Tekst Arno Marchand
Foto sergeant Cinthia Nijssen

Project STRONG – kleding is emotie

Zo’n veertigduizend Nederlandse militairen in het nieuw steken doe je niet zomaar. Maar vanaf dit voorjaar vervult Soldier TRansformation OnGoing – kortweg STRONG – in vier jaar tijd de langverwachte vervanging van helm, kleding, laarzen en uitrusting. Alles binnen de armlengte van de militair wordt vervangen.

Vanaf begin dit jaar verandert STRONG alle militairen ingrijpend. STRONG is een overkoepelend begrip waaronder vier hoofdprojecten vallen: vervanging van de helm, gevechtskleding, laarzen en uitrusting. De militair krijgt een compleet soldaatsysteem, waarin alles met elkaar samenhangt en op elkaar past.

Binnen het CLSK kregen de Object Grondverdediging Noord en Zuid de eerste uitrustingsstukken. Medio april gebeurde dat bij het 640 Squadron op Volkel.

Wat de militair krijgt, is afhankelijk van zijn functie

Wat krijgt de CLSK-militair?

Als eerste: dé CLSK-militair is er niet. Om maatwerk – het kernwoord bij STRONG – te leveren, wordt iedere militair door specialisten van het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrustingsbedrijf (KPU-bedrijf) ingemeten. Dat gebeurt in de inmeettrailer; met gegevens daarvan kan later alles perfect op maat worden geleverd. Want wat een militair krijgt, is afhankelijk van zijn of haar functie. De militair op een staf krijgt wel nieuwe kleding, maar de uitrusting in zijn geheel niet. Hij of zij levert zijn oude wel in, en krijgt bij plaatsing buiten een staf alsnog de benodigde attributen geleverd. Een kledingsteunpunt (KSP) op een onderdeel zorgt in alle gevallen voor de uitgifte van de goederen.

Voor wie er recht op heeft, bestaat de uitrusting uit:

  • Helm - 25% lichter, voorzien van mogelijkheden om onderdelen aan te klikken
  • Draagvest met ruimte voor ballistiek - keuze uit twee modellen
  • Gevechtsriem
  • Rugzak - keuze uit vier modellen
Om optimaal te profiteren van alle STRONG-voordelen is specialistische uitleg van kerninstructeurs nodig. Daarvoor zijn er binnen heel Defensie ruim driehonderd opgeleid die nu instructie geven bij de verstrekking.

‘Veel heilige huisjes en iedereen heeft zo zijn voorkeuren’

Emotie

Wat de luchtmachters nodig hebben, verschilt dus per squadron en dan ook nog per functie. Bij de KLu moeten ongeveer 8.500 militairen uitgerust worden, verdeeld in vijf groepen: 1 heeft alles nodig, 5 het minst. De coördinatie hiervan doet kapitein Gerry Veeke van de Afdeling Materieellogistieke Gereedheid & Externe Assortimenten (AMGEA) op de luchtmachtstaf in Breda. Hij is, zoals hij zelf zegt, vraagbundelaar van wensen voor kleding en uitrusting van de velden en KPU-bedrijf. “Kleding is emotie”, zegt hij. “Er zijn veel heilige huisjes en iedereen heeft zo zijn voorkeuren.”

Het succes van STRONG voor het CLSK zit volgens Veeke in de luchtmachtafvaardiging in de regiegroep. “Zo hebben we goed in de gaten wat belangrijk is voor wie. Voor een klein, maar ook flexibel operationeel commando met heel divers personeel, is dat belangrijk. Wij zijn heel anders ingericht dan bijvoorbeeld het CLAS (Commando Landstrijdkrachten, red) dat veel massaler is.”

Volgens Veeke ontvangt al tachtig procent van het luchtmachtpersoneel de nieuwe uitrusting voor mei 2022. Dat percentage ligt hoger dan bij de andere operationeel commando’s. Volgens hem komt dat door de hogere flexibiliteit van het CLSK.

‘336 versneld ingemeten voor nieuwe uitrusting’

Successen

Door zijn contacten in de projectgroep boekte Veeke al een flinke winst. “Ik wist dat DOSCO in maart geen militairen kon leveren voor inmeten en 336 Squadron gaat eind dit jaar op uitzending naar Mali. Door mijn netwerk kon 336 versneld ingemeten worden zodat ze met nieuwe uitrusting kunnen opwerken en op uitzending gaan. Personeel dat op uitzending gaat, krijgt voorrang bij kleden.”

Ook werkt het CLSK met een afspraaksysteem zowel voor inmeten als het ophalen van de uitrusting. Het KPU-bedrijf heeft dat nu overgenomen voor alle eenheden en individuele planningen. Door gebruik te maken van ‘lean logistiek’ bij transport naar, en uitgifte door een KSP, blijft menselijke inzet en overslag zo beperkt mogelijk.

Het 640 Bewakingssquadron op Vliegbasis Volkel krijgt bijvoorbeeld het Protectievest met draagvest A, een rugzak van 37 liter en een helm.

‘Interimkleding is het camouflagepak van de mariniers in NFP-kleuren’

Kleding vertraagd

Helaas is de productie en levering van kleding vertraagd door een rechtszaak in het kader van Europese aanbesteding. “Dat gaf een uitdaging,” zegt Veeke, “want ondertussen is de voorraad Woodland wel op.” Daarom is een tussenvariant nodig die nu onder de noemer Interim-NFP wordt geleverd. NFP is het Netherlands Fractal Pattern, het camouflagepatroon van alle de toekomstige kleding en uitrusting. Het gevechtspak daarvan is gebaseerd op het camouflagepak van de mariniers. “Ik heb het zelf nog niet eens gezien, zo nieuw is het”, zegt Veeke.

De uiteindelijke NFP-kleding wordt naar verwachting vanaf 2023 geleverd. Net als het CLAS krijgt het CLSK daarvan de groene NFP-variant, de vloot de blauwe. Desert-kleding is net als nu een aanvullend pakket. Functiegerelateerde kleding valt ook buiten dit project, maar AMGEA wil in samenwerking met de luchtmachtonderdelen ook deze pakketten gaan samenstellen.

Het interim NFP-kledingpakket bestaat voor de aangewezen militairen uit:

  • Basisjassen en -broeken
  • Regenjas

In beperkter mate zijn beschikbaar:

  • Combatshirts
  • Baseball cap
Oude helm eruit, nieuwe erin. Naast helm, uitrusting en later kleding, krijgen de militairen ook nog nieuwe laarzen.

‘Hearts and minds van alle militairen terugwinnen’

Hoe verder?

Loopt het project verder helemaal zoals gepland? Net zoals in de hele wereld heeft ook STRONG last van corona waardoor onder meer leveranciersproblemen ontstaan. Veeke: “Zo was de eerste CLSK-levering voorzien in het najaar 2020, dat is nu april 2021 geworden. Ook is vertraging ontstaan bij het inmeten van de rest van het CLSK-personeel; we moeten nog zo’n 4.700 man en vrouw. Begin mei is het Defensie Helikopter Commando aan de beurt, gevolgd door de rest van het personeel van het Air Mobility Command op Vliegbasis Eindhoven en de andere velden. In het buitenland geplaatste luchtmachters krijgen hun nieuwe kleding bij terugkomst in Nederland, maar we kijken wel of we hen buiten Nederland al kunnen inmeten.”

Volgens Veeke maakt Defensie echt een inhaalslag door militairen nu te voorzien van goede uitrusting en binnen twee jaar van kleding. “Jarenlang klaagden militairen over het ontbreken daarvan. STRONG is dan ook niet alleen ter verbetering van kleding en uitrusting, maar ook om de ‘hearts and minds’ van alle militairen terug te winnen. Het is een monsterproject waarbij we in vier jaar de complete krijgsmacht in het nieuw te steken.”

STRONG-app beschikbaar in Mijn Defensie

“In de STRONG-app staan alle uitrustingsstukken weergegeven en wordt het gebruik ervan uitgelegd,” geeft een tevreden majoor Sebastiaan Postema aan. Als reservist gaf hij twee jaar leiding aan het mobiele implementatieteam van DMO en werkte samen met JIVC en Expertisecentrum e-learning (ECE) van de landmacht voor de teksten, foto’s en films voor de STRONG-app. Het ECE maakte eerst een STRONG-app voor de kerninstructeurs, die dit jaar is overgezet in de Mijn Defensie-app. Bij dit werk hoorde ook het schrijven van lesplannen voor kerninstructeurs en de ondersteuning van hen. Postema: “Van ons kregen ze alle ‘nitty gritty details’ te horen zodat zij nu precies weten hoe alles werkt. In september is de cursus ‘kerninstructeurs nieuwe gevechtsuitrusting’ gestart en al in december was het gros van hen opgeleid.”

Militairen kunnen de STRONG-app sinds afgelopen maart al downloaden in de Mijn Defensie-app op de iOS- en Android-apparaten van Defensie. In een MULAN-omgeving is de app te gebruiken via https://mijndefensie.mindef.nl/apps/strong.

Defensie.nl bevat een webpagina die volledig in het teken staat van de nieuwe kleding en uitrusting.

Voor zijn bijdrage aan de STRONG-app ontving majoor Sebastian Postema onlangs de Commanders Coin van de directeur Wapensystemen en Bedrijven van de DMO, brigadegeneraal Ernst Dobbenberg. Foto: DMO