05

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 12

Vaarwel Jordanië

Werk Air Task Force Middle East zit er bijna op

Over, uit en sluiten maar. Eind dit jaar valt het doek voor de Nederlandse bijdrage aan de Air Task Force Middle East (ATF ME) in Jordanië. Het laatste detachement telt 150 militairen die zich inzetten in de strijd tegen ISIS. Defensieattaché Rob stond de afgelopen 3 jaar primair voor de Nederlanders klaar. “Hier werkt alles op basis van vertrouwen.”

De laatste vluchten voor Nederlandse F-16 vliegers in Jordanië zijn aangebroken. Tot volgend jaar zetten zij wapens in ter ondersteuning van de grondtroepen in de strijd tegen ISIS. Begin december tikte het 11e detachement het indrukwekkende aantal van 11.000 vlieguren in totaal aan.
Defensieattaché overste Rob woonde de afgelopen 3 jaar in Amman, de hoofdstad van Jordanië.

Net als tussen 2014 en 2016 valt Nederland sinds begin dit jaar met F-16's ISIS-doelen aan in Irak en Oost-Syrië vanuit Jordanië. Vorig jaar namen de Belgen het over. Maar de Nederlandse bijdrage aan de missie van de anti-ISIS-coalitie stopt nu definitief, besloot het kabinet in september. De F-16’s raken ‘op’ en na terugkeer kan de luchtmacht zich volledig richten op de overgang naar de F-35. “De missie stopt niet, maar de Nederlandse bijdrage met de F-16’s stopt. We laten de luchtinzet over aan onder meer de Amerikanen”, weet defensieattaché luitenant-kolonel Rob.

Gemiddeld zit een vlieger per missie 6,5 uur in de cockpit, waarvan hij er 5 daadwerkelijk vliegt. Aan de F-16 hangen onder meer Small Diameter Bombs. De ‘SDB’ veroorzaakt een kleine ontploffing, geschikt voor dito doelen.

Kleine doelen

De afgelopen jaren zag hij de problematiek en dus de missie veranderen. Het veroverde gebied was aanzienlijk, maar ISIS is veel kwijtgeraakt. “Tegenwoordig gaat het om kleine kampen, knooppunten en individuen. In het begin viel de coalitie bruggen en gebouwen aan om de vijand uit te schakelen. Nu gaat het om kleine, maar belangrijke doelen zoals voertuigen of logistieke opslagplaatsen. Nevenschade wordt tot een absoluut minimum beperkt; je wilt zoveel mogelijk voorkomen dat iemand anders dan de vijand omkomt. Daarvoor heb je goed opgeleid en getraind personeel nodig. En dat hebben wij.”

Naast Nederland vliegen ook collega’s uit de anti-ISIS-coalitie in het gebied boven Irak en Oost-Syrië, waaronder de Verenigde Staten. Als de Nederlandse bijdrage volgend jaar stopt, nemen de andere landen het over.
‘The Final Eleven’, noemt het 11e en laatste detachement van de ATF ME zichzelf.

Belangrijke postbus

Om het werk van de Nederlanders in Jordanië de afgelopen jaren mogelijk te maken, is Rob als verbindingspersoon een belangrijke postbus. "Ik ben de contactpersoon bij alle militaire of civiele zaken tussen de landen.” Bij alle Nederlandse personen en goederen die het land in of uit gaan, is hij betrokken. Dat gaat op een wat andere manier dan we in Nederland gewend zijn. “De familiaire banden zijn hier heel belangrijk. Dus voor ik zaken doe, bezoek ik vaak iemands huis om door de familie te worden opgenomen. Ik ga naar veel lunches, diners en recepties. Het kost tijd om elkaar te leren kennen; het ‘zaken doen’ gebeurt meestal in het laatste half uurtje.”

Nadat in Syrië Mosul en Raqqa vielen, werd bijna het hele ISIS-gebied heroverd. Maar de vijand is nog niet verslagen. Het laatste detachement gooide al meer bommen dan de detachementen eerder dit jaar. Rob: “De strijd hier gaat door.”

Mannen met baarden

Maar als het vertrouwen dan eenmaal is gewonnen, kun je altijd op elkaar rekenen. “Laatst had ik op het laatste moment om 1.00 uur ’s nachts vervoer nodig voor 40 Nederlandse militairen die op redeployment uit Irak kwamen.” In zulke situaties spreekt hij zijn netwerk aan. “Mannen met baarden die elkaar allemaal zoenen. Dus ik doe gewoon mee. In Nederland werkt alles met strakke schema’s, autorisaties en contracten met clausules. Hier gaat het op basis van vertrouwen. Dan moet je niet teveel vastleggen of vragen stellen. Als iemand zegt dat het goed komt, komt het goed.” Die warme vertrouwensbanden gaat attaché Rob missen. “Mensen hebben hier aandacht voor elkaar. In Nederland kennen sommige mensen hun buren niet eens.”

Na de terugkeer van de F-16’s kan de luchtmacht zich volledig richten op de overgang naar de F-35. Een andere reden om de Nederlandse bijdrage niet te verlengen, is dat Nederland eenheden beschikbaar moet houden voor snel inzetbare eenheden en de NAVO.
Militaire brandweerlieden staan telkens als een F-16 vertrekt of terugkeert klaar met ‘The Bull’, zoals ze hun brandweerwagen noemen.

Mooi einde

Met het einde van de Nederlandse bijdrage, eindigt de functie van defensieattaché overigens niet. “Ik stop op het hoogtepunt, want het vertrek van de Nederlanders levert een hoop werk op. Maar we doen ook andere zaken met Jordanië. Toch zal het werk van mijn opvolger er heel anders uitzien, de 80-urige werkweek zal wel ten einde komen.
Als het licht in Snow City, het Nederlandse kamp, binnenkort voorgoed dooft, eindigt ook de defensiecarrière van Rob. “Ik vond deze functie een fantastische afsluiting dus ik stop met een goed gevoel. We hebben de afgelopen jaren veel bereikt.”

Het luchtmachtteam in het CAOC bestaat uit (v.l.n.r.) legal advisor (Legad) majoor Bert, kolonel Maurice en liaison-officer overste JW. Majoor Paul werkt bij de Coalition Intell Fusion Cell.

Belangrijke rol in CAOC Qatar

Naast de inzet door ATF ME vanuit Jordanië, zijn er vanaf luchtmachtbasis Al Udeid in Qatar nog 4 Nederlanders betrokken bij de inzet tegen ISIS. Vanuit het Allied Forces Combined Air Operations Center (CAOC) stuurt het National Approval Authority (NAA)-team de Nederlandse operaties boven Irak en Oost-Syrië aan. Of, in een uiterst geval, stoppen ze die met een spreekwoordelijke ‘rode kaart’.
Wanneer Nederlandse F-16’s bij een doel aankomen, staan vliegers in contact met een Joint Tactical Air Controller (JTAC) op de grond. Die heeft weer een lijn via de Strike Cell naar het CAOC en legt de situatie en beoogde effecten uit. “Op dat moment word ik opgeroepen via een telefoontje met een aparte ringtone”, geeft kolonel Maurice aan. Hij is de ‘National Approval Authority’ (NAA), tot voor kort ‘Red Card Holder’ geheten. Die geeft een ‘go’ of een ‘no go’ voor een aanval. “Het gesprek gaat over de speaker zodat onze juridisch adviseur meteen kan meeluisteren en op de schermen meekijken. Duim omhoog, is een go op het juridisch vlak. Omlaag, dus niet.” “Het maakt bijvoorbeeld veel uit wat voor doel het is en waar het doel zich bevindt”, verduidelijkt ‘Legad’ Bert.
Het CAOC NAA-team zit daar als vooruitgeschoven post van de Commandant der Strijdkrachten. “Wij volgen de opgedragen nationale ‘Rules Of Engagement’, de aanvalsregels”, legt JW uit. “Als de telefoon gaat, schiet je hartslag meteen een paar slagen omhoog. De beslissing moet snel maar zorgvuldig; kan binnen een minuut of wat. Het is ook best een beetje surrealistisch. Met een beetje geluk vliegt er een op afstandbestuurd vliegtuig boven. Door de geweldige sensoren daarvan zit je met je neus boven op de actie of er zelfs middenin. Die houden vaak al uren of zelfs dagen een gebied of doel in de gaten. Wij doen de toetsing van de inzet dus vooraf”, besluit Bert. “Bij de ATF ME wordt de inzet achteraf verantwoord met een After Action Report."

Tekst: ritmeester Djenna Perreijn
Foto’s: sergeant Jan Dijkstra