03

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 09

Een ‘erezaak’ op het IJsselmeer

Bommenwerper na 75 jaar geborgen

Foto boven: Luchtbeeld van de berging, midden op, of eigenlijk ín het water. Foto: Royal Smals Dredging, Ad van Lit.

Bij de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht zijn ze al wel wat gewend. Maar een berging middenin het IJsselmeer? Dat is toch echt een klus van de buitencategorie. In september lichtten specialisten van Defensie daar de restanten van een Vickers Wellington-bommenwerper.

Het is een bizar zicht. Op pakweg een uur varen van Lemmer kijk je rechtstreeks naar de bodem van het IJsselmeer. Over een oppervlakte van 25 bij 36 meter staar je in de 4 meter diepe bergingskuip, omzoomd door metershoge stalen damwanden. Een waterbouwkundige krachttoer.

Middenin steekt een stuk verwrongen staal uit de modder omhoog. “Zo ligt het er allemaal bij”, vertelt majoor Arie Kappert, stafofficier vliegtuigberging. “Mensen verwachten dat we een compleet vliegtuig naar boven halen. Maar dat gebeurt vrijwel nooit. Het is een bult aan wrakdelen. Er zit geen verband meer in.” 

(r.) Laag voor laag graven de bergers de bodem af. Aan de band inventariseren medewerkers van de Bergingsdienst, de BIDKL en de EOD en een stralingsdeskundige (kleine wijzerplaten bevatten destijds namelijk radioactieve elementen) alle vondsten. (l.) Archeoloog Laurens Flokstra helpt bij de speurtocht naar het registratienummer, R1322. “Je kunt hier niet alle archeologische onderzoeksmethoden op loslaten, want dan zitten we hier in 2020 nog.”

‘Voorwerpen geven de berging een gezicht’

De badge van het RAF No.305 (Polish) Bomber Squadron. De eenheid werd opgericht op 29 augustus 1940. De eerste missie was naar Nederland: het bombarderen van brandstofopslag bij Rotterdam.

Oogst

Dat blijkt wel aan de lopende band op het naastgelegen werkeiland. Vliegtuigbergers, explosievendeskundigen en identificatiespecialisten doorzoeken schouder aan schouder de schier eindeloze stroom van klompen klei, schelpen en gemangelde metalen onderdelen. Hun oogst stemt je nederig. Een machtige bommenwerper, teruggebracht tot een berg schroot die past in een 20-voets container. Een propeller, een machinegeweer, een verbogen pantserplaat. Het zijn de weinige voor de leek direct herleidbare vliegtuigdelen. 

Zware jongens

De 4 500-ponders laten daarentegen weinig aan de verbeelding over. Zelfs na 75 jaar. “Ze komen nagenoeg fabrieksnieuw uit de bodem”, vertelt sergeant-majoor Sandor Verkerk van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. “Je ziet nog de originele kleur én de opschriften.”

Na al die decennia is de bommenlast voor de vliegtuigberging geen spelbreker, legt zijn collega sergeant-majoor Sander Bakker uit. “Toen het vliegtuig neerstortte zijn de ontstekers niet in werking getreden. De bommen zijn in principe dus ongevaarlijk.” Bommenruimen is voor de EOD’ers nooit routine, maar deze ‘zware jongens’ bleken voor de explosievenexperts geen probleem. De werklocatie was vooral bijzonder, stelt Verkerk. “Al vergeet je na een tijdje gewoon dat je op 4 meter onder het wateroppervlak staat te werken.”

En werk is er genoeg, want de munitie komt soms letterlijk met kisten vol uit de bergingskuip. “We hebben aardig wat spul gevonden”, beaamt Bakker. “Heel veel kogels van de boordwapens en restanten van de brandbommen die het toestel aan boord had. Dat verzamelen we allemaal en voeren we af voor vernietiging.”

Schoonspuiten van de opgravingen. Menig wrakdeel is zo versplinterd en verbogen dat je je amper een voorstelling kunt maken van de klap die het toestel in 1941 maakte.
De bergingskuip. De 4 bommen liggen al klaar voor de verwijdering van hun ontsteking. ‘Bommen komen nagenoeg fabrieksnieuw uit de bodem’.

Bemanning

De bergers stuiten ook op stoffelijke resten van de vermisten. “Onze missie is het vaststellen van het minimum aantal individuen aan boord”, verduidelijkt eerste luitenant Geert Jonker, hoofd van de Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht (BIDKL).

“In tegenstelling tot een veldgraf, liggen bij een vliegtuigberging de resten helemaal verspreid”, legt hij uit. “We weten van deze bemanning dat er nog 3 vermisten zijn. Daarom zoeken we bijvoorbeeld 3 rechter bovenarmen, 3 keer een linker kaak. Alles waaruit we maar kunnen afleiden dat we hier inderdaad de overblijfselen van 3 verschillende bemanningsleden hebben aangetroffen.” 

Links, majoor Arie Kappert: “Je opent een tijdcapsule.” Rechts, eerste luitenant Geert Jonker met een luidsprekertje uit een vliegercap: “In tegenstelling tot een veldgraf, liggen bij een vliegtuigberging de resten helemaal verspreid.”
De roundel van de Poolse Luchtmacht. Poolse toestellen bij de RAF dragen het in het klein op de neus, vergelijkbaar met de oranje driehoek van de Nederlandse RAF-toestellen.

‘Vermisten bergen zie ik echt als inlossing van een ereschuld’

Dankbaar

Veelal vinden ze niet meer dan kleine botfragmenten. Persoonlijke eigendommen maken het verleden tastbaar, stelt Jonker. “Op de eerste dag vonden we al een horloge met een Poolse inscriptie. Blijkbaar ooit aangeboden door een groep leerling-vliegers aan hun instructeur. Zo krijgt een berging een gezicht. Dit soort voorwerpen maakt het mensen.”

“Samen open je een tijdcapsule”, vertelt Kappert. “Het zijn lange dagen, maar het is ook uitermate dankbaar werk. Het is een ontzettend gemotiveerde ploeg”, geeft hij aan. “We ruimen dit vliegtuig omdat hier zandwinning gepland is. De bommen vormden een gevaar. We leveren in 4 weken tijd weer een schoon stukje IJsselmeer op. Het is mooi werk. Maar vermisten bergen, dat zie ik echt als de inlossing van een ereschuld.”

De eerste Britse bombardementsvlucht werd op 4 september 1939, nog geen 24 uur na de Engelse oorlogsverklaring, uitgevoerd door Vickers Wellingtons. Doelwit waren Duitse schepen bij Brunsbüttel. De aanval was voor de Britten geen succes. Twee Vickers Wellingtons kwamen niet terug, de eerste verliezen voor de RAF.

De Vickers Wellington is als enige bommenwerper gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog ingezet. Aanvankelijk vooral als nachtbommenwerper. Later namen zwaardere, 4-motorige toestellen deze rol over. Het toestel deed daarna dienst als onderzeebootbestrijder.

In totaal zijn 180 Vickers Wellington Mk.I’s gebouwd. Van de bommenwerper zijn gedurende de oorlog 16 varianten gemaakt, in totaal 11.461 exemplaren. Meer dan welke andere Britse bommenwerper ook en bovendien daarmee het enige toestel dat alle oorlogsjaren is geproduceerd.

De oorlog stuwde de massaproductie van vliegtuigen naar nieuwe hoogten. De bouwtijd van een Vickers Wellington was gemiddeld 60 uur. In 1943 klokten fabrieksarbeiders een record constructietijd van 23 uur en 50 minuten. Na 24 uur en 48 minuten steeg het toestel op.

De zogeheten geodetische constructie van de Vickers Wellington was een belangrijke innovatie in de vliegtuigbouw. De honingraatbouw maakte de romp en vleugels van het toestel relatief licht, maar toch sterk. Ondanks zware beschadigingen slaagde menig toestel erin toch thuis te komen.

Vele Poolse militairen vluchtten na de Duitse inval naar Engeland. In totaal dienden zo’n 19.400 Polen in de Royal Air Force. Daarmee vormden ze het grootste niet-Britse contingent in de Engelse oorlogsinspanning. Bron: Wikimedia Commons

Tekst: Ingmar Kooman

Foto’s: Evert-Jan Daniels, uit archief Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Animaties: Jorn Koekoek/X-media

Video en montage: Paris Hidden