05

Dit artikel hoort bij: Defensiekrant 10

De ‘brandweer’ van de NAVO rukt uit

Tekst kapitein Arjen de Boer
Foto korporaal Jasper Verolme en archief Mediacentrum Defensie (MCD)

Mariniers vliegen morgen naar Roemenië voor internationale oefening

Ruim 4.000 militairen, binnen 48 uur paraat, bewapend en al. Dat is in een notendop de snelst inzetbare reactiemacht van de NAVO. Het Korps Mariniers levert dit jaar ruim 200 zeesoldaten aan deze ‘brandweer’. Morgen vertrekken ze voor een belangrijke oefening en dat is logistiek best een ‘ingewikkelde puzzel’.

In de hersenpan van majoor der mariniers Steven Baan is het een drukte van jewelste, de checklist lijkt eindeloos: zijn alle voertuigen er, kloppen de papieren, leven mensen de veiligheidsregels na, heeft iedereen alles goed ingepakt? En zo nog een kluwen aan zaken waar de logistiek officier rekening mee moet houden in de voorbereiding op de oefening Noble Jump.

“Het is een beetje als ‘ik ga op vakantie en ik neem mee…’. Het is een ingewikkelde puzzel om alles op orde te hebben”, zegt Baan, commandant van het National Support Element (NSE) dat het 11 Raiding Squadron van het Korps Mariniers ondersteunt.

Elke plek van elk voertuig staat zorgvuldig genoteerd. In het opstelplan staat ook duidelijk wat er in elk voertuig zit. Zo moet worden voorkomen dat er spullen zoekraken.

Aan de bak

Het 11e staat dit jaar paraat voor de snelst inzetbare eenheid van de NAVO, de Very High Readiness Joint Taskforce (VJTF). Dit is de speerpunt van de NATO Response Force (NRF) en de ruim 200 zeesoldaten moeten aan de bak.

Morgen vertrekken ze naar Roemenië voor Noble Jump, een grote oefening waarbij onder andere Groot-Brittannië, Spanje, Albanië en het gastland zelf nauw samenwerken en trainen. In totaal gaat het om 4.000 militairen die met hun spullen en voertuigen vanaf bases verspreid over Europa naar Roemenië moeten afreizen.

Back to basic

Voor de Nederlanders begon die logistieke uitdaging afgelopen maandag. In ’t Harde, naast de luitenant-kolonel Tonnetkazerne, zijn 47 voertuigen en 21 zeecontainers op een lange goederentrein geladen die in 4,5 dag naar het oefengebied in Roemenië rijdt. In principe hebben de mariniers alle basiszaken zoals voedsel, munitie en brandstof bij zich om zo onafhankelijk mogelijk te kunnen opereren. “Want als we dit voor het ‘echie’ doen, weten we ook niet welke situatie we daar aantreffen”, zegt majoor Baan. “Het is misschien primitief, maar we kunnen alles. Zelfs douchen.”

Er gaan ook enkele zogeheten Band-vagns mee naar Roemenië. Binnen de Nederlandse krijgsmacht hebben alleen de mariniers dit rupsvoertuig.

Leren van fouten

Brandweer

Noble Jump is een belangrijke oefening die moet aantonen dat het bondgenootschap binnen korte tijd een goed getrainde gevechtsmacht kan sturen naar een (potentiële) brandhaard. “Dan kan het gaan om een dreiging aan de Oostgrens, maar ook om te helpen bij de vluchtelingstroom op de Middellandse Zee”, vertelt majoor der mariniers Jort van den Berg, die als liaison officier een schakel vormt tussen de NAVO en 11 Raiding Squadron. “We zijn lichte infanterie, mobiel en flexibel, en zullen als eersten ter plekke zijn. We zijn gewend expeditionair te werken. In dat opzicht zou je ons wel een soort brandweer kunnen noemen.”

Snel en zorgvuldig alles pakken en richting het vliegtuig. Die fase van de alarmering hebben de mariniers afgelopen maart al geoefend. Morgen gaan ze daadwerkelijk op pad.

Oefenen, oefenen, oefenen

Zodra de mariniers hét alarmeringstelefoontje krijgen, moeten ze binnen 48 uur met hun rugzak bij de vliegtrap staan. Daarachter schuilt een ingewikkelde logistieke planningsoperatie. Zo moeten zaken als brandstof en munitie van verschillende plekken in Nederland worden aangevoerd. “Daarom is het een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen”, aldus Van den Berg. “Dat hebben we dan ook meerdere keren gedaan. Oefenen, doorspreken wat er fout ging, hiervan leren en weer oefenen.”

Voorzichtig rijden is een must bij het beladen van de trein. Het is verplicht dat een collega iedere wagen gidst om ongelukken te voorkomen.

Samenwerken

Wat de mariniers in Roemenië te wachten staat, is nog onduidelijk. Bij een echte dreiging weet immers niemand precies wat de volgende zet is van de tegenpartij. “We weten alleen dat we even de tijd krijgen om te wennen en daarna gaan we oefenen met de andere landen om onze samenwerking op orde te krijgen”, zegt de commandant. “De rest zien we daar wel.”

‘Het is misschien primitief, maar we kunnen alles.’

Leren en repareren

Noble Jump is een oefening, dus fouten maken mag, weet majoor Baan. Liefst niet te veel, maar toch. Beter nu leren en repareren dan het hoofd stoten tijdens een echte inzet, stelt hij. “Ongetwijfeld gaan we wat vergeten. Maar daarna vergeten we dat nooit weer. Alles wat fout gaat, daar leren we van.”

Dit levert Nederland in 2017 aan de NRF:

  • een Raiding Squadron mariniers voor de landcomponent van de flitsmacht.
  • 4 F-16’s die deel uitmaken van de luchtcomponent (2e helft 2017). Plus hetzelfde aantal F-16’s met langere reactietijd.
  • een Luchtverdedigings- en Commandofregat (met NH90-helikopter) voor de maritieme component (4 maanden).
  • een mijnenjager voor mijnenbestrijdingsverbanden (2 keer een periode van 3 tot 4 maanden).
  • een onderzeeboot (2e helft 2017).
  • het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps dat gereedstaat als Joint Task Force Headquarters (van juli 2017 tot en met juni 2018).