Dit artikel hoort bij: Materieelgezien 01

In 't kort

Tekst kapitein Arthur van Beveren
Foto Mediacentrum Defensie

Nederland koopt Leopard 1-tanks voor Oekraïne

Nederland levert samen met Denemarken en Duitsland ten minste 100 Leopard 1A5-gevechtstanks aan Oekraïne. Ook leveren de landen reserveonderdelen en munitie. Defensie wil ook met instructeurs een bijdrage leveren aan de opleiding en training. Dat schrijven de ministers Kajsa Ollongren (Defensie) en Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken) op 7 februari aan de Tweede Kamer.

Nederland schaft de Leopard-1A5’s samen met Duitsland en Denemarken direct aan bij de Duitse industrie. Het gaat dan om gereviseerde exemplaren die in opslag stonden. De Leopard 1A5 is een gemoderniseerde versie van de ‘Leo’ 1A1 en voorganger van de Leopard 2.

“De oorlog in Oekraïne bevindt zich in een cruciale fase. Ik verwacht dat de gevechtshandelingen in de komende maanden intensiever worden. Rusland blijft doorgaan met mobilisatie en er zijn tekenen dat Rusland een nieuw offensief voorbereidt”, aldus minister Ollongren. “Daarom is het leveren van gevechtstanks van belang. Om het voortzettingsvermogen van Oekraïne op peil te houden en haar positie op het slagveld te verbeteren. Uiteindelijk gaat het er om het voortbestaan van Oekraïne als soevereine staat te waarborgen.”

Toestemming
De Duitse en Nederlandse ministeries van Defensie werken sinds enige tijd aan een initiatief om met de Duitse industrie te bekijken wat de opties zijn om tanks aan Oekraïne te geven. Omdat ze van Duitse makelij zijn, moet dit land gebruikers toestemming geven als zij hun Leopards van dit type aan Oekraïne willen leveren. Dat laatste is onlangs gebeurd. Hoeveel tanks er naast de 100 geleverd gaan worden is nog afhankelijk van het revisieproces van de beschikbare tanks in voorraad bij de Duitse industrie.

De levering van de Leopard 1A5 staat los van het initiatief om Oekraïne ook de moderne Leopard 2A6-gevechtstanks te geven. De gesprekken hierover zijn nog gaande.

Streepje

NAVO-landen trekken samen op bij aanschaf materieel voor versterking Defensie

De NAVO-bondgenoten gaan nog meer samenwerken bij het gezamenlijk aanschaffen van militair materieel. Het doel is om meer gezamenlijke standaarden te ontwikkelen. Materieel dat voldoet aan deze eisen is sneller en eenvoudiger te produceren. Daarnaast bevordert het werken met hetzelfde materieel ook de inzet in gezamenlijke operaties en biedt het schaalvoordelen. Minister Kajsa Ollongren ondertekende hiervoor op 15 februari in Brussel verschillende overeenkomsten en intentieverklaringen.

Zo doet Nederland mee met 10 NAVO-bondgenoten bij het opstellen van eisen voor grondgebonden luchtverdediging. Het zogeheten memorandum of understanding (MoU) moet op termijn zorgen voor gezamenlijke eisen op het gebied van luchtverdediging, met name wat betreft command & control. Dit is een van de essentiële componenten van een luchtverdedigingssysteem. Hiermee worden de systemen van verschillende leveranciers namelijk met software en interfaces aan elkaar gekoppeld.

Naast Nederland zetten vandaag Denemarken, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Noorwegen, Slovenië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hun handtekening. Door het opstellen van gezamenlijke eisen willen de bondgenoten de luchtverdediging op bepaalde onderdelen uitwisselbaar maken, wat de samenwerking bevordert.

In het MoU gaat het specifiek om componenten voor grondgebonden luchtverdediging op zeer korte afstand (tot 5 kilometer), korte afstand (5-10 kilometer) en middellange afstand (minimaal 25 kilometer). Maar ook om systemen die kunnen optreden tegen raketten, artillerie en mortieren.

