Tekst KAP Joris van Duin
Foto SM Aaron Zwaal
DGeo maakt gedetailleerdere stadskaarten op een schaal van 1:5.000
‘Het terrein dicteert’ is een aloude les die iedere landmachter al tijdens de eerste opleiding in het hoofd wordt gestampt bij het plannen van operaties. Voor actuele satellietbeelden en stafkaarten kunnen militairen terecht bij de Dienst Geografie (DGeo). In ’t Harde staan medewerkers dag en nacht klaar om deze te maken en aan te leveren. Nieuw in het assortiment: zeer gedetailleerde stadskaarten.
Het klinkt misschien niet zo sexy als de Pantserhouwitser 2000NL, Leopard-gevechtstank of CV90, maar voor het functioneren van eenheden die deze paradepaardjes van de Koninklijke Landmacht in de gelederen heeft, is de Dienst Geografie onmisbaar.
‘We hebben meer gedetailleerdere kaarten nodig’
Wie ziet wat de 30 medewerkers op de mat leggen, loopt bovendien vol verbazing hun bakstenen gebouw op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne uit. Van 3D-creaties van gebergten tot sociaalgeografische gegevens van Bagdad. En van stafkaarten van Kyiv tot aeronautische kaarten: je kunt het zo gek niet bedenken of hier maken en hebben ze het.
Sinds kort kunnen landmachters er ook terecht voor een nieuwe soort kaart. Normaal hebben stafkaarten een schaal van 1:50.000 die de NAVO hanteert. Ideaal voor wie het grotere plaatje op papier wil overzien. Maar wie inzoomt op stedelijke gebieden, ziet met deze schaal alleen contouren van grote wegen en wijken. In de praktijk hebben ‘boots on the ground’ meer nodig dan dat.

Focus
Dit terwijl de focus juist steeds meer op stedelijke gebieden en vechten daarin ligt, zegt Hoofd Defensie Expertise Centrum Dienst Geografie luitenant-kolonel Clemens Roos. “De laatste jaren zien we, tijdens onze missies en in de oorlog in Oekraïne, dat operaties steeds vaker plaatsvinden waar de bevolking is. Dus we hebben meer gedetailleerdere kaarten nodig”, zegt de overste. “Binnen een internationaal uitwisselingsprogramma waaraan wij meedoen, ontstond daarom het initiatief om steden in kaart te brengen op een veel kleinere schaal. Namelijk van 1:5.000.”
Uitwisselingsprogramma
Onder de noemer Multinational Geospatial Co-production Program (MGCP) wisselen krijgsmachten uit 32 landen digitale kaartdata met precies dezelfde legenda’s uit. Topografen uit al die landen maken ze op basis van satellietbeelden op een schaal van 1:50.000. DGeo trekt hierbij nauw op met het Kadaster. Deze overheidsinstantie houdt onder meer gegevens over kavels, gebouwen en het beheer van topografische kaarten bij.
Wie door andere landen gemaakte kaarten wil krijgen, moet zelf ook met informatie op de proppen komen. Sinds enkele jaren maakt een aantal landen gedetailleerdere kaarten van steden. Nederland bewees onlangs aan de gestelde eisen te voldoen, door alle onderliggende data van Paramaribo correct te digitaliseren. Door deze certificering heeft ons land toegang verkregen tot een database van inmiddels tientallen gedetailleerde stadskaarten.

Om deze ‘nieuwe’ schaal helder te krijgen, volgt een rekensommetje. 1 centimeter op de kaart is nu in werkelijkheid 50 meter. Roos: “Hiermee zie je details: gebouwen, steegjes, vangrails bij wegen, elektriciteitspalen en zelfs erfafscheidingen zoals heggen of muurtjes. Allemaal zaken die nodig zijn om te kunnen opereren in een stad. Militairen kunnen zich dan goed oriënteren.”
Een hele ontwikkeling ten opzichte van tientallen jaren geleden, toen Roos zelf bij de landmacht begon als luchtmobiele infanterist. Als pelotonscommandant draaide hij daar zijn eerste operationele functies. “In die tijd was je allang blij dat je een kaart had. En als je ergens kwam waar geen kaarten waren, maakte je zelf een schets met de groepscommandanten. Zo had je in elk geval een klein beetje een beeld van het gebied waar je aan het opereren was. Inmiddels zijn we natuurlijk behoorlijk wat jaartjes verder. Er zijn gelukkig heel wat technieken en middelen bijgekomen.”

‘Hoe duid je allerlei objecten aan?’
Aan de tekentafel leggen Dirk Boon en Paolo Kors uit wat de nieuwste middelen zijn. De geo-informatieadviseurs bij DGeo laten een sociaal-geografische kaart van Bagdad zien. Niet alleen geven de honderden punten aan hoe dichtbevolkt wijken zijn. Verschillende kleuren van de stippen duiden de achtergronden van de verschillende bevolkingsgroepen, zoals hun geloof of de taal die ze spreken.
Vervolgens tonen ze hun nieuwste aanwinst: gedetailleerde stadskaarten. Op tafel ligt een Franse voorbeeldkaart van een stad in Afrika. Een indrukwekkend lijnenspel geeft de geheimen van dit gebied prijs.

Haarfijne satellietbeelden
Kors: “Haarfijne satellietbeelden vormen de basis van kaarten. Dan begint het eigenlijk pas: want hoe duid je allerlei objecten aan? Hoe laat je zien dat iets een woonhuis is, een pompstation of loods? Zeker als je met 31 andere landen samenwerkt, gaat er veel tijd zitten in overleggen om de legenda scherp te krijgen. Je wilt dezelfde standaard gebruiken en niet verschillende symbooltjes voor hetzelfde object. Zo spreek je dezelfde taal.”
Dat er nogal wat verschillende aanduidingen zijn, laat Kors’ collega Boon zien op zijn computer. Op het scherm is dezelfde kaart te zien als die op tafel lag. Maar dan verdeeld in honderden ‘laagjes’. Boon kan sommige objecten ‘aan’ en ‘uit’ zetten. Wil een militair bijvoorbeeld alleen spoorlijnen zien, dan kunnen deze worden aangevinkt. Hetzelfde geldt voor militaire objecten, religieuze gebouwen en ga zo maar door. "Dit is een voorbeeld van de kracht van digitale geodata en software."

‘Onze focus ligt op de oostflank’
“Via satellietbeelden krijgen we een goed beeld van alle objecten in een stad. Daarna interpreteren we de luchtfoto’s: is een pand een school, een logistieke hub of een militair gebouw? Kunnen we openbare nutsvoorzieningen identificeren? Dat maakt nogal wat uit en daar gaat veel tijd en werk in zitten. Uiteindelijk zorg je zo wel voor de beste informatiepositie”, legt Boon uit.
Speciale operaties
En daar is het de Dienst Geografie uiteindelijk allemaal om te doen. Overste Roos: “We willen de krijgsmacht voorzien van zoveel mogelijk gedetailleerde en gevalideerde informatie, waar dan ook ter wereld. Defensieonderdelen kunnen bij ons terecht voor allerlei soorten kaarten en andere geo-informatie, zoals satellietbeelden of hoogtedata. Of het nou gaat om missiegebieden, oefeningen of speciale operaties.”

Weten eenheden jullie goed te vinden? “Ik denk dat er verbeterpuntjes zijn”, stelt Roos eerlijk. "Als we op oefening gaan, gaat er een papieren kaart mee en zit in ELIAS een digitale versie hiervan. Maar met de verschillende digitale geo-informatie kan je zoveel meer als je gebruik maakt van geo-software en geo-specialisten. Als je het mij vraagt is het verstandig als operationele eenheden te investeren in kennis en eigen capaciteiten op dit gebied."
Daarvoor kunnen militairen dus terecht bij DGeo, zoals nu dus ook voor gedetailleerde kaarten van tientallen steden. Welke stad nu op de ‘to do’-lijst staan? Roos: “Zonder de exacte plaats te noemen, zal het je niet verbazen dat onze focus op de oostflank ligt.”