02

Dit artikel hoort bij: Alle Hens 03

Trainen op hoogste niveau in ‘slush puppy’

Tekst Jopke Rozenberg-van Lisdonk
Foto SGT-1 Eva Klijn | Video: SGTBDAV Henry Westendorp

Cold Response haalt het maximale uit Amfibische Taakgroep

“Ik wil het mijn mensen zo moeilijk mogelijk maken,” zegt commandeur Rob Kramer vanuit zijn Batcave, waar hij uitkijkt op de Noorse fjorden. Het klinkt bijna gemeen. “Ik wil het maximale uit ze halen, zodat we goed voorbereid de tegenaanval in kunnen zetten als wij of een ander NAVO-land worden aangevallen.” Operatie Batman is begonnen. 

Met een 120 man tellende Maritime Battle Staff en de tientallen mariniers die er de aanval starten, is Zr. Ms. Johan de Witt op zee het hart van de amfibische operatie Batman.
In de rehearsal of concept, de zogenoemde ROC-drill, nemen alle (ploeg)commandanten het beoogde plan van aanpak nauwgezet door op een maquette.

De moeilijkheidsgraad zit hem in het tegelijkertijd aansturen van eenheden op het water, aan land en in de lucht

Commandant Amfibische Taakgroep commandeur Rob Kramer: “Binnen de NAVO zijn wij het enige land dat vloot- en mariniersstaf heeft samengevoegd tot 1 staf”.

De opdracht luidt: op 3 maart, voor 23.59 uur Zulu-tijd de bruggen Penguin, Bane en Joker nabij Namsos vrijmaken van vijandelijke troepen en veiligstellen totdat de grondtroepen arriveren. Die kunnen dan vervolgens ongehinderd doorstoten naar het noorden om de fictieve provincie Highland te heroveren. De amfibische operatie vanaf Zr. Ms. Johan de Witt en Rotterdam en het Amerikaanse USS Fort McHenry maakt deel uit van de grote NAVO-oefening Cold Response. Samen met Amerikaanse vloot- en marinierseenheden en Britse mariniers levert de Koninklijke Marine met zo’n 1.500 militairen ongeveer 10 procent van de ‘spelers’. 

Een omgebouwde Landing Craft Vehicle Personnel (LCVP) brengt een Bandvagn met verbindingsmiddelen aan boord van het Amerikaanse USS Fort McHenry. Hiermee kan de scheepsbemanning tijdens operatie Batman communiceren met de Netherlands Maritime Battle Staff en de overige eenheden.

Geen peulenschil

Behalve dat de klimatologische omstandigheden een flinke uitdaging vormen voor de circa 350 mariniers, is de complexe oefening voor de Netherlands Maritime Battle Staff ook niet bepaald een peulenschil. “De moeilijkheidsgraad zit hem met name in het tegelijkertijd aansturen van meerdere eenheden op het water, aan land en in de lucht,” vertelt Kramer, commandant Amfibische Taakgroep. Voor de gelegenheid is zijn vaste staf van 60 militairen uitgebreid naar 120. De extra officieren en onderofficieren komen voornamelijk uit het buitenland en zijn vanwege hun specialisme – of met het oog op toekomstige samenwerking – uitgenodigd hun steentje bij te dragen. “Maar ook van ons kunnen ze leren,” weet de commandant. “Binnen de NAVO zijn wij namelijk het enige land dat vloot- en mariniersstaf heeft samengevoegd tot 1 staf.”

Benieuwd naar het scenario dat zich in het Noorse fjordengebied afspeelde? Scroll dan naar beneden voor het fotoverslag.

Tussentijds bevoorraadt het Amerikaanse USNS Robert E. Peary de schepen met brandstof.

Operatie Batman door de ogen van een planner, marinier en logistiek ondersteuner van het schip; lees hieronder hun verhalen.

Luitenant ter zee 1 Stephan Glaser Plaatsvervangend hoofd sectie 5 ‘Plans’, tevens stafofficier maritieme operaties Netherlands Maritime Battle Staff

“The difficulty is getting down there when there is a lot of enemy”, wijst luitenant ter zee 1 Stephan Glaser aan op de landkaart. Met plakkertjes staan de locaties van de troepen gemarkeerd. Zijn Britse en Nederlandse collega kijken bedenkelijk. “It is possible, but it needs a lot of logistics.” Operatie Batman is net begonnen. Over een paar dagen zetten onze troepen de tegenaanval in.

“De opdracht is duidelijk; hoe we die invullen, is aan ons”, vertelt Glaser. “Intel informeert ons over het operatiegebied. Waar zit de vijand en welke middelen heeft die tot zijn beschikking? Maar ook: hoe ziet het terrein eruit? Dus: hoe hoog zijn de bergen, hoe diep de wateren, hoe verlopen de getijden, wanneer komt de zon op en wanneer gaat die onder, wat zijn de meteostatistieken en welk gewicht kunnen de wegen en bruggen aan? Deze informatie gebruiken we voor het maken van diverse plannen van aanpak. Elke optie heeft voor- en nadelen. Uiteindelijk hakt de commandant Amfibische Taakgroep de knoop door. Vervolgens splitsen wij het plan uit in diverse deelopdrachten per deelnemende eenheid. De ondercommandanten vullen daarna de detailplanning in en koppelen die samen met een risicoanalyse aan ons terug. Eventueel passen we de plannen dan nog aan voordat we voorwaarts het terrein in gaan.”