AWACS-vliegtuigen
Verder is gesproken over de vervanging van de huidige 14 AWACS-vliegtuigen van de NAVO. Deze toestellen bewaken het Europese luchtruim. Zij bereiken in 2035 het einde van hun levensduur. Nederland is een van de landen die mee wil doen aan de versnelde vervanging van deze radarvliegtuigen. De toestellen zijn in het Duitse Geilenkirchen gestationeerd. Het vervangen van de toestellen zal de geluidsoverlast in Limburg verminderen.

Munitie
8 landen sluiten zich aan bij het Multinational Ammunition Warehousing Initiatives (MAWI)-project, een Belgisch initiatief. Dit is een samenwerking voor de opslag en distributie van munitie. Het totaal aan landen komt daarmee op 20. Nederland doet al 2 jaar mee. Het eerste opslag- en distributiepunt is vorig jaar in Estland geopend. Daarnaast treedt Roemenië toe tot een project voor de verwerving en life-cycling management van essentiële munitiesoorten in het landdomein.

Streepje

Flos leidt programma voor internationale maritieme materieelsamenwerking

Kapitein-ter-zee Paul Flos gaat vanaf 1 februari aan de slag als programmadirecteur Internationale Maritieme Materieelsamenwerking binnen Europa. Hij wordt hiervoor bevorderd tot commandeur.

Doel van het programma is onder meer om met de landen binnen de Northern Naval Shipbuilding Cooperation (NNSC) en hun industrie te komen tot een gezamenlijk modulair ontwerp van een marineschip. Hiertoe behoren ook wapen- en sensorsystemen. Daarnaast wordt ook binnen de NNSC gezamenlijk onderzoek gedaan naar innovatieve voorstuwing en Seabed Warfare in Shallow waters  (oorlogvoering op de zeebodem in ondiepe wateren).

Het programma moet eraan bijdragen dat landen over dezelfde IT en hetzelfde materieel gaan beschikken. Europese maritieme materieelsamenwerking moet dankzij het programma een onlosmakelijk deel uitmaken bij de verwerving van defensiematerieel. Flos gaat de bilaterale betrekkingen met strategische partners verstevigen.

Loopbaan Flos
Flos is nu nog hoofd afdeling Maritieme Systemen bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Ook zijn nieuwe functie behoort tot DMO, terwijl het Directoraat-Generaal Beleid zorgt voor aansturing.

In het verleden deed Flos ervaring op aan boord van Hr.Ms. Tromp en Hr.Ms. De Ruyter. Ook was hij hoofd materieelsdienst aan boord van Hr.Ms. Tjerk Hiddes en Zr.Ms. Johan de Witt. Flos was verder defensieattaché in Iran, Libanon en Syrië.

Streepje

Verboom nieuwe plaatsvervangend directeur JIVC

Marineman Willem Verboom wordt op 1 februari bevorderd tot commandeur. Op 23 maart wordt hij officieel plaatsvervangend directeur van het Joint Informatievoorziening Commando (JIVC). Hij volgt ranggenoot Cees Vooijs op die met functioneel leeftijdsontslag gaat.

Verboom startte zijn loopbaan in 1988 bij het Koninklijke Instituut voor de Marine. Daarna volgden meerdere varende functies. Met Hr.Ms. de Ruyter nam hij deel aan operatie Sharp Guard in de Adriatische Zee. Aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman maakte hij in de Perzische Golf deel uit van operatie Enduring Freedom.

Verboom vervulde diverse functies in het plannen en materiële domein. Hij was onder meer planner van materieelprojecten. Vanaf 2015 was hij enkele jaren verantwoordelijk voor het in stand houden van de fregatten en patrouilleschepen. Sinds 2018 is hij hoofd Integrale Plannen, tevens plaatsvervangend directeur Operationeel Beleid en Plannen bij het Directoraat-Beleid.

Streepje

Wissels bij NIDV

Hans Huigen (57) wordt de nieuwe directeur van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Hij volgt kolonel buiten dienst Ron Nulkes op, die gelijktijdig afscheid neemt met voorzitter Hans Hillen. De oud-minister van Defensie maakt op zijn beurt plaats voor oud-staatssecretaris en oud-luchtmachtofficier Raymond Knops.

Huigen heeft een loopbaan bij diverse (internationale) overheidsinstellingen en in het bedrijfsleven achter de rug. Hij is als voormalig reservist bij de Koninklijke Marechaussee ook bepaald niet onbekend met Defensie.

Dat geldt zeker voor de nieuwe voorzitter, Raymond Knops, die als Kamerlid namens het CDA woordvoerder Defensie is geweest. Beide heren treden per 1 april dit jaar aan.

Streepje

Nieuwe operationele gevechtskleding laat langer op zich wachten

De definitieve gevechtskleding uit het project Defensie Operationeel Kleding Systeem (DOKS) laat naar verwachting een jaar langer op zich wachten. Bij de testen bleek de aangeboden kleding niet te voldoen aan de eisen die Defensie  vooraf had gesteld. De organisatie acht kwaliteit belangrijker dan snelheid en gaat met minder niet akkoord. Staatssecretaris Christophe van der Maat heeft dit de Tweede Kamer op 1 februari laten weten.

Defensie testte de kleding van de potentiële leveranciers. Zo droegen militairen van verschillende eenheden de gevechtskleding onder verschillende (klimatologische) omstandigheden. Daarbij werd onder meer gekeken naar functionaliteit en draagcomfort. Daarnaast zijn ook diverse kwaliteitstesten uitgevoerd. Geen van de systemen komt op dit moment tegemoet aan de gevraagde specificaties van Defensie.

Beide leveranciers hebben aangegeven dat zij de gevechtskleding kunnen verbeteren om alsnog aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen.

Tussenoplossing
Eerder liep het project DOKS ook uit. Dat had te maken met een kort geding, aangespannen door afgewezen leveranciers. Defensie heeft in een eerder stadium al besloten een tussenoplossing te introduceren. Militairen krijgen sinds medio vorig jaar dit verbeterde interim kledingpakket. Met de uitgifte van zo’n 480.000 broeken en jassen betreft dat een grote logistieke operatie. Nu DOKS langer op zich laat wachten wordt de interim-oplossing verlengd.

Streepje

Nederlandse levering Patriot-luchtverdediging aan Oekraïne

Nederland levert Oekraïne delen van een Patriot-luchtverdedigingswapensysteem. Het gaat om 2 lanceerinstallaties en raketten. Ook neemt Nederland trainingen van Oekraïense militairen voor haar rekening. Verder levert Nederland 100 in Tsjechië commercieel ingekochte voertuigen met luchtafweergeschut. Dit meldde minister van Defensie Kajsa Ollongren op 20 januari aan de Tweede Kamer. Tijdens de Oekraïne Defensie Contactgroep in het Duitse Ramstein zijn afspraken gemaakt om het vervangingstraject voor de Patriot te versnellen. In Ramstein kwamen de ministers van Defensie voor de achtste keer bijeen.

Ollongren kondigde aan deel te nemen aan een samenwerkingsproject met de Verenigde Staten en Duitsland. Dat heeft te maken met de gezamenlijke levering van Patriot-luchtafweersystemen aan Oekraïne, inclusief munitie, training en onderdelen voor onderhoud. De samenwerking is een gevolg van de dringende oproep van de Oekraïense president Zelensky. Hij wil luchtafweer zodat zijn land zich kan verdedigen tegen de voortdurende aanvallen met raketten en drones op Oekraïense steden.

Eerder is al gemeld dat het kabinet € 2,5 miljard beschikbaar stelt om Oekraïne dit jaar te steunen. Nederland geeft hiermee een boodschap van onverminderde solidariteit aan de Oekraïense bevolking. Die kan op Nederlandse steun rekenen zolang dat nodig is.