Van strooibiljet tot personeels-magazine

Al ruim acht decennia verschijnt er – vrijwel – iedere maand een Vliegende Hollander, hét personeelsblad van de Koninklijke Luchtmacht. Sinds 2014 is dat als digitaal magazine, de 69 jaar daarvoor als een papieren tijdschrift. Maar hoe is die Vliegende Hollander in mei 1945 eigenlijk ontstaan? Dat kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen.

x
Leestijd: 8 minuten

Tekst: Arno Marchand | Foto’s: uit openbare internetbronnen en archief de Vliegende Hollander

De voorkant van het eerste DVH-strooibiljet.
De eerste Vliegende Hollander – nog ongenummerd – zoals uitgeworpen door de RAF.

Of eigenlijk, toch wél. De geschiedenis van De Vliegende Hollander (DVH) gaat namelijk nog twee jaar verder terug, naar 22 mei 1943. Dan wordt de eerste editie van DVH boven bezet Nederland verspreid. Het pamflet (in het Engels leaflet) bestaat uit een enkel en soms dubbel vel dun papier dat de bemanning van Britse bommenwerpers als bundel met de hand door een buis of bodemluik van de vliegtuigen naar buiten werpt. De ondertitel van het strooibiljet luidt dan ook: ‘Verspreid door R.A.F. op weg naar Duitschland’, en in een oranje schild staat naast de titel ‘Duitschland kan den oorlog niet winnen.’

Collage van een groot wit pand aan een weg in Londen met een rode dubbeldekker ervoor, twee herinneringsstenen op een gevel en een toegangsdeur met de naam van het pand erboven.
Twee herinneringsstenen met de belangrijkste uitspraak van premier Gerbrandy op Radio Oranje op 5 mei 1945. Ze zijn aangebracht op de gevel van Stratton House aan Picadilly in Londen. De onthulling ervan vond pas plaats in 2005 door minister-president Balkenende. Foto’s: Arno Marchand

Radio

Maar waarom een strooibiljet? Dat heeft alles te maken met wat er in het voorjaar van 1943 in Nederland gebeurt. Nadat de Nederlandse regering in mei 1940 noodgedwongen moet uitwijken naar Groot-Brittannië, is radio het enige medium om ‘onzichtbaar’ vanuit Engeland in de Nederlandse huiskamers terecht te komen. Dat kan in die tijd ook nog, omdat het bezit van radio’s niet door de Duitsers is verboden. De zender heet Radio Oranje en de redactie ervan is ondergebracht bij de Nederlandse regering in ballingschap. Die heeft onderdak gevonden op de bovenste drie verdiepingen van Stratton House van de BBC, de Britse radio-omroep in Londen. De uitzendingen vertellen het verhaal dat de Britse en Nederlandse overheidsdiensten wíllen vertellen. Dat hoeft niet de ‘onwaarheid’ te zijn, maar het is zeker een gekleurde versie van wat er werkelijk gebeurt. Dat is overigens geen bijzonderheid in een oorlog.

Collage van zwart-witfoto’s van militairen die pakketjes in een oude bommenwerper laden.
Zo begint de verspreiding van de Vliegende Hollander. Pakketjes worden met de hand ingeladen in bommenwerpers zoals deze in WO II operationeel al snel verouderde Armstrong Whitworth Whitley’s.

Ondergronds

Het ontvangen van Radio Oranje-uitzendingen gaat naar omstandigheden goed, tot de April-Meistaking van 1943. Dan leggen zo’n 500.000 Nederlanders hun werk neer uit protest tegen de ‘Arbeitseinsatz’. Dat is het gedwongen werken van Nederlandse jongens en mannen in de Duitse oorlogsindustrie. Het is een van de grootste Europese protesten tegen de nazi’s in heel WO II. De reactie van de Duitsers is fel. Niet alleen worden honderden Nederlanders gevangengenomen en zo’n tweehonderd vermoord, maar ook moeten bijvoorbeeld alle radio’s worden ingeleverd. Vanaf dat moment gaat de radio ‘ondergronds’. Luisteren naar Radio Oranje is vanaf dan met gevaar voor eigen leven. Duitsers speuren radio’s namelijk actief op. Word je betrapt, dan volgt in het gunstigste geval gevangenisstraf.

Getekende doorsnede in sepiakleuren van een vliegtuig waarin enkele bemanningsleden bezig zijn met het naar buiten werpen van pamfletten.
En zo worden de eerste pamfletten uit een bommenwerper gegooid, in deze tekening uit een Vickers Wellington van de RAF. Pamfletten hadden de codenaam ‘Nickels’ en het verspreiden ervan werd ‘Nickelling’ genoemd.
Zwart-witfoto van een bemanningslid dat op zijn knieën in een vliegtuig zit en een stapel pamfletten in een buis schuift.
Een RAF-bemanningslid van een Armstrong Whitworth Whitley drukt een bundel leaflets door een buis in de vliegtuigbodem.

Weekblad

Daarom zoekt de Nederlandse regering in Londen naar een ander middel om Nederland van informatie te voorzien. Dat is snel gevonden in de vorm van strooibiljetten – ook wel vlugschriften genoemd – die boven bezet gebied worden uitgeworpen. Niet de eerste, maar wel de bekendste Nederlandse titel daarvan is ‘De Vliegende Hollander’. Om het te lezen hoeven Nederlanders niets anders te doen dan het pamflet oprapen. Dat is overigens evenzo gevaarlijk als radioluisteren wanneer de Duitsers je betrappen. Maar met een week- en later zelfs dagblad krijgt de Nederlandse bevolking vanuit Engeland op min of meer dezelfde manier ‘nieuws’ als voor de oorlog. Al is dat met de nodige beperkingen.

Zwart-witfoto van een groep mannen die rond een tafel zitten en staan.
Lou de Jong (midden), in 1944 samen met andere redactieleden van Radio Oranje, de Vliegende Hollander en een militair. Foto: Beeldbank WO2, NIOD, Collectie BBC Radio

Dagelijks

Bij de start van DVH is de chef van Radio Oranje tevens de hoofdredacteur. De later zeer bekende Nederlandse historicus Lou de Jong is dan redacteur voor de pagina buitenlands nieuws. Het blad moet volgens hem een ander karakter krijgen dan de al bestaande strooibiljetten. DVH moet een weekblad worden met het voornaamste nieuws, kaarten en foto’s. Daarmee geeft hij duidelijk aan dat het geen politiek blad is. Voor die tijd zou je het dus relatief onafhankelijk kunnen noemen. De tekst in DVH komt voor een deel van de radioredactie, voor een deel is het specifiek voor het blad gemaakt. De redactie krijgt bij de start het blad meteen hulp van officiële Engelse en Amerikaanse instanties. Op 10 september 1944 wordt De Jong hoofdredacteur. Samen met anderen besluit hij om van DVH vanaf nummer 50 uit oktober 1944 een (vrijwel) dagelijkse uitgave te maken.

Een zwarte B-17 Flying Fortress met op de neus de naam “Tondelayo” en de afbeelding van een vrouw.
Een van de weinige foto’s van een zwarte Amerikaanse bommenwerper, zelfs in kleur. Deze B-17G is van de commandant van 406th NLS lieutenant-colonel Aber. Na een missie op 4 maart 1945 boven Nederland komen hij en zijn copiloot Harper om door Brits eigen vuur. Hij kan nog wel de rest van zijn bemanning veilig per parachute laten ontsnappen.

Verspreiding

Maar berichtgeving werkt pas als het zijn publiek bereikt. Het uitwerpen van de vlugschriften, de Vliegende Hollander maar alle andere ook, gebeurt eerst vanuit Britse bommenwerpers. ‘Verspreid door de R.A.F. op weg naar Duitschland’ luidt niet voor niets de ondertitel van DVH. De Britten hebben het bombarderen van Duitsland verdeeld met de Amerikanen: laatstgenoemden overdag, de Britten ’s nachts. Dat is in beide gevallen een hachelijke onderneming. Zo verliest het Britse Bomber Command van RAF in WO II bijna 45 procent (55.000 man) van de 125.000 bemanningsleden en raken nog eens 18.000 gewond. Bij de Amerikaanse Army Air Force (USAAF) komen maar liefst 27.000 bommenwerperbemanningen om en raken 9.000 gewond.

Links: zwart-witfoto van een groep mannen die stapels papier in een grote huls schuiven. Rechts: Een man begeleidt het plaatsen van een Monroe-bom in het bommenruim van een vliegtuig.
Links: In een loods werkt Amerikaans personeel aan het met pamfletten vullen van kartonnen Monroe-bommen. Tien ervan pasten precies in het bommenruim van een B-17. Meer dan 75.000 Monroe-bommen zijn er gemaakt. Rechts: Het ophangen van een Monroe-bom in een bommenruim.
Een militair bekijkt een ontsteker van een bom van dichtbij.
Captain James Monroe bekijkt een ontsteker van een T-1 bom van dichtbij.

Monroe-bom

Tijdens een bombardementsvlucht gooit de bemanning van enkele Britse bommenwerpers, in eerste instantie de pamfletten door een lichtkogelschacht of een luik in de bodem van het vliegtuig naar buiten. Handwerk dus en heel primitief. Later worden Britse bommenwerpers en eenheden speciaal voor deze taak uitgerust. Vanaf augustus 1943 nemen de Amerikanen de verspreidingstaak van DVH over. De ondertitel luidt vanaf dan: ‘Verspreid door de geallieerde luchtmacht op weg naar Duitschland’.
Een echte verandering komt er in het voorjaar van 1944 als de Amerikaanse bewapeningsofficier captain James Monroe een ‘kartonnen bom’ uitvindt. Daarin passen per stuk 40.000 tot 80.000 pamfletten, zoals DVH. Door een ontsteker met vertraging scheurt de T-1 ‘Monroe bomb’ of ‘leaflet bomb’ open op een vooraf ingestelde hoogte. Daarna verspreiden de strooibiljetten zich over een relatief beperkt gebied. Dat werkt veel beter en directer dan vanaf tien kilometer hoogte pamfletten naar buiten werpen. Daarbij waaieren de vlugschriften over een te groot gebied uit.

Een aantal mannen in groene overalls staat en zit gehurkt naast de neus van de B-17 en kijkt naar een bord met daarop drie grote gele tanks.
Nóg een zeer bijzondere kleurenfoto: personeel van het 422nd NLS – met als bijnaam ‘Newsboys of the Eighth’ – krijgt uitleg onder de neus van Flak Alley Lil, een zwarte B-17 Flying Fortress. Het squadron wierp bijna anderhalf miljard pamfletten af boven Europa tijdens 319 nachtvluchten.
Acht Monroe-bommen vallen uit een vliegtuig richting een stad.
Acht van de maximaal tien Monroe-bommen die een B-17 kan meedragen vallen boven de Duitse stad Merseburg.

Excuses

Eerst gaan de pamfletbommen mee met reguliere bombardementsvluchten boven Europa, overdag dus. Later gebeurt dat met speciale Night Leaflet Squadrons (NLS), die met zwart geschilderde bommenwerpers niets anders doen dan strooibiljetten in Monroe-bommen in de nacht boven bezet gebied uitwerpen. Nickelling-vluchten zijn relatief veilig omdat de Duitsers eerder richten op grote groepen bommenwerpers, dan op enkele vliegtuigen met pamfletten. Dat zijn overigens niet alleen informatieve bulletins zoals DVH. Zo worden in 1945 excuuspamfletten uitgeworpen boven Den Haag, kort na het ‘vergisbombardement’ van Bezuidenhout op 3 maart. Het doel daarvan is het Haagse Bos waar Duitse V2-raketinstallaties staan opgesteld. Helaas wordt de naastgelegen woonwijk grotendeels platgebombardeerd.

Een bemanning poseert voor de neus van de B-17 met de naam Paper Doll op de neus en een afbeelding van een vrouw ernaast.
Namen als Paper Doll waren niet uniek voor Amerikaanse bommenwerpers, maar in het geval van deze B-17F van het 422 NLS wel extra treffend. Op de neus staan 50 markeringen van Monroe-bommen (en twee gewone bommen), één voor elke overleefde missie.

40 miljoen

De Amerikaans-Britse Psychological Warfare Division is tijdens WO II verantwoordelijk voor de verspreiding van pamfletten. Door hun opdrachten worden vele miljarden pamfletten over Nederland en de rest van Europa verstrooid. De Jong beschrijft zelf de stijging van het aantal Vliegende Hollanders in het 139ste strooibiljet, dat overigens als ‘laatste nummer’ verschijnt: In oktober ’44 ruim 3 miljoen, in november 4 miljoen, in december 3,5 miljoen, in januari 2,5 miljoen, in februari 4,5 miljoen, in maart 6 miljoen, in april 5,5 miljoen. De Jong geeft ook aan dat de samenwerking met Engelse en Amerikaanse diensten ‘niets te wensen overliet’. “Eens per week had ik een bespreking met een sergeant van de Amerikaanse luchtmacht. Aan hem gaf ik dan de opdracht boven welke steden de eerstvolgende nummers gedropt moesten worden.’ In totaal worden in twee oorlogsjaren veertig miljoen exemplaren van de Vliegende Hollander boven Nederland verspreid.

Bemanningsleden van een F27 van de luchtmacht werpen kopieën van het laatste strooibiljet uit het vliegtuig.
Op 30 april 1985 worden tijdens een herdenkingsvlucht vanuit een Fokker F27 van 334 Squadron replica’s uitgeworpen van het laatste DVH-strooibiljet. Met de hand blijkt toch niet makkelijk… Foto: uit collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie
De voorkant van het laatste DVH-strooibiljet.
De laatste editie van de WO II-versie van de Vliegende Hollander. De oorlog in Europa is voorbij.

Luchtmacht

De belangrijkste uitgave van de Vliegende Hollander is het hierboven genoemde nummer 139. Daarin wordt namelijk de bevrijding van Nederland en de rest van Europa aan het Nederlandse volk duidelijk gemaakt. Overigens zijn niet alle 139 edities ook daadwerkelijk boven Nederland uitgestrooid. Soms was het nieuws al dusdanig verouderd dat het geen zin meer had het blad te verspreiden.
Het einde van WO II (in Europa) betekent dus niet het einde van De Vliegende Hollander, want het Directoraat der Nederlandse Luchtstrijdkrachten neemt de titel van het blad met een luchtmachtgeschiedenis graag over. Meteen vanaf mei 1945 wordt het als informatie- en personeelsblad van en voor de luchtmacht ingezet. En dat is het tot op de dag van vandaag nog steeds.