Stafadjudant LDV Geert-Jan de Ruiter Chef Algemene Dienst en Chef der Equipage Zr. Ms. Johan de Witt

“Als die 34 Nederlandse mariniers 2 nachten van boord zijn, kunnen we mooi die 23 Engelse mariniers van de Rotterdam accommoderen”, concludeert adjudant Logistieke Dienst Verzorging Geert-Jan de Ruiter. Dagelijks neemt hij met de eerste officier en de onderofficier benedenschip de facilitaire bijzonderheden door. “Een stevige maaltijd en wascapaciteit bij terugkomst moeten direct beschikbaar zijn. Ik zal checken of deze behoefte bij de diverse diensten bekend is.”

“We zijn momenteel maximaal gevuld. Het huttenplan is 1 grote stoelendans zodat we iedereen steeds een gepast bedje kunnen bieden. Het aantal stafleden aan boord is hoger dan normaal; het is echt passen en meten. Iedere operatie leveren we facilitair maatwerk. De mariniers gaan meestal ’s avonds of ’s ochtends vroeg van boord. Dan zetten we bijvoorbeeld om 04.00 uur het ontbijt klaar, met voldoende zoete thee voor de thermosflessen. Wij opereren altijd voor het ‘echie’; dit is voor ons geen oefening. Onder deze arctische omstandigheden gaat het meer om kennisoverdracht van oud op jong en je goed kleden. Verder is welzijn aan boord erg belangrijk. Daarvoor ben ik de schakel tussen werkvloer en commandant. Een prettige en veilige werksfeer, voor zowel vaste bemanning als gasten, is even belangrijk als het bieden van ontspanning, zoals sportfaciliteiten en een filmavond.”

Eerste luitenant der mariniers Patrick Witjes Troopcommander van raiding troop 2 - 12 Raiding Squadron Korps Mariniers

Half 9 ’s avonds; 34 mariniers naderen in een LCVP het Noorse strand. “Gents, let op,” waarschuwt eerste luitenant der mariniers Patrick Witjes. “Buiten is het spekglad.” Snel, maar voorzichtig stijgen de mannen uit. Zonder kleerscheuren of natte voeten bereiken ze allemaal de dikke laag poedersneeuw. In het pikkedonker verdelen ze zich tactisch over het land en zetten ze de operatie voort.

“Deze matige kou is zo verraderlijk. Overdag bij +1 zet de dooi in. De waterige toplaag die dan ontstaat, vriest ’s nachts aan. Het gevolg is of één grote ijsplaat of 'slush puppy'. Wat dat betreft opereer ik liever bij -20. Dan heb je lekkere poedersneeuw waarop je je prima kunt verplaatsen met ski’s of laplanders. Opereren onder arctische omstandigheden is qua tactische procedures niet veel anders dan elders ter wereld. Het zit hem in de uitrusting en voorbereiding. Die zijn nergens zo belangrijk als hier. Pak je het verkeerd aan, dan wordt je direct afgestraft. Binnen 5 minuten kunnen je vingers bevriezen. Ook de dunne huid van je gezicht is erg kwetsbaar. Natte kleding of schoenen, door regen of zeewater, is levensgevaarlijk. Je bent dan niet meer inzetbaar. Een droog reservepak aantrekken of terug naar het schip zijn dan de enige opties. Goed voor jezelf en je buddy zorgen is in deze kou essentieel.”

20 uur voor de deadline vertrekken de eerste mariniers in Landing Craft Utilities (LCU’s) met zo’n 35 gepantserde voertuigen vanaf de schepen naar de wal.

De Amphibious Beach Unit wijst de mariniers op het strand de weg naar de geplande route.

2 Offshore Raiding Craft (ORC’s) van 539 Assault Squadron Royal Marines beschermen de LCU’s tijdens hun verplaatsing over zee. Tegen zonsopgang staan bijna alle voertuigen aan wal.

In de Joint Operations Room op Zr. Ms. Johan de Witt houdt de staf nauw contact met de troepcommandanten.

Tactisch verplaatsen de mariniers zich over zo’n 6 kilometer naar de bruggen bij Namsos.

Meerdere keren stuiten ze op de vijand, die ze dankzij hun mortieren en luchtsteun van 4 Noorse F-16’s en een Amerikaanse B52 bommenwerper de baas blijven.

Vlak voor de aanval bij de 3 bruggen vliegen 2 Nederlandse Cougars en 2 Amerikaanse CH53E Superstallion transporthelikopters in meerdere waves tientallen mariniers in, ter versterking van de aanval.

In bebouwd gebied zet het gevecht zich voort.

Britse en Nederlandse mariniers bespreken hun tactieken voor de laatste aanval.

12 Raiding Squadron verdrijft samen met het Britse 45 Commando Royal Marines de vijand van de bruggen Penguin en Bane. Het Amerikaanse 2nd Assault Amphibian Batallion herovert object Joker.

“Three zero, this is three one alpha, over. Troops crossed the bridge. Objective Bane secured”, meldt troopcommander eerste luitenant der mariniers Huibert-Jan Duijster, wanneer zijn eenheid rond het middaguur de brug bezet.

De volgende ochtend keren de troepen terug naar de schepen. Mission completed.