01

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 06

Lightning dropt eerste bom in Nederland

Verschil F-16 met opvolger wordt steeds duidelijker

Een doffe klap van een oefenbom, opspattend zand en wegstuivende meeuwen markeerden op 13 juni de Nederlandse militaire luchtvaarthistorie. Voor het eerst dropten F-35’s oefenbommen op Nederlandse bodem. Om precies te zijn op de zandvlakte van het militaire oefenterrein de Cornfield Range op Vlieland.

Op Edwards ‘hangen’ bewapeningsspecialisten in beide Nederlandse F-35’s 2 inert’s, met beton gevulde kopieën van echte bommen: 1 GBU-49 met GPS- én lasergeleiding en een lasergeleide GBU-12, beide van 500 pound. Foto’s: sergeant Jan Dijkstra

Aan deze Rapid Reaction Test zitten meer kanten die markant genoeg zijn voor een vermelding in het geschiedenisboekje over de luchtmacht. Om de bommen op de Cornfield Range te krijgen, legden beide F-35’s een afstand af van maar liefst 9000 kilometer. Ook dat is nog nooit vertoont. De operatie begon daardoor niet op Vliegbasis Volkel of Leeuwarden, maar aan de andere kant van de grote plas op Edwards Air Force Base, thuisbasis van het 323 Test & Evaluation Squadron. Deze eenheid voert binnen de luchtmacht de operationele test- en evaluatiefase voor de F-35 uit. Zit die er eenmaal op, dan begint het operationele leven van de voorlopig 37 toestellen.

‘Gladys’ met F-35’s ‘008’ (foto l.) en ‘Vidal’ met de 001’ (r.) gaan op weg voor het eerste deel van de tocht naar Nederland, naar Naval Air Station Patuxent River aan de oostkust van de Verenigde Staten. Foto’s: sergeant Jan Dijkstra

Verrassing

In ieder geval werd het plannetje voor de luchtactie over lange afstand op Edwards in de woestijn van Californië geboren. “Rapid Reaction houdt in dat je snel, op grote afstand en met minimale middelen bij verrassing een opdracht uitvoert”, schetst luitenant-kolonel vlieger Ian ‘Gladys’ Knight de contouren van de test. “Voor een tijdelijke basis zou je een beroep kunnen doen op een bevriend land in de regio.”
Om de test representatief te laten verlopen, vliegt ook een Amerikaanse C-17 Globemaster met de benodigde gronduitrusting en (her-)bewapening op eigen houtje naar Europa. De bommen die de F-35’s in Nederland afwerpen, vervoert deze machine niet. Die nemen beide toestellen namelijk zelf mee.

Majoor-vlieger Rob Duran, commandant De Vliehors Range is razend enthousiast over de mijlpaal. “Dit is het begin van de toekomst.

De komst van de F-35 wordt nu eindelijk tastbaar. Aan het einde van het jaar zijn hier de eerste vluchten voor het testen van de operationele wapeninzet. Dan kijken we of ze echt zo precies zijn.” Video still: sergeant-majoor Ruud Mol

Ook voor de Cornfield Range gaan er zaken veranderen. Duran: “Binnenkort houden we bijvoorbeeld de procedures tegen het licht.

De F-35 vliegers hebben een hele andere, digitale, wereld als in de F-16 om zich heen. Wij willen in de toren ook digitaal kunnen meelezen en daarvoor zijn andere systemen nodig.” Foto: sergeant Jan Dijkstra

Daarmee stipt hij direct een van de belangrijkste verschillen tussen de F-16 en zijn opvolger aan. De F-35 is dankzij z’n uitmuntende sensoren meer een vliegend informatieplatform dat ook nog wapens draagt.

Het 5e generatietoestel wordt continu gevoed met informatie. Het gaat bovendien sneller, completer en preciezer. In een situatie waarbij grondtroepen in het nauw zitten, maakt dit het verschil tussen leven en dood. Video still: sergeant-majoor Ruud Mol

De veranderingen werden goed zichtbaar tijdens de covert long range strike-operation op De Cornfield Range. Zo’n heimelijke verrassingsaanval over een grote afstand is verplicht in de operationele test- en evaluatiefase. Video still: sergeant-majoor Ruud Mol

Duran: “Met ‘domme’ bommen moest je veel meer trainen. De F-35 draagt alleen slimme bommen en bijna alles kan in de simulator.

We zullen de F-35 hier dus minder zien dan de F-16. Voor het afronden van opleidingen en om bijzondere runs te oefenen.” Video still: sergeant-majoor Ruud Mol

Ongeschonden

“Initieel wilden we deze vorm van deployment elders in de Verenigde Staten doen”, vertelt Knight. Mede omdat we dan ook aanwezig kunnen zijn tijdens de Luchtmachtdagen, viel de keuze op Vlieland. Volgens de vlieger is een Rapid Reaction-missie met slechts twee toestellen alleen mogelijk met vliegtuigen van de vijfde generatie. “Om ongeschonden bij het doel te komen, hebben oudere gevechtsvliegtuigen een hogere mate van luchtoverwicht nodig en dus de hulp van een ondersteunende luchtvloot. Je spreekt dan niet een korte, rappe inzet, maar van een omvangrijke luchtoperatie. “Door zijn stealth-eigenschappen en geavanceerde sensoren kan de F-35 het allemaal in z’n eentje. Zodra hij opstijgt, ben je hem kwijt.” Daarentegen ziet de vlieger in de cockpit van het toestel in een oogwenk heel precies wat er om hem heen gebeurt. “Qua informatievergaring is het net een grote stofzuiger. Enorm voordeel is de fusie van de sensoren met de complexe omgeving. Met een F-16 zou je deze missie nooit kunnen doen.”

Luchtweerstand

In het aan boord meenemen van bewapening schuilt weer een markant wapenfeit, want nooit eerder vloog een gevechtsvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht bewapend de Atlantische Oceaan over. Met de huidige F-16 zou dat ook hoogst onpraktisch zijn. De bommen onder de vleugels veroorzaken een enorme luchtweerstand en een dito brandstofverbruik. “Daarentegen zit bij de F-35 de bewapening in de romp, waardoor het brandstofverbruik niet significant hoger is dan zonder bewapening”, legt Knight uit. “Het intern vervoeren van bommen en raketten is een must om de stealth-eigenschappen van het toestel volledig tot zijn recht te laten komen.”

Spin in het web van de logistieke operatie voor de Rapid Reaction Test is technisch officier kapitein Myrna. KLu-Cargo personeel van Eindhoven helpt met het inschepen van het materiaal. Foto’s: sergeant Jan Dijkstra

‘Knak-momentje’

De F-35’s vliegen de route naar de oostkust van Edwards naar Naval Air Station Patuxent River. De KDC-10 gaat naar Bangor International Airport vanwege de langere landingsbaan. Het verblijf daar duurt een dag langer vanwege een motorprobleem met de KDC-10, dus vliegen de F-35’s ook vast naar Bangor. Bij vertrek een dag later blijkt de pech nog niet voorbij. “Toen bleek dat de KDC-10 niet kon bijtanken door een probleem met de tankboom, was dat best een knak-momentje”, geeft Knight toe. “We hebben echt alles geprobeerd, reageert boomoperator-loadmaster van het 334 Squadron sergeant-majoor Lody, “maar niets werkte. Ontzettend balen, om het maar netjes uit te drukken. Daarna zat er voor ons niets anders op dan terugvliegen naar Nederland.”

In beeld de missie nog eens meebeleven? Kijk dan deze video.

Snel schakelen

De rol van 334 is dan echter nog niet uitgespeeld. De 2 gevechtstoestellen maken een extra stop op Goose Bay in Canada en de vliegers bekijken hun mogelijkheden. “En dan blijkt ineens de 2e ‘10’ die nog steeds voor reparatie in Frankrijk stond, op weg richting Groenland”, zegt F-35 vlieger majoor Pascal Smaal die de operatie vanuit Nederland aanstuurt. De kist zou eigenlijk alleen maar opgehaald worden door een ferry crew. Maar door snel schakelen van Eindhoven krijgt de bemanning meteen de belangrijke opdracht: de F-35’s de Atlantische Oceaan over te helpen. Lody: “Gelukkig hadden ze alles bij zich om een missie uit te voeren; niet standaard als je een toestel gaat ophalen.”

Bingo

De KDC-10 vliegt naar Prestwick in Schotland om daar vol te tanken en gaat daar vandaan richting Groenland. De F-35’s die intussen zijn uitgeweken naar Goose Bay kunnen dan toch op weg naar Nederland. Knight: “Dankzij de perfecte samenwerking met hun thuisbasis Eindhoven was de 2e KDC-10 op de minuut nauwkeurig op de afgesproken plek en konden wij bijtanken. Dat was 5 minuten voor ‘bingo fuel’, het moment dat wij moeten besluiten terug te vliegen naar Canada of uit te wijken naar een luchthaven in Groenland.”

Rond 10 uur ’s avonds naderen in het bijna donker 2 vleermuisachtige silhouetten Vliegbasis Volkel. Rond dit tijdstip kunnen dat alleen nog maar de 2 Nederlandse F-35’s zijn. Foto: sergeant-majoor Hille Hillinga

Eerst laten ze met een bijna landing en nog een rondje even goed hun aanwezigheid aan de belangstellenden op én buiten de Brabantse basis horen en zien. Daarna zetten ze – na 8 uur vliegen – in het laatste avondlicht de wielen aan de grond. Foto: sergeant-majoor Hille Hillinga

Smaal, op de foto nog bij een briefing op Edwards Air Force Base, kan tevreden zijn: de 2 F-35’s hebben hun bijzondere missie uitgevoerd en staan veilig op het Volkelse beton. Foto: sergeant Jan Dijkstra

In inmiddels oer-Hollands weer, waarbij de regen met bakken naar beneden komt, taxiën de 2 F-35’s naar de shelters, waar de vliegers tevreden uitstappen. Regen of niet, techneuten staan meteen klaar om de kisten te inspecteren. Foto: sergeant-majoor Hille Hillinga

“Ja, het was een heel eind vliegen, maar het is perfect gegaan”, zegt Knight. “We hebben op Vlieland precies kunnen doen wat we moesten: onze bommen op de doelen droppen. Dat ging perfect.” Foto: sergeant-majoor Hille Hillinga

Ruchtbaarheid

Volgens Knight wordt het pas spannend op 200 kilometer afstand van de range, wanneer hij inzoomt op de missie.. De tik die hij samen met kolonel Albert ‘Vidal’ De Smit op de range uitdeelt, is er eentje die de tegenstander volledig op het verkeerde been zet. Knight: “Om zo’n aanval ‘uit het niets’ volledig uit te buiten, moet je heimelijk te werk gaan. Rapid Reaction houdt in dat je de missie met een korte reactietijd en minimale middelen over grote afstand bij verrassing uitvoert. “Doordat we er geen enkele ruchtbaarheid aan geven, voeren we de missie met eigen personeel en middelen uit.”

Rapid Reaction deployments vinden vaak over lange afstand plaats. Tankersteun – van nu nog de KDC-10 – is dan onontbeerlijk. Foto’s: sergeant Jan Dijkstra​

Digitaal pakketje

Om de operatie op Vlieland zo realistisch mogelijk te maken, werken de vliegers samen met Joint Terminal Attack Controllers (JTAC’ers) van het Special Operations Command. Net als bij een echte operatie hebben zij op grote afstand van het doelwit een observatiepost ingericht. Onzichtbaar verscholen in de duinen markeerden zij het doelwit met hun laser. Tot zover niets nieuws. Wat anders verloopt, is de communicatie. Niet meer mondeling over de radio, maar met een druk op de laptop versturen ze een digitaal informatiepakketje. De vlieger krijgt op hetzelfde moment een compleet overzicht in zijn helm geprojecteerd, inclusief bijvoorbeeld de locatie van de JTAC’ers. En zelfs de bommen krijgen direct een laatste locatie-update. Over de nieuwe, digitale verbindingslijntjes gaat niet alleen meer en nauwkeuriger informatie, het is ook nog eens beter beveiligd dan het ouderwetse radiocontact. Geen onbelangrijk detail voor special forces die diep in vijandelijk gebied opereren en volkomen aan zichzelf zijn overgeleverd.

Eerbetoon op de canopy rail van de ‘001’ aan de vorig jaar overleden 323-collega sergeant-majoor Anno Visser. De ‘008’ laat zien waarvoor de F-35’s naar de Cornfield Range komen. Foto’s: sergeant Jan Dijkstra​

Geen verleden tijd

Na afloop is te zien hoe 1 van de bommen de containers van boven naar beneden heeft gespleten. De andere 3 inslagen liggen tegen de constructie aan. De commando’s zijn tevreden. “Niet alles verliep helaal vlekkeloos, maar dat kan bij een eerste keer”, zegt kapitein Bart de Graaff van het Korps Commandotroepen. “Overigens is mondeling contact niet verleden tijd. Mocht de nood om wat reden aan de man zijn, dan kan altijd op radio worden overgeschakeld.” Voor nu is de missie in ieder geval geslaagd: na 9000 kilometer vliegen zijn de bommen op het doel ‘gepraat’. En hoe!

.

Tekst: André Twigt, Jan Malschaert en Arno Marchand
Header- en slotfoto: sergeant Jan Dijkstra
Video: sergeant-majoors Eva Klijn, Ruud Mol en Robbert Harteveld
Montage: sergeant-majoor Eva Klijn