04

Dit artikel hoort bij: KMarMagazine 07

‘Schipholbrand veranderde mijn leven’

Hoe handel je als marechaussee in het heetst van de strijd? Als er levens op het spel staan of chaos overheerst. In deze rubriek vertellen collega's over zo'n moment tijdens de dienst. Een moment waarbij het er echt op aankomt.

Het is 26 oktober 2005 als iets voor middernacht een alarm afgaat bij de KMar op Schiphol. Er is brand op de oostflank van de luchthaven, in cellencomplex K. Een detentie- en uitzetcentrum voor vreemdelingen. In de vlammenzee kwamen 11 mensen om het leven.

Het is de nacht die het leven van eerste luitenant Hans van den Muijsenberg (55) veranderde. Hij was de commandant van de dienstploeg van de Algemene Politiedienst (APD). Als opperwachtmeester gaf hij leiding aan een hechte groep opsporingsambtenaren. Van het bedwingen van taxirellen tot het aanhouden van illegale immigranten: de APD stond ervoor. 

Wat was jullie eerste reactie toen het alarm ging?

“Het was de derde nachtdienst op rij voor onze groep. De avond ervoor hadden we al een aantal brandmeldingen gehad uit het cellencomplex. Allemaal loos alarm. Maar deze woensdag was alles anders. Collega’s reden naar de plek toe om te controleren. Zij zagen al ter hoogte van de McDonald’s de vlammen uit het dak slaan.

Op camerabeelden was te zien hoe de gedetineerden vluchtten voor het vuur. (Foto: ANP, Ed Oudenaarden)

Ons bureau op Schiphol Plaza hebben we dichtgedaan. Ik heb de brigade Grensbewaking gevraagd de meldingen in het stationsgebouw over te nemen, zodat we met 4 voertuigen konden uitrukken.

Bij het cellencomplex troffen we 1 grote chaos. Overal vlammen, rook en paniek. Je hoorde mensen gillen. Maar we konden de gedetineerden niet zonder gevaar bereiken. De brandweer was bezig de brand te blussen.

Op zo’n moment heb je 2 prioriteiten. Nummer 1: zorgen voor de veiligheid van je mensen. Nummer 2: Coördineren. Ervoor zorgen dat, als de brand zich uitbreidde, er niet meer slachtoffers vielen.” 

Hoe doe je dat in een dergelijke crisissituatie?

“Ik heb letterlijk jongens moeten vastgrijpen om ze weg te trekken bij de brand, zodat ze zelf niet slachtoffer werden. Dat zorgde voor enorme frustratie. Mensen wilden helpen.

Dan ga je kijken: hoe kan ik ervoor zorgen dat er niet nog meer gedetineerden gevaar lopen? De mensen in de cellen naast blok K waren verzameld op een luchtplaats. Daar stonden 60 tot 70 mensen, helemaal door het dolle heen. Er hing rook, ze stonden benedenwinds en het zou niet lang duren voor ook zij last kregen van hun ademhaling.

Ik en een collega moesten naar binnen, om hen veilig te stellen. Makkelijk ging dat niet. Ze gooiden met messen, met stoelen. Uit paniek, maar misschien ook in een poging om weg te komen. Wij stonden daar met z’n tweeën. Dan denk je wel: als ze zich tegen ons keren, dan kan het fout aflopen voor ons.

Ik heb toen met tussenkomst van de Meldkamer een ME-peloton dat op oefening was in Maaldrift opgeroepen hiernaar toe te komen om ons bij te staan. Samen hebben we toen iedereen ontruimd.”

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid publiceerde in 2006 een rapport over de brand in het cellencomplex bij Schiphol-Oost. Daaruit bleek onder andere dat de brandveiligheid van het gebouw niet in orde was. Ook zouden bouwkundige tekortkomingen ervoor hebben gezorgd dat de brand zich snel verspreidde en de gedetineerden moeilijk waren te redden. (Foto’s: Onderzoeksraad voor de Veiligheid)

Gebeurtenissen die je niet onberoerd laten…

“Ik had op het moment zelf geen plek of tijd voor emotie. Ik voelde me verantwoordelijk. Ik moest er zijn voor mijn teamleden. Toen ik via de porto hoorde dat 2 collega’s afgevoerd waren met rookvergiftiging, raakte me dat wel. Nog erger toen ze, na een bezoek aan het ziekenhuis, met de taxi terugkwamen naar de rampplek om alsnog te helpen. Dat was heel bijzonder.

Elke reactie is een normale reactie bij zo’n abnormale gebeurtenis. De een bevriest, de ander gaat handelen. De 1 valt naderhand stil, de ander wordt boos. Voor mij kwamen de emoties pas in de ochtend, rond een uur of 7, toen de nieuwe dienstgroep ons kwam aflossen. Ik stortte helemaal in. Begon te huilen. Alles wat ik die nacht had gezien en gehoord kwam opeens binnen. Dat vergeet je nooit meer.

Na een aantal maanden belandde ik thuis met een burn-out. Ik trok het niet meer. Ik voelde me onbegrepen in wat we meegemaakt hadden. Ik raakte in conflict op het werk. Mijn relatie strandde. Alles viel om. Ik kon ook niet over de Schipholbrand praten. De herdenking wilde ik niet naartoe: het kwam te dichtbij. Ik had echt tijd nodig. Om toe te laten wat ik meegemaakt had. Ik vond een uitlaatklep in sporten.” 

"Alles wat ik die nacht had gezien en gehoord kwam opeens binnen. Dat vergeet je nooit meer."

Hoe kijk je erop terug?

“Als je kijkt naar hoe weinig middelen en mensen we hadden toen dit gebeurde… we hebben echt alles gedaan wat we konden doen met gevaar voor eigen leven. Ik ben trots dat ik op dat moment leiding gaf aan een dienstploeg waarbij iedereen van elkaar op aan kon.

Als je voor deze baan tekent, sta je niet stil bij dat zoiets kan gebeuren. Ook niet bij de offers die het je kost. De Schipholbrand heeft mijn leven veranderd. Ik kijk nu meer naar wat ik wel heb, dan naar wat ik niet heb. Het leven kan zo over zijn. Ik wil me alleen nog maar druk maken over zaken die er echt toe doen.

Wat wij die nacht hebben meegemaakt was heftig. Maar toch heeft de KMar mij ook veel mooie momenten gebracht. Ik heb de hele wereld over gereisd. En nu werk ik bij de brigade Grensbewaking van Schiphol. Dit blijft toch de plek waar het voor mij voelt als thuiskomen. De reuring hier: ik stap de deur uit en zie de hele wereld voorbijlopen.

Ik heb de pijn van die tijd losgelaten. Ik kan er nu ook over praten en ik vind ook dat het verhaal verteld moet worden. Als er weer een herdenking komt van de Schipholbrand, durf ik daar nu wel naar toe te gaan. Daar heb ik nu ruimte voor.” 

Rechtsonder op de foto het afgebrande cellencomplex. Foto: ANP, Ed Oudenaarden

Ben of ken jij een collega die iets bijzonders heeft meegemaakt tijdens de dienst? Een moment waarbij ‘het erop aankwam’? Laat het ons weten via kmarmagazine@mindef.nl.

Tekst: ritmeester Saminna van den Bulk | Foto’s: Phil Nijhuis