03

Dit artikel hoort bij: Landmacht 10

Veilig onder de Stingerparaplu

Tekst Arjen de Boer
Foto SM Maartje Roos

Stingerteams aan bakboord en stuurboord. Stingerteams in landingsbootjes van mariniers. De grote NAVO-oefening Trident Juncture was voor 13 Luchtverdedigingsbatterij Ypenburg een mooie kans om nieuwe werkwijzen te testen.

Tel eens een keer af van 3 naar 1. In de tijd van een diepe zucht schiet een Stinger luchtdoelraket naar zijn doelwit enkele kilometers verderop. De piloot van een gevechtsvliegtuig of helikopter moet reflexen van een superheld hebben om het onheil te ontwijken. “Ze vrezen dit wapen”, zegt opperwachtmeester Corné Scheerhoorn, onderofficier opleiden & trainen van het Stinger Element. “Het is een zogeheten passief wapen, wat betekent dat de vliegers vooraf geen waarschuwing krijgen. Er is te weinig tijd om te reageren.”

Klein in het groot

Terwijl hij dit vertelt, kijkt Scheerhoorn in de miezerregen hoe militairen van het Stinger-element proberen een Nederlandse Cougar transporthelikopter in het vizier te krijgen. Het is een kleine oefening bij de kust van Sierra del Retin binnen de grote multinationale exercitie Trident Juncture (zie kader).

De militairen van 13 Luchtverdedigingsbatterij Ypenburg zakten met 38 mannen en vrouwen af naar Spanje om mee te doen aan de grootste NAVO-oefening in ruim 10 jaar tijd. Meteen ook een test voor eenheden van de NATO Response Force, de snelle reactiemacht die in een tijdsbestek van 5 tot 30 dagen overal ter wereld inzetbaar is. Nederland levert volgend jaar een maritieme taakgroep met schepen en mariniers.

De marinewereld is misschien even wennen voor landmachters. Het leven aan boord kent zo zijn eigen ritme en regels.

Grijs gebied

Daarbij horen dus ook Stinger­teams. Want een effectieve luchtverdedigingsparaplu is onontbeerlijk. “De verdediging van mariniers die aan land gaan, is een grijs gebied. Daar zijn wij voor”, zegt de opperwachtmeester. “Bij een landing is sprake van een bottle neck: er moeten veel mensen en materieel door een relatief kleine opening. Wie op dat moment het juiste middel inzet, kan veel schade berokkenen.”

Stingerteams zijn ´opstapper´ aan boord van het amfibische transportschip Zr.Ms. Johan de Witt en het hydrografisch opnemingsvaartuig Zr.Ms. Snellius.

Kwetsbaar

De Stingerteams beschermen ook marineschepen. Eén team zit op het hydrografisch opnemingsvaartuig Zr.Ms. Snellius en 2 teams schepen in op het amfibisch transportschip Zr.Ms. Johan de Witt. Deze samenwerking is voor het eerst operationeel beoefend op verzoek van de marine. De Snellius heeft met 2 .50-machinegeweren een minimale bewapening. De De Witt heeft ook .50’s en MAG’s, plus 2 Goalkeeperkanonnen die snel vliegende doelwitten op korte afstand kunnen uitschakelen. Per schip moet dus de kwetsbaarheid nauwkeurig worden bepaald voor dreigingen uit de lucht. De Stingerteams kunnen in die lacunes uitkomst bieden.

Tijdens Trident Juncture beproeft het Stinger Element een nieuwe testopstelling met 2 raketsystemen. Mocht de eerste mis zijn, dan fungeert de tweede luchtdoelraket als back up.

Tevreden

“Ik ben tevreden als we bij terugkomst een basiswijze hebben gevonden om te werken aan boord van de Snellius en Johan de Witt”, zegt Scheerhoorn. “Ook is het belangrijk dat we goed hebben kunnen samenwerken tijdens de amfibische landing. Meegaan aan land was wel een primeur. We hebben de procedure weleens getraind op Texel, maar in het echt is alles toch anders.”

Trident Juncture 2015 is de grootste NAVO-oefening in 10 jaar. Van 3 oktober tot 6 november werkten eenheden uit ruim 30 landen ter land, ter zee en in de lucht samen om een fictieve, internationale crisissituatie te bezweren. Aan de oefening deden ruim 36.000 militairen mee, plus zo’n 140 vliegtuigen en meer dan 60 schepen. Nederland leverde ruim 1.300 militairen, plus 5 schepen en 3 helikopters.

De Cougar transporthelikopters van 300 Squadron fungeerden als oefendoelwitten voor 13 luchtverdedigingsbatterij Ypenburg.