Tekst Jopke Rozenberg-van Lisdonk
Foto boven: sergeant Jasper Verolme

‘We zitten middenin de fase van vernieuwen en moderniseren’

Eerder zei hij nog dat de mens de cruciale factor is voor de luchtmacht van de toekomst. Maar welk perspectief kan luitenant-generaal Dennis Luyt zijn personeel bieden wanneer de vier operationeel commandanten gezamenlijk aan de noodbel trekken?

Het móest aan de grote klok

Als hij eraan terugdenkt, bekruipt hem weer dat ongemakkelijke gevoel. De Commandant Luchtstrijdkrachten deed begin april met zijn drie evenknieën in de pers een boekje open over de gebrekkige inzetbaarheid en de financiële problemen van de krijgsmacht. Het was een uitzonderlijke stap die de vier maakten. Maar volgens hen móest het aan de grote klok om het tij te keren.

In dagblad Trouw deden de vier operationeel commandanten een boekje open over de gebrekkige inzetbaarheid en de financiële problemen van de krijgsmacht. Bron: Trouw

‘De vierkante meter wordt voor iedere militair beter’

Vernieuwen en moderniseren

Ondanks de onzekerheid hoe en of er de komende tijd (flink) geïnvesteerd wordt in de krijgsmacht, ziet Luyt de toekomst voor zijn personeel positief in. “We zitten midden in de fase van vernieuwen en moderniseren. Dat geldt voor het vliegend materieel, maar ook de vrachtwagens worden bijvoorbeeld vervangen. Bovendien is en wordt er momenteel defensiebreed veel aangepakt als het gaat om uitrusting, legering en de bijbehorende WiFi; de vierkante meter wordt voor iedere militair beter. Binnen de luchtmacht zijn we verder volop bezig met het efficiënter inrichten van de organisatie op basis van vier commando’s en een kleinere centrale staf.”

Omdat het huidige personeel dat verdíent

Investeren in personeel

Ook de eerste stappen om – in rechtstreekse zin – meer te investeren in personeel zijn reeds gemaakt. Denk aan experimenteren met meer mogelijkheden voor maatwerkcontracten en meer bevoegdheden voor commandanten in de lijn. Dat is hard nodig, stelt Luyt. Net zoals investeren in een nieuw loongebouw, meer marktconforme salarissen inclusief toelagenstelsel en een moderner personeelssysteem (een vervanger van PeopleSoft). Niet alleen omdat hij vindt dat het huidige personeel dat verdíent, maar ook om interessant genoeg te zijn voor nieuw personeel. “We moeten steeds meer concurreren met het bedrijfsleven. Iedereen zit te springen om analytisch personeel, techneuten en cyberspecialisten, maar die zijn schaars. Ook is er krapte aan uitvoerende vaklui. Al die mensen moeten we meer kunnen bieden dan dat we nu doen. Daarvoor is echter wel meer budget nodig.”

Een modern loongebouw en maatwerkcontracten zijn een belangrijk onderdeel van de investeringen in personeel. Foto’s: sergeant Cristian Schrik

Stekker-stopcontacten

Daarbij heeft de commandant ook (flink) extra geld nodig voor een goede inzetgereedheid en om op niveau te kunnen opereren. “Mijn zorg is dat we straks allemaal prachtige moderne wapensystemen hebben, die we niet optimaal kunnen benutten.” Luyt doelt daarmee op de F-35, MRTT, Reaper en de nieuwe versies van de Chinook en (straks) Apache. “Dan sta je met de stekker van zo’n modern vliegtuig in je hand, omdat die heel veel informatie en data heeft verzameld die je met andere krijgsmachtdelen en coalitiepartners wil delen, maar dan vind je nergens een stopcontact… Het budget om die hele infrastructuur aan te leggen, hebben we keihard nodig.”

‘Zonder vernieuwing waren we sowieso niet meer relevant’

De financiën waren de afgelopen jaren structureel al te krap, volgens de defensietop. Het vernieuwen en moderniseren van de luchtmachtvloot gebeurt dan ook in beperkte aantallen. Zo worden de 68 F-16’s vervangen door slechts 46 F-35’s. Ook van de MQ-9’s heeft Defensie volgens de generaal ‘een bescheiden aantal van vier stuks’ gekocht. “Maar als we die vernieuwing niet hadden gedaan, waren we sowieso niet meer relevant geweest”, oordeelt hij. Dat de verwachtingen van de samenleving hoog zijn met al die nieuwe wapensystemen, snapt hij. Maar zijn vrees is dat hij ze zonder extra geld maar gedeeltelijk kan waarmaken, omdat ‘die stekker-stopcontacten nog niet kloppen’. “Uiteindelijk moet al die data die we hebben bij onze mensen op de grond en op zee gebruikt kunnen worden.”

Geprezen kwaliteit

Ondanks de oproep om meer te investeren noemt de generaal het glas halfvol. “En volgens mij voelen veel meer luchtmachters dat zo. Want wát we doen, doen we over het algemeen erg goed. Dat is niet per se om onszelf op de borst te kloppen, maar dat is echt een kwaliteit waarom we worden geprezen binnen de NAVO.”

‘Dat spreekt boekdelen’

Hij noemt de vele leidende rollen die Nederland, als kleine deelnemer met relatief bescheiden inzet, werd gegund in de grote (jachtvlieg)operatie in het Midden-Oosten in de strijd tegen IS. Of de intensieve inzet van onze helikopters in Afghanistan en Mali. “Dat spreekt boekdelen. Die verantwoordelijke taak krijg je als land niet zomaar toebedeeld. Dat is een combinatie van relevante capaciteit en goede aircrews die leiderschap tonen en op een verantwoordelijke manier de missies uitvoeren.” Ook de analysecapaciteit op Leeuwarden die bijna drie jaar lang werd geleverd ten behoeve van inlichtingenproducten voor operaties in Afghanistan en Irak, is volgens de generaal niet vanzelfsprekend voor een land dat zelf nog geen MQ-9 heeft. “Die taak is ons gegund en wordt ons toevertrouwd omdat we initiatief nemen en kwaliteit leveren.” Daarnaast heeft Nederland regelmatig tijdens internationale vliegoefeningen een voortrekkersfunctie vanwege de hoge kwaliteit en het vermogen dat over te brengen aan coalitiepartners.

Nederland voerde voor de NAVO verantwoordelijke taken uit, zoals grote jachtvliegoperaties leiden in het Midden-Oosten en het maken van inlichtingenproducten op basis van beelden van MQ-9’s van coalitiepartners. Luyt: “Dit word je niet zomaar toebedeeld, maar wordt ons toevertrouwd omdat we kwaliteit leveren.” Foto’s: sergeant Jan Dijkstra

‘Wie wil aan tafel met een klaploper?’

NAVO-contributie

Maar die zogenoemde gunfactor en de goed opgebouwde positie binnen de coalitie kantelt zodra het gesprek over de ‘NAVO-contributie’ gaat, ervaart de commandant. Een onwetende Nederlander zou zich af kunnen vragen hoe erg dat nou eigenlijk is. Want als wij het niet doen, zal een andere lidstaat het wel oplossen, toch? “Ja, mogelijk wel, maar dat is niet zonder gevolgen”, meent Luyt. “Als wij niet een deel van de risico’s, lasten en verantwoordelijkheden dragen binnen ons gezamenlijke bondgenootschap, dan zullen we dat ook op andere gebieden buiten Defensie gaan merken zoals in onze handelspositie. Veel van onze veiligheid, welvaart en ons verdienvermogen hangt ook af van de manier waarop we ons opstellen in de internationale gemeenschap; hoe je daar je rol pakt. Je zult minder vaak mee mogen praten als het gaat over belangrijke grensoverschrijdende onderwerpen. Want wie wil er nou aan tafel met een klaploper? Dat moet Nederland zich goed beseffen.”

De cijfers

Nederland besteedt momenteel slechts 1,4 procent van het bruto binnenlands product aan Defensie. De NAVO-norm is echter 2 procent. Van de 27 Europese NAVO-lidstaten staat Nederland met haar investering in de onderste helft op nummer achttien. Tweederde van de landen belooft de komende jaren te groeien naar de NAVO-norm of zit daar al boven. Nederland heeft zich hierover nog niet uitgesproken.

Alle NAVO-lidstaten hebben met elkaar de afspraak om twee procent van het bruto binnenlands product in Defensie te investeren. Niet alle landen komen die afspraak na. Foto: NAVO

Miljardeninvestering

De vier operationeel commandanten menen jaarlijks minstens vier miljard extra nodig te hebben voor een goed basisherstel van de krijgsmacht. Maar daarmee voldoet Nederland dan nog niet aan de afgesproken twee procent-norm van de NAVO. Daarvoor is zes tot zeven miljard per jaar extra nodig. Luyt: “Met dat bedrag kan er geïnvesteerd worden in noodzakelijke vernieuwing en groei. Broodnodig als we opgewassen willen zijn tegen de conflicten van deze tijd.”

Noodgedwongen harde keuzes maken

Maar wat als die miljardeninvestering door de politiek uitblijft? “Dan moeten we als krijgsmacht noodgedwongen harde keuzes maken”, stelt Luyt. “We moeten dan naar een nóg kleinere krijgsmacht, waarmee we eigenlijk helemaal niet meer voldoen aan de NAVO-norm. Dus een been of arm afhakken om de rest van het lichaam zo gezond mogelijk te houden. Zo kunnen we dan toch die paar stappen van vernieuwing doorvoeren die keihard nodig zijn. Wat dat betekent voor de luchtmacht kan ik nu absoluut nog niet zeggen. Intern Defensie zullen we dan de balans moeten opmaken. Mijn opdracht krijg ik van de Commandant der Strijdkrachten; dus mocht het nodig zijn, zal ik met hem en de collega-commandanten van de andere OPCO’s (operationeel commando’s, red.) dat gesprek gaan voeren.”

Teamgevoel

“Wat in ieder geval niet zal veranderen voor de luchtmachter, is dat we altijd werk zullen bieden dat zinvol en van betekenis is,” benadrukt hij optimistisch. “Onze organisatie onderscheidt zich daarnaast door het familie- en teamgevoel. We merken dat dit ook jonge mensen inspireert en aantrekt. We bieden wat dat betreft veel meer dan een pay check alleen.”

De toekomst voor de luchtmachter ziet er volgens Luyt positief uit. Foto: sergeant Jan Dijkstra