05

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 11

Onmisbaar op zee

300 Squadron levert belangrijke amfibische bijdrage tijdens Trident Juncture

Ze zijn het al jaren gewend bij 300 Squadron. Luchtmachters op zee, ondersteunend aan marine en mariniers. Of je troepen nou van land naar land of zee naar land moet vervoeren, de principes zijn hetzelfde. Toch heb je boven water te maken met speciale aandachtspunten. Een vlieger, loadmaster en technicus vertellen tijdens NAVO-oefening Trident Juncture vanaf Zr. Ms. Johan de Witt over hun ervaringen.

De Cougar voerde vluchten uit vanaf de Johan de Witt (links) en Karel Doorman.
Eerste luitenant Jacko als gezagvoerder in de Cougar.

Het is even wennen voor vlieger eerste luitenant Jacko als hij in de cockpit van zijn Cougar naar links kijkt. Daar zit namelijk niemand. Sinds een maand zit hij zelf op de stoel van de gezagvoerder en neemt hij de beslissingen. “Daarom vind ik het mooi om op een oefening als deze mee te kunnen. Je wordt meteen in het diepe gegooid. Het belangrijkste wat je nodig hebt om beslissingen te nemen is de opbouw van ervaring.”

De vliegdekofficier leidt de helikopter naar het dek. Hij wacht tot het schip zo stabiel mogelijk ligt en geeft dan het signaal aan de vlieger door om te landen.
Jacko met plonspak en 'longetjes'.

Extra veiligheid

“Dat je start en landt vanaf een schip, heeft consequenties voor veiligheidszaken”, licht hij toe. “In Noorse weersomstandigheden dragen we plonspakken, om ons warm te houden in geval van een ditch op zee en we hebben zwemvesten – longetjes – om onze nek. Het is minder comfortabel omdat je dik zit ingepakt en de ruimte beperkt is.” Achterin de vrachtheli liggen 2 grote balen. Het zijn de life rafts voor de passagiers aan boord. “De kilo’s die je extra meeneemt aan veiligheidsmaterieel, zijn kilo’s minder die je kunt meeslepen voor de grondtroepen of andere zaken die je naar land zou willen brengen.”

Door extra veiligheidsuitrusting kan de maritieme Cougar iets minder vracht meenemen.
Loadmister Jip achterin de lege Cougar.

Zware last

Dat doet iets met de performance van de heli. Belangrijk daarbij is het advies van de loadmaster. Hij zorgt ervoor dat de passagiers met bagage gezekerd aan boord zitten. “In de boeken rekenen we voor een bepakte marinier 150 kilo, maar die rugzakken zijn soms echt zwaarder dan opgegeven”, legt loadmaster sergeant-majoor Jip uit. “Dan moet ik een update van het totaalgewicht doorgeven aan de vlieger, zodat hij weet hoeveel restvermogen hij heeft om in takeoff te gaan.” Bij het landen heeft Jip een coachende rol. “De Johan de Witt is een heel stabiel platform maar met storm rolt en stampt hij. Zeker in het donker zijn dat momenten waarop ik alles goed in de gaten houd. Ik heb het zicht naar beneden en naar achteren. De vlieger doet dan precies wat ik zeg.”

De maritieme Cougar is uitgerust met opblaasbare drijvers onder de neus en op de wielkasten.
Zicht op de Johan de Witt.

Maritieme Cougar

“Deze versie van de Cougar heeft een drijfpakket”, vertelt Jacko terwijl hij in de hangar om de heli loopt. “Onder de neus van de heli zie je een grijze band zitten en boven de wielkasten zitten er ook 2. Dat zijn kussens die worden opgeblazen in het geval van een noodlanding op zee. Je wilt het nooit meemaken, maar hij blijft wel gewoon drijven.” De ervaring op zee heeft het squadron ook geleerd waar corrosiegevoelige onderdelen zitten. “Die worden extra gecoat en ingevet, zodat ze in goed staat blijven.”

Een Cougar heeft vlak voor een amfibische landing een groep mariniers met fastrope op land afgezet. De landingsvaartuigen krijgen luchtsteun van een Franse Tigre gevechtshelikopter. Op de achtergrond de Karel Doorman (l.) en Johan de Witt. Foto: Rob Kunzing
De boordvliegploeg met sergeant 1 Jasper (in bakje) poetst de heli. Foto: Arthur van Beveren

Zout, zout en nog meer zout

Met zijn team van 10 TD’ers zorgt technicus sergeant 1 Jasper er elke dag voor dat de crew weer op pad kan met hun Cougar. “We rijden de heli uit de hangaar en vouwen de rotorbladen uit. Daarna wordt de preflight gelopen en is ‘ie good to go. Aan het eind van de dag wassen we hem om het zout eraf te krijgen en het corrosieproces te beperken. Corrosie kan onder de brandstoftanks zitten, op de rotorhead of bij de motoren. Elke week geef je de heli een extra grote wasbeurt.” Terug op Gilze-Rijen haalt het technisch team de Cougar helemaal uit elkaar voor een uitgebreide inspectie. “Zo kunnen we bijvoorbeeld bij de spanten van de heli zien of er zout ophoopt.”

Mariniers in een huddle wachten tot ze worden opgepikt door de Cougar, om terug te vliegen naar het moederschip.
De Cougar bevoorraadt landeenheden vanaf het schip. Foto: Christian Valverde

Mariniers aan een touwtje

300 Squadron werkte veel met 11 Luchtmobiele Brigade samen, maar inmiddels nemen mariniers een groot aandeel in. Tijdens de amfibische operaties zet de Cougar teams op het land af. Dat is niet de eerste keer voor de mannen, maar het is volgens loadmaster Jip altijd wennen. “De vraag is altijd: waarom moet je in hemelsnaam aan een touwtje, ongezekerd een goedwerkende helikopter uit”, lacht hij. “Dat fastropen oefenen ze op een kazerne, in superschoolse omstandigheden. Geen downwash, geen lawaai, geen kou en nu zit je ineens in een helikopter en moet je het veld in. Ja jongen, daarvoor ben je opgeleid.”

Foto onder: Zr.Ms. Johan de Witt in een Noors fjord. Het 300 Squadron leverde wekenlang een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse amfibische taakgroep van de marine.

Tekst: ritmeester Arthur van Beveren
Foto's: sergeant Jan Dijkstra