Tekst KAP Kirsten de Vries
Foto Frank van Beek, SM Hilbert Buter, MAJ Fred Warmer, Liza Bakhuis-Botter
‘Ik heb echt een infanteriehart’
Een nieuwe naam, een nieuwe commandant. Afgelopen tijd zijn enkele grote veranderingen doorgevoerd bij het Korps Nationale Reserve. De reservistenbataljons heten sinds vorig jaar Infanteriebataljon Bewaken Beveiligen (IBB KNR) en sinds begin februari zwaait luitenant-kolonel Roland Slegers er de scepter. Hoog tijd om eens bij te praten met de overste. “Dat ik dit mag doen in de nadagen van mijn werkende leven, vind ik heel eervol.”
Een commandant met een diverse achtergrond. Zo laat luitenant-kolonel Slegers zich het beste omschrijven. Hij rondde een master in Sociale Psychologie af, studeerde Gedragswetenschappen maar werkte ook in de verkoop, logistiek en IT. Toch was Defensie nooit ver weg. “Ik ben van huis uit infanterist. In een ver verleden was ik beroepsofficier, dus ik heb echt een infanteriehart. Het cirkeltje is voor mij wel rond zo.”

‘Reservisten zijn onmisbaar’
Zijn infanteriehart komt goed van pas, met de focus van Defensie op militaire paraatheid. “De kern van het Korps Nationale Reserve (KNR) zijn de 3 infanteriebataljons Bewaken en Beveiligen en de Fanfare ‘Korps Nationale Reserve’. Dat was voor mij ook wel een van de triggers om dit te willen doen. Als we echt een artikel 5-situatie krijgen en we krijgen last van sabotage, zoals drone- of raketaanvallen op installaties, wie is daar dan van in oorlogstijd? Wij. Reservisten hebben als hoofdtaak het bewaken en beveiligen van het Nederlands grondgebied. Nederland ligt als doorvoerland op een kritische locatie en is erg afhankelijk van zowel export als import. Daarnaast kunnen reservisten hele specifieke expertise vanuit het bedrijfsleven combineren met militaire kennis. Onmisbaar dus.”
‘Behandel reservisten als volwaardige militairen met een parttime contract’
Rol reservist
Of het KNR al helemaal klaar is voor een mogelijke artikel 5-situatie, heeft Slegers tijdens zijn inwerkperiode nagevraagd. Daarbij stuitte hij op een aantal hobbels. De allereerste: de rol van de reservist binnen Defensie. “Reservisten zijn belangrijk, onder meer voor de schaalbaarheid van de krijgsmacht. Ze zitten zeker niet op de reservebank. Ik zou zeggen: zie en behandel hen als volwaardige militairen met een parttime contract, ook qua arbeidsvoorwaarden.
Stel: je hebt een fulltimebaan, want de schoorsteen moet roken. Daarnaast ben je 6 tot 8 uur per week bezig voor het Korps Nationale Reserve. Dan heb je een zesdaagse werkweek. Dat gaat ten koste van je privé, ten koste van je civiele baan en ten koste van het KNR.
In de Verenigde Staten zijn reservisten echt deeltijdmilitairen die een contract hebben voor een aantal uren per week. Op die manier geef je ze de gelegenheid om de civiele baan af te schalen zodat je een normale werkweek hebt. Dat blijf je langer leuk vinden, dat blijven ze thuis ook langer leuk vinden.”

Studenten
Het doel van Defensie is om in 2030 een bestand van 20.000 reservisten te hebben. De teller staat inmiddels op 8.000. Een flinke opschaling is dus nog nodig. Daarnaast ziet Slegers een verandering in het type reservisten dat zich aanmeldt. “Vroeger werd het korps vooral gevuld door ex-dienstplichtigen, maar die vijver is wel opgedroogd. Nu zie je vooral veel studenten. Het voordeel daarvan is dat zij flexibel zijn. Nadeel is dat het een generatie is die, zeker als ze in de 'huisje-boompje-beestje-fase' komen, liever een dag minder per week gaat werken dan een dag meer. Dat botst met wat wij nodig hebben.”
‘Dat botst met wat wij nodig hebben’
Inmiddels is de hulp van het bedrijfsleven ingeroepen om meer reservisten te werven en heeft Defensie convenanten afgesloten met onder meer Shell en VDL. De commandant ziet ook nog een kans om extra reservisten binnen te halen onder de ‘dienjaarders’. “Die mensen hebben weer een iets ander profiel en zijn wat meer geneigd om het werk bij Defensie langdurig op te pakken.”

‘Reservisten moeten beter worden opgeleid’
Verschillen
Slegers merkt op dat er verschillen bestaan tussen de bataljons. Dit kunnen verschillen zijn in geoefendheid of in bepaalde spullen die het ene bataljon wel heeft en het andere niet, zoals nachtzichtapparatuur. Los daarvan is er volgens de overste nog een belangrijke vraag: zijn de reservisten voldoende opgeleid? Zijn antwoord daarop: nog niet. “We hebben nog steeds de korte opleiding van 2 weken, waarin tijd is voor een bivak, ZKHK en andere basisdingen. Maar dan kunnen ze nog niet echt in een IBB meedraaien. De eigen eenheid moet dan intern dat stukje opleiding verder oppakken. Dat gaat veranderen. Dit jaar is er een eerste run met de nieuwe Basis Opleiding Koninklijke Landmacht die 10 weken duurt. Daarna komen reservisten beter opgeleid binnen en kunnen ze gewoon meedraaien in de bataljons.”

‘Als je hoofdtaak 1 goed wilt uitvoeren, heb je landelijke coördinatie nodig’
Commandovoeringsstructuur
Het laatste waar Slegers in zijn tijd als commandant graag wat aan wil doen, is de commandovoeringsstructuur. “De bataljons zijn onderdeel van landmachtbrigades. Ook de bevelvoeringsstructuur zit daarin. Als we een artikel 5-situatie hebben, dan worden die brigades ingezet en vertrekken ze wellicht naar de oostflank. Dat betekent dat de support voor het KNR gedeeltelijk wegvalt, alleen de regionale coördinatiestructuur blijft overeind. Als je hoofdtaak 1 goed wilt uitvoeren, heb je landelijke coördinatie nodig. Daar kijken we nu dus ook naar.” De overste hoopt daar met zijn ervaring uit het bedrijfsleven een bijdrage aan te mogen leveren. