02

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 05

‘One size fits all’ past niet meer

KMSL neemt ‘vlucht’ naar Air Campus

Verhulst: “Opleiden móet anders. Omdat de luchtmacht verandert maar ook, omdat de maatschappij het vraagt.”

Zelf liep ze 22 jaar geleden als ‘spijkerbroek’ de KMSL binnen om onderofficier te worden. Het huidige Hoofd Opleidingen KMSL, luitenant-kolonel Martine Verhulst, zou 4 jaar bij de luchtmacht blijven, op een toen nog Beroeps Bepaalde Tijd-contract. “Dacht ik. Na mijn studie kreeg ik de mogelijkheid om Officier te worden. Dat maakt het werk in deze luchtmachtorganisatie ook zo leuk. Als je wilt en ambitie toont, zijn er zoveel kansen om te benutten.”

De KMSL heeft een uitdaging. En zelfs 2: voldoende opgeleide korporaals en onderofficieren leveren voor het operationele bedrijf – het Commando Luchtstrijdkrachten – én opleidingen zo aanpassen dat leerlingen ze willen volgen. “De aspirant militair komt om te werken bij de luchtmacht. Daarvoor heeft hij of zij een opleiding nodig en die geven we hier.”

Verhulst: “Wij halen nu als luchtmacht de aanstellingsopdracht nog niet. Er moet dus iets gebeuren.”

Maar opleiden móet anders. “Omdat de luchtmacht verandert en omdat de maatschappij het vraagt. Díe is veranderd en de mensen evenzo. De leerling van nu is niet meer die van vroeger. We zijn dan ook ‘onderweg naar een 5egeneratie in onderwijs’. We leren nog continue en hebben dus ook nog niet overal antwoord op. We zien vele bewegingen om ons heen. Daarvan hebben we er 4 benoemd die voor ons het meest relevant zijn.”

1 Next generation

“De term ‘next generation’ is vaker gebruikt, maar de leerlingen die nu binnenkomen zijn opgegroeid in de ‘nieuwe wereld’ met internet als belangrijkste kennisbron. Dat is wezenlijk anders. Zij leren op een andere manier en gebruiken internet anders dan oudere generaties. Dan moet je dus ook je opleiding veranderen: Dus niet alleen klassikaal lesgeven maar aanpassen aan de doelgroep, want anders ga je mis-matchen. Het is een must om na te denken hoe je lesstof gedifferentieerd aan kan bieden.”

2 Nieuwe technologieën in onderwijs

“Wij kunnen als school niet heel snel beschikken over de nieuwste technieken. Daarvoor hebben we andere instanties nodig. We hoeven niet alles zelf te hébben, als we er maar over kunnen beschíkken. Zeker hier op het aerospace cluster in Woensdrecht is er belangstelling voor dergelijke samenwerking en wij hebben als luchtmachtschool best wel wat te bieden. Iets wat we nu ook nu proberen is onderwijs op afstand. Dat kan niet met alle vakken natuurlijk, maar neem bijvoorbeeld de module bedrijfsstoffen. Dat is allemaal ‘open source’ informatie. Hou je vast aan een klaslokaal, heb je maar 24 plekken. Maar via bijvoorbeeld een webinar kan je wel 100 personen tegelijk lesgeven.”

3 Wendbare en flexibele luchtmachter

“Aan de nieuwe luchtmachter worden andere eisen gesteld. Hij of zij moet wendbaarder en flexibeler zijn om gewenste effect te bereiken in een wereld waar gebeurtenissen elkaar in hoog tempo opvolgen. Daarbij krijgen we de beschikking over nieuwe wapensystemen die anders opgeleide mensen verlangen.”

4 Militairen voor non-kinetische oorlogsvoering

“We moeten nadenken wat het concept van het militair-zijn inhoudt; het dragen van het militaire pak. Moeten de eisen voor iedereen gelijk zijn? Wat bijvoorbeeld voor militairen die werken met niet-kinetische oorlogsvoering, bijvoorbeeld bij het Defensiecybercommando maar ook de aansturing van de Reaper. Zou daar bijvoorbeeld ook een mindervalide persoon een uniform kunnen dragen? Hij of zij moet in ieder geval weten wat het betekent om dat militaire pak aan te hebben.”

Voor het nieuwe opleiden ziet Verhulst dan ook een school van de toekomst: een Air Campus van 5eGeneratie Luchtmacht. “‘One size fits all’ past in de toekomst niet meer. Niet iedereen kan meer door dezelfde mal. Het maakt daarbij niet uit of je net komt kijken of dat je ouder bent en al werkervaring hebt. Het is waardevol als je van elkaar kunt leren, maar dat hoeft niet meer per sé in een klaslokaal.” Daarom staat de Air Campus op 4 pijlers.

1 Gepersonaliseerd

De een klikt liever een Powerpoint door, de ander zegt ‘geef mij dat aggregaat en een manual en als ik een vraag heb, kom ik wel naar een leercoach’. En een 3e wil het in klaslokaal of in Virtual Reality. De Air Campus moet diverse leervormen kunnen aanbieden, gepersonaliseerd in leervoorkeuren van leerlingen. Dat wordt nu onderzocht via een proeftuin bij de Gronduitrusting. Aan leerlingen de vraag; hoe leer jij het best? Gepersonaliseerd betekent ook dat de school aan de voorkant al weet wat een leerling kan en kent. Dat hoef je dan namelijk niet nogmaals – volledig – te doen. Dit vraagt ook een aanpassing van een docent die meer een leercoach wordt.

Daarbij doet TNO onder andere onderzoek naar individuele leerprocessen. Ze bekijken de thema’s informeel leren (leren op de werkplek), learning analytics (data verzamelen/analyseren om het leerproces te begrijpen/optimaliseren) en gepersonaliseerd leren. Na literatuuronderzoek zocht TNO voor deze thema’s proeftuinen binnen Defensie. Daarbij onderzoeken ze wat werkt binnen de militaire context. Verhulst kwam in contact om een proeftuin gepersonaliseerd leren bij de KMSL uit te voeren. Daarvoor is een cursus van de vakgroep Gronduitrusting gekozen. TNO helpt de KMSL door advies te geven over hoe de KMSL lesstof gepersonaliseerd kan aanbieden. Daarnaast verzamelen zij data voor hun onderzoek.

2 Datagedreven

Het zou mooi zijn als de opleiding datagedreven is. Als van de leerlingenklassen die binnenkomen de Air Campus al weet wat zij kennen en kunnen, kan de school daarop beter inspelen en een pasklaar opleidingstraject aanbieden.

3 24/7 leren

In een 24-uurs economie moet je ook 24/7 kunnen leren. Dat is mogelijk door bijvoorbeeld het aanbieden van webinars. Of content opslaan in een cloud waar leerlingen altijd bij kunnen als ze dat willen.

4 Tijd en plaats onafhankelijk

De campus is een platform waar zowel digitaal als fysiek diverse partijen (Defensie, bedrijfsleven, overheidsinstanties en kennisinstituten) bij elkaar komen om kennis- of studievragen op te lossen. Dat kan dus ook online en hoeft niet fysiek op WDT te gebeuren.

Tekst en foto: Arno Marchand