09

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 11 | 2018

Vliegtuigbemanning stelt einde WOI vast

x
Foto boven: met zo’n RE.8 stellen captains H.L. Tracy en S.F. Davison op 11-11-1918 het einde van WOI vast.

Dirk Starink schrijft boek over ‘luchtmachten’ in eerste wereldconflict

Boven het desolate en compleet verwoeste Belgische heuvellandschap vliegt een kleine tweedekker van hout en linnen: een RE.8 verkenningsvliegtuig van het RAF No.15 Squadron. Om 10.45 uur landt het op Auchy airfield in Frankrijk waar de bemanning rapporteert: geen vijandelijke vliegtuigen of artillerievuur. Een kwartier later, op het 11e uur van de 11e dag in de 11e maand van 1918 wordt in Compiègne de wapenstilstand tussen Duitsland en de geallieerden getekend.

Links: Een Bristol Fighter 2-persoons jagerverkenner op 1 april 1918. Rechts: WOI is de tijd van de eerste azen, onder wie aan Duitse zijde Von Richthofen, Immelmann en Boelcke. Op initiatief van de laatste werd de vliegdienst ingericht in Jagdstaffeln zoals met deze Albatros D.II jagers.
In het RAF-museum in Londen hangt deze (kopie van) de koninklijke felicitatie aan de Royal Air Force door Koning George V.

Daar waar de militaire luchtvaart in 1914 amper in de kinderschoenen staat, zo ver ontwikkeld is het aan het einde van WOI. Over dat conflict, maar ook de ontwikkeling van het luchtwapen daarin is al veel geschreven, maar alleen in de landen die erbij betrokken zijn. In Nederland niet. “Het conflict leeft hier niet, heel anders dan in de ons omringende landen”, geeft Dirk Starink aan. “Dat zag je duidelijk op 11 november toen in veel landen het 100-jarige einde van de ‘Grote Oorlog’ groots werd herdacht. Alleen bij ons – vrijwel – niet. Maar als je wilt weten hoe de Nederlandse militaire luchtvaart zich ontwikkelt in het interbellum, tussen de 2 wereldoorlogen in, dan moet je weten hoe WOI verliep.”

RAF-personeel van No.1 Squadron met SE.5a jachtvliegtuigen op het vliegveld van St. Omer in 1918.
In ‘De jonge jaren van de luchtmacht – Het luchtwapen in het Nederlandse leger 1913-1939’ beschrijft voormalig BDL Starink hoe de (Nederlandse) Luchtvaartafdeeling vleugels krijgt.

Stof over

Luitenant-generaal b.d. Starink, die in 2005 als laatste Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL) de dienst verlaat, promoveert in 2013 op de geschiedenis van de ontwikkeling van het Nederlandse luchtwapen tussen 1913 en 1939. ‘De jonge jaren van de luchtmacht’ komt uit onder de vleugels van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). “Daarin staat wel een bescheiden hoofdstuk over WOI, maar de rest gaat over Nederland. Ik had echter nog genoeg stof over om er meer over te schrijven.” In 2014 publiceert Starink hieruit een artikel in de Militaire Spectator, maar nog steeds blijft er veel materiaal over. “Ik dacht aan een essay dat ik wilde koppelen aan de 100e verjaardag van de 1e grote veldslag waarin een prominente plaats voor de ‘luchtmacht’ was ingeruimd: Verdun, 1916.”

In WOI ontstaat ook de bewapening van vliegtuigen. In eerste instantie is dat met mitrailleurs en later bommen. Op de foto links de kleinste en grootste van de RAF. De boodschap voor de Duitsers met p tussen haakjes, is duidelijk. Rechts: Ook wordt al geëxperimenteerd met raketten zoals bij deze Franse Farman MF40.

NIMH

Goed plan, alleen is de uitgever waarmee het NIMH het meest samenwerkt in 2016 druk met andere boeken en de jaren erna ook. “Ik heb publicatie altijd via het NIMH gespeeld, want hun naam op de boekomslag is een belangrijk keurmerk.” Bij Geromy, een andere uitgeverij die het behoud van het luchtvaarthistorisch erfgoed hoog in het vaandel heeft staan, is wel publicatieruimte, zo leert een goed gesprek met uitgever Frank Venus en NIMH-historicus Erwin van Loo. Met het boek dat afgelopen 13 november werd gepresenteerd als resultaat. Starink: “Het NIMH is bij de totstandkoming onmisbaar. Het las kritisch mee en had bijvoorbeeld al veel beeldmateriaal, maar heeft daarnaast erg veel werk gestopt in de aanschaf van ontbrekende foto’s.”

Voormalig BDL Starink overhandigt het eerste exemplaar van zijn boek aan Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Dennis Luyt. Rechts: De auteur te midden van Erwin van Loo (l.) en Frank Venus. Foto’s: sergeant-majoor Maartje Roos.
Nederlander in Duitse dienst. Anthony Fokker (midden) bedacht samen met een horlogemaker de mitrailleur die met extreem korte onderbrekingen door de ronddraaiende propeller kon schieten.

1e militaire gebruik

Het boek is een samenvatting van bestaande buitenlandse literatuur over dit onderwerp, licht Starink zijn werk toe. “Ik heb me daarbij laten leiden door de vraag ‘wat zou een luchtmachter of een luchtvaartgeïnteresseerde willen of moeten weten over het ontstaan van het luchtwapen.” Dat begint al in 1909 op een luchtvaarttentoonstelling in Reims waar de ‘hele luchtvaartwereld’ is vertegenwoordigd. Daar komt voor het eerst de vraag voor militair gebruik aan de orde. De jaren daarop worden tijdens oefeningen – vooral in Frankrijk – de eerste toestellen gebruikt voor waarneming. “In die tijd, tussen 1912 en 1914, ontstaan dan ook de meeste legerluchtmachten.”

De Duitse Fokker D.VII’s jagers waren zo superieur – ze werden gezien als het beste jachtvliegtuig van WOI, zowel geallieerd als Duits – dat ze bij de wapenstilstands-overeenkomst als enige wapen apart werden genoemd. Rechts: Frits Koolhoven ontwierp voor de geallieerden de FK.8 waarvan fabrikant Armstrong Whitworth er ruim 1.650 bouwde.

Luchtschepen

Het vliegtuig is bij de start van WOI slechts 11 jaar oud (1e vlucht gebroeders Wright in 1903) en het luchtschip 14 jaar. Want ook dat laatste speelt een rol in militaire luchtvaart. “De start van de oorlog gebeurt zelfs daarmee”, legt de voormalig BDL uit. “De Duitse invasie van België begint met de bestorming van Luik in augustus 1914, onder andere met steun van Zeppelins. Daar krijgt Nederland ook iets van mee, want ze vliegen over Maastricht op weg naar België waar ze hun bommen droppen.”

De Britse bevolking had veel angst van de bombardementsvluchten van Zeppelins. De Duitsers noemden het zelfs ‘Schrecklichkeit’ (terreur); niet alleen de legers tegenover elkaar, maar ook burgerdoelen aanvallen.

Dat doen de Duitsers ook boven Engeland, waar de Britten in eerste instantie machteloos tegenover staan. “Het eiland werd eeuwenlang beschermd door de Royal Navy. De Zeppelin vormt voor het eerst een serieuze bedreiging.” Na een Franse aanval op het Duitse Freiburg waarbij veel doden vallen, geeft keizer Wilhelm II toestemming ook Londen te bombarderen. Behalve het centrum, waar in Buckingham Palace familie van hem woont. Hij is namelijk getrouwd met een dochter van koningin Victoria…”

Ook het vliegdekschip doet zijn intrede in WOI. HMS Argus is in 1918 het eerste schip met een vliegdek over de gehele scheepslengte. Een Sopwith Camel (l.) landt erop. Drijvervliegtuigen zoals deze Short type 184 (r.) uit 1915 worden al eerder ontwikkeld.
WOI kent ook ‘vreemde’ uitvindingen zoals een Frans luisterapparaat om vliegtuigen te detecteren.

Nieuwe taken

De rol van het vliegtuig is in eerste instantie alleen die van verkenner en door de oorlog heen, blijft dat de belangrijkste. “Als de oorlog statisch wordt, de loopgravenoorlog, krijgt het vliegtuig ook andere taken. Zo zijn er van Noord-Frankrijk geen goede kaarten beschikbaar waarvoor men luchtfoto’s gaat gebruiken.” Zijn er troepenbewegingen, nieuwe loopgraven die duiden op een aanval? Vliegtuigbemanningen stellen het vast. Ook krijgen zij een rol in het coördineren van artillerievuur, want ieder hoog gebouw – meestal een kerktoren – is kapotgeschoten. “Waarnemen wordt aan beide kanten echter als hinderlijk beschouwd, want meestal volgen kort daarna de granaten van de artillerie. Zo ontstaan luchtgevechten, gevolgd door bombardementsvluchten. Alle luchtmachttaken zoals we die nu kennen, zijn toen bedacht.”

Na een verkenner en jachtvliegtuig ontstaat in WOI ook de bommenwerper. Dat zijn in die tijd gigantische vliegtuigen zoals de Duitse Zeppelin-Staaken R.IV (l.) uit 1916 en de Britse Handley Page 0/400 uit 1915.

Van de Luftsperre – een loopgraaf in de lucht die niet best werkt, want je kunt er onderdoor of omheen vliegen... – tot de gigantische meermotorige bommenwerpers, azen, oprichting van de 1e echte luchtmacht (de RAF), de luchtvaartontwikkeling aan de andere fronten, en de bijna 200.000 vliegtuigen in WOI; alles staat beknopt maar volledig in dit boek. “Het is een goede entree als je verder wilt studeren”, besluit Starink.

‘De luchtoorlog 1914-1918 – De strijd in de derde dimensie tijdens de Eerste Wereldoorlog’

De hardback op formaat 21,5x30,5 cm telt 240 pagina’s en is voorzien van zo’n 300 (zeer fraaie) foto’s en afbeeldingen in zwart-wit, een aantal afbeeldingen en kaarten in kleur en 1 unieke kleurenfoto uit 1918. De tekst is duidelijk verdeeld in 7 hoofdstukken, 3 bijlagen over onder ander vliegtuigproductie en personeelsverliezen, en verder onder meer een geografische namen- en een personenregister. Het boek kost € 39,50 (tot en met december 2018 gratis verzonden binnen Nederland) en is onder andere te koop in de webwinkel van de uitgeverij. Kijk voor meer informatie op www.geromybv.nl.

Tekst: Arno Marchand
Foto’s: uit collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie