06

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 12 | 2018

Booming business op RAAF Amberley

Sergeant-majoor Marco van Asselt op KC-30A in Australië

x
Foto boven: Australische KC-30A tankt een E-7A Wedgetail bij. Foto: Drew Abbott, RAAF

Hij voelt zich een bevoorrecht mens. Sergeant-majoor Marco van Asselt had altijd al de wens om met zijn gezin nog eens een plaatsing in het buitenland te krijgen. Dat werd 2,5 jaar Royal Australian Air Force (RAAF) Amberley, nabij Brisbane, waar de boom operator als Air Refueling Operator (ARO) op de KC-30A werkt. Zo noemen ze daar de Airbus 330 MRTT die in 2020 ook op Eindhoven wordt gestationeerd. Hij kan na 1 jaar maar 1 conclusie trekken: het is een prachttoestel.

Links: Van Asselt poseert met de eerste vrouwelijke RAAF-collega Shannon bij de drogue, het ‘netje’ waarmee vanaf de vleugels wordt bijgetankt. Rechts bedient Van Asselt de boom waarmee hij een E-7 van brandstof voorziet.
Van Asselt krijgt zijn certificaat voor de A330 MRTT uitgereikt.

Natuurlijk zijn er wel kinderziektes, ook met het door Airbus ontwikkelde uitschuifbare (14+7 meter) Aerial Refueling Boom System dat Van Asselt bedient. Maar dat weegt niet op tegen wat het vliegtuig allemaal te bieden heeft. “Bovendien staat Airbus dag en nacht klaar om oplossingen te zoeken als er iets mis is.”

Een vergelijking met de KDC-10 vindt Van Asselt haast ondoenlijk. “Je gaat bij wijze van spreken van een computer met Windows 95 naar een compleet netwerk met Windows 10. Als ik naar mijn eigen werk kijk: de boom in de KDC-10 is een zelfstandig systeem. Bij de A330 is dat volkomen geïntegreerd. Ik voer mijn missie van tevoren in op een – streng beveiligde – missieplanningscomputer. Die gaat in een dockingstation, waardoor ook de vliegers voorin kunnen meekijken.”

Tanker tankt tanker bij. Foto: Mick Bott, RAAF
Tijdens de oefening Pitch Black 2018, had de KC-30 van Van Asselt zelfs Indiase Su-30’s ‘aan de lijn’. Foto: Jessica de Rouw

Tuinslang

Inmiddels heeft Van Asselt tal van vliegtuigen onder zich zien doorgaan. Vooral de grotere als de KC-30, C-17 en E-7 Wedgetail. “Die krijgen de brandstof via de boom. Bijtanken van gevechtsvliegtuigen vraagt om een aparte kwalificatie van de ARO. Die staat voor mij het komend jaar op de planning.”
De KC-30A heeft immers zowel de boom als de ‘tuinslang’ (hose and drogue) aan boord. “Met beide systemen hebben we ook geoefend tijdens de recente oefening Pitch Black. Super Hornets, Growlers en – wel bijzonder – Indiase Su-30’s, kwamen bij ons langs. En natuurlijk kijk ik uit naar de eerste keer dat de F-35 (zie Journaal, red.) in de lucht mag worden bijgetankt.”

Terug van een tankervlucht voor de hangaar van No.33 Squadron op thuisbasis Amberley. Foto: Eamon Hamilton, RAAF

Groot

Het ‘buitenland’ ziet Van Asselt nauwelijks meer. “We zijn naar Maleisië geweest, maar dan ben je ook meteen 4 dagen weg. Vergeet niet, Australië is zo onmetelijk groot. We vliegen vanaf RAAF Amberley bijvoorbeeld op Canberra, Adelaide en Darwin. Alleen de provincie Queensland, waarin onze basis ligt, is 44 keer Nederland. Langs de kust is het wel dicht bevolkt, maar als je een uur naar het binnenland vliegt, lijkt het vanuit het toestel op Afghanistan.”

De KC-30A heeft zowel een boom als een hose and drogue aan boord. Met die laatste worden de meeste fighters bijgetankt zoals deze US Navy Growler (l.), maar bijvoorbeeld ook Franse Rafales. Foto links: Peter Borys, RAAF. Foto rechts: Captain Pedro, Armee de l’Air
Van Asselt heef tot nu toe nog geen fighters bijgetankt, zoals een collega dat bij deze F-16 doet. Foto: Glen McCarthy, RAAF

Duidelijk

Het is nogal wat om met je hele hebben en houwen, vrouw en 2 kinderen voor 2 jaar op meer dan 24 uur reizen van je thuis te zijn. Want het is wel degelijk een andere cultuur daar Down Under. Maar op bijna de helft van die periode klinkt er geen zweem van spijt in zijn stem. “Wat ik hier heerlijk vind is de duidelijkheid. ‘Ja, maar…’, daar moet je hier niet mee aankomen. Onze 2 kinderen, 12 en 16 jaar oud, gaan naar het reguliere onderwijs. Dus in uniform. De telefoons van de leerlingen gaan daar de hele dag uit. Ook in de pauzes. Geen discussie, punt uit. Die discipline is ook bepalend in mijn werk. Je spreekt officieren aan met ‘sir’ of ‘ma’m’ en salueren is normaal. Dat wil niet zeggen dat ze niets van je aannemen. Ze vinden zo’n eigenwijze Nederlander soms best wel verfrissend. Ze staan open voor suggesties van mijn kant, ook omdat ze weten dat ik al 10 jaar ervaring heb met boomen op een tanker.”

Nog 1 van de grote jongens die Van Asselt onder zich zag komen bijtanken: de C-17. Foto: Rodney Welch, RAAF
x
Foto onder: Een KC-30 met een Amerikaanse B-1B op ‘sleeptouw’, geflankeerd door Australische Super Hornets en Growlers.
Een KC-30A staat klaar voor vertrek vanuit Hawaï na de oefening Rimpac in 2014. Foto: Brenton Freind

Vooruit kijken

Hij voelt zich dus met recht een mazzelaar met zijn militaire loopbaan, die overigens begon bij de landmacht. “In 1989 ben ik als dienstplichtige opgekomen bij 41 Herstelcompagnie in Seedorf. Mooie tijd”. Defensie bleef lonken en dus stapte de jonge Marco over naar de luchtmacht. Crew-chief op Volkel bij het 311 Squadron en later boordmonteur/loadmaster op de Chinook bij het 298 Squadron. In al die jaren heeft Van Asselt het Commando Luchtstrijdkrachten aardig zien veranderen. “In de begintijd hadden we nog meer dan 200 F-16’s. Dat zijn er nu krap 60. Het doet nog wel eens pijn als ik daaraan denk. Maar we moeten vooruit kijken. Bij Defensie is inmiddels de weg omhoog gevonden en ik vind het mooi om daarvan met de A330 MRTT deel te mogen uitmaken. Het wordt voor mij nog zeker 10 jaar genieten.”

Tekst: Evert Brouwer
Foto’s: RAAF