02

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 02

Deklanding is teamprestatie

x
Na het oplanden, zoals de marineterm luidt, vliegt deze NH90 weer weg van de Zeeland. Dit proces beoefende de Nederlandse en Belgische NH90-vliegers tientallen keren. Foto: Ritchie Sedeyn

Belgische en Nederlandse NH90’s trainen met de Zeeland

Een Nederlandse vlieginstructeur stoomde begin februari een Belgische NH90-vlieger klaar voor deklandingen met de NH90. Dit was niet het enige oranje tintje aan deze kwalificatie. De landingen vonden plaats voor de kust bij Den Helder waar het patrouilleschip Zr.Ms. Zeeland haar helikopterdek had vrijgemaakt voor de komst van een Belgisch en een Nederlands toestel. En dan was er nog een oranje uil...

Seconden lang beweegt de Belgische NH90 op de wind een paar meter boven het deinende helikopterdek van Zr. Ms. Zeeland. Als het patrouilleschip een kort moment vlak genoeg ligt, krijgt de Belgische vlieger een ‘groen dek’ van de Nederlandse vliegdekofficier. Het teken dat hij mag landen. Met een korte stuiter zet de Belg de maritieme gevechtshelikopter neer. De vliegdekofficier gebaart de vlieger zijn deck lock te activeren door zijn gebalde vuist meerdere keren naar beneden te stoten. Direct verankert de helikopter zich met een grijper aan een rond metalen rooster in het dek. Kort daarop laat de grijper weer los en gaat de heli take off.
Dit ritueel herhaalt zich die tweede week van februari vele tientallen keren voor de kust bij Den Helder, overdag en ‘s nachts. Aan de stuurknuppel zit de Belgische luitenant-ter-zee Kenneth. Naast hem in oranje overall de Nederlandse vlieginstructeur Bart die hem met succes de fijne kneepjes van het deklanden leert. Aan het einde van de week mag Kenneth zich de eerste Belgische NH90-vlieger noemen met een kwalificatie als boordvlieger. Vanaf nu mag hij bij nacht en ontij op alle Belgische en Nederlandse marineschepen landen met de 11 ton wegende NH90. Foto: Ritchie Sedeyn
Luitenant-ter-zee 1 Bart is behalve vlieginstructeur ook Hoofd Operaties bij het 860 Squadron. Deze NH90-eenheid is verantwoordelijk voor de maritieme helikoptertaken. “Kenneth is de eerste Belgische vlieger met onze oranje uil op zijn vliegoverall. Dat embleem krijgt iedereen die bij 860 leert nachtvliegen.” Die traditie dateert uit de Tweede Wereldoorlog. Toen werd het Nederlandse squadron opgericht in Engeland om scheepskonvooien te beschermen. Het was de vrouw van een van de vliegers die op het idee kwam om voor iedere nachtvlieger een oranje uil te naaien.
“Een deklanding is een van de moeilijkste vlieghandelingen”, geeft Kenneth aan. “De beweging van het schip en de wind zijn nooit hetzelfde. Elke landing is een gevecht, helemaal in het donker. Toen ik 2 weken geleden met Bart aan de slag ging, kroop ik bij wijze van spreken met de NH90. Tijdens dagen waarin we soms 70 landingen en take offs maakten, overdag én ’s nachts, ben ik gaan staan en lopen.”
De Belgische NH90 staat op het punt om te landen op het helikopterdek Zeeland. De Belgische boordvlieger is erg blij met de samenwerking: “Die is natuurlijk al jaren constructief voor beide partijen. Maar nu profiteren wij vooral. Jullie vliegen al sinds 2010 met de NH90. Wij sinds vorig jaar. We benutten niet alleen jullie ervaring graag, maar ook jullie patrouilleschip. Onze M-fregatten (van Nederland overgenomen, red.) ondergaan momenteel de laatste aanpassingen voor nachtoperaties. Dankzij jullie boksen we in de NH90 echt boven onze klasse.”
De Belgische vlieger vloog tot voor kort op een Alouette III. Op de vraag wat hij concreet leert van de Nederlanders heeft hij een tweeledig antwoord. “Het is jullie ervaring in het algemeen en zaken als night vision goggles in het bijzonder. Dat deden wij niet. De cockpit van de Alouette was hiervoor niet geschikt. Het scheelt dat we dat niet allemaal zelf hoeven uit te vinden. Gelukkig zaten we al bij elkaar aan boord; vrijwel alle procedures zijn al op elkaar afgestemd.”
Naast de Belgische vlieger en zijn copiloot benutten veel anderen de beschikbaarheid van Zr. Ms. Zeeland en haar bemanning. Zo landt een Nederlands NH90 om en om met de Belg. Voor de Nederlandse helikopterbemanning het moment om haar vaardigheden op peil te houden. 2 militairen kwalificeren zich tijdens de landingen voor de functie van vliegdekofficier. En dan was er nog het andere personeel van de Zeeland betrokken bij de deklandingen, zoals de commandocentrale-officier en de air controller.
Sergeant Nicky Bakker is air controller, “eigenlijk het doorgeefluik tussen de helikopter en het schip. Ik geef de vlieger meteorologische informatie zoals de wind over het dek. Maar ik houd hem ook op de hoogte van de koers van het schip en andere vliegende eenheden. Een soort luchtverkeersleider maar dan kleinschalig. Tijdens Trident Juncture eind vorig jaar, was het contact met de Spanjaarden of Amerikanen af en toe wat lastiger. Met de Belgen hoeven we maar heel weinig af te stemmen.”
“This is paddles - deck is ready to receive you.” Met dit commando geeft de vliegdekofficier een vlieger toestemming om te landen. De bijnaam paddles slaat op de gekleurde bordjes in de handen die ze vroeger gebruikten voor de communicatie. Sergeant-majoor Jeffrey is 1 van de kersverse vliegdekofficieren. “Als een helikopter binnen een mijl van het schip komt, nemen wij de communicatie over van de air controller. We geven bijvoorbeeld de wind door en of het schip zich binnen de limieten bevindt, dus niet te veel rolt en stampt. Het laatste stuk van de landing en bij de take off begeleiden we met gebaren en door het lopen van bepaalde patronen. Dan vragen we de brug om een ‘groen dek’. Als alles klopt, gaat er een groen licht branden en kan de heli landen.”
Terwijl de vliegdekofficier een helikopter binnenhaalt, staat er achter hem altijd een 4-koppig team klaar: de ‘lashingpaais’. De naam komt van het vastsjorren van een heli aan het dek met banden, maar eigenlijk is dit slechts een fractie van hun werk. “Wij doen alle werkzaamheden aan de heli aan boord, aan de motoren, de computers en de aandrijving”, zegt sergeant technische dienst vliegtuigtechniek Edwin. “Je hebt het reguliere onderhoud en we verhelpen klachten. En niet onbelangrijk op zee: we doen aan corrosiebestrijding.”
“Bij een deklanding zijn veel van mijn mensen betrokken”, vertelt kapitein-luitenant-ter-zee Eric Toebast, commandant Zr.Ms. Zeeland. “De wind moet bijvoorbeeld onder een bepaalde hoek ten opzichte van het schip staan. Dit kan onder operationele omstandigheden betekenen dat we ineens op ‘vliegkoers’ gaan varen terwijl dat helemaal niet de richting is die we op moeten. De helikopterdirectieofficier op de brug navigeert dan zo dat de helikopter veilig kan landen. Vliegen is normaal iets van de vlieger, maar bij een deklanding is het écht een team effort.”

Tekst: Jan Malschaert
Foto’s: Keesnan Dogger