenzen, onder andere in Turkije, Vietnam en Roemenië. Defensie is uiteraard niet de enige, maar wel een belangrijke opdrachtgever. 

Een uitdagende opdrachtgever ook, benadrukt Rob Nijman. In zijn rol als business development manager naval & governmental, maar vooral als voormalig marineman, is hij nauw betrokken bij deze samenwerking. “Kijk, vroeger zat je een jaar op zee zonder wifi, broadband of smartphones. Alles ging via Scheveningen Radio. Je wist niet beter. Tegenwoordig zijn deze technieken er allemaal wel en daar willen de jongens aan boord toch graag gebruik van maken. Het is voor ons zaak om te kijken waar de balans ligt: wat kan er op het gebied van veiligheid en techniek wel en niet.” 

Diverse teams van experts houden zich dag in dag uit bezig met de beheersing van processen aan boord.

‘Die romp blijft wel staan, maar de techniek zal zich verder ontwikkelen’

Naast dergelijke, ‘welfare’-gerelateerde zaken, speelt er ook op andere gebieden genoeg. Denk aan nieuwe, duurzame aandrijftechnieken (hybride- of waterstofsystemen), hulptechnieken als 3D, Virtual Reality, Augmented Reality om het op afstand controleren van systemen mogelijk te maken, en ‘modulair’ bouwen. Nijman: “Ook een lastige term, maar dat houdt in dat we nu al nadenken over hoe we schepen elektronisch gezien zo kunnen inrichten dat het makkelijker wordt om de inhoud, in dit geval allerlei systemen, te kunnen vervangen. Die romp blijft wel staan, maar de techniek zal zich komende jaren natuurlijk verder ontwikkelen.”

Nijmeegse stempel 

Onder aan de streep varen er maar weinig marineschepen rond waar Alewijnse níet aan gewerkt heeft. De stroomverdeling op de Hollandklasse, de complete commandocentrale en bekabeling op Zr. Ms. Karel Doorman, werkplekken aan boord van de M-fregatten. Het is slechts een kleine greep uit de producten en diensten waar een Nijmeegs stempel op pronkt. 

Er varen maar weinig marineschepen rond waar Alewijnse níet aan gewerkt heeft.

Inhaalslag

De relatie met Defensie noemt Nijman ‘uiterst waardevol’. “De Nederlandse marine staat wereldwijd hoog aangeschreven. Dat doet ook onze reputatie goed. Deze samenwerking is op alle vlakken erg belangrijk voor ons." Of er ook weleens iets minder goed gaat? Ach, natuurlijk. “Er kunnen altijd dingen verbeterd worden, maar dat vindt Defensie zelf ook. Er wordt na jaren bezuinigen opeens weer geïnvesteerd. Er moet een inhaalslag worden gemaakt en dat moet vooral snél. Maar het blijft overheid. De snelheid die het bedrijfsleven heeft, is er niet altijd. Wat dat betreft is het soms even zoeken.”

Rob Nijman: “De Nederlandse marine staat wereldwijd hoog aangeschreven. Dat doet ook onze reputatie goed.”

‘Er moet een inhaalslag worden gemaakt en dat moet vooral snel’

Tegelijkertijd is het vooral ook een leuke tijd om met Defensie om tafel te zitten. “De hand is van de knip. Samen met DMO en de marine zijn we mooie dingen aan het bedenken. Dat is het mooie van dat gouden ecosysteem: samen grenzen verleggen. We kunnen weer vooruit!”
 

“Veel profijt van mijn ervaringen aan boord”

Rob Nijman stroomde na een carrière bij Shell Tankers in 1988 horizontaal in bij de Koninklijke Marine. Gedurende de Irak-Iranoorlog diende hij 6 maanden als mijnenjachtofficier op de 'Maassluis'. In 1990 ruilde Nijman Defensie in voor het bedrijfsleven. In de maritieme sector stortte hij zich op de scheepsbouw. “Ik heb in mijn werk absoluut veel profijt van mijn ervaringen aan boord. Dat maakt het toch iets makkelijker om je in te leven in de behoefte van de bemanningsleden.”

De werkplekken aan boord van de M-fregatten van de Koninklijke Marine dragen het stempel van Alewijnse Marine Systems. Foto: sergeant-majoor Gerben van Es.
Alewijnse Marine Systems installeerde de bekabeling en de commandocentrale op Zr. Ms. Karel Doorman. Foto: Daphne Vermeulen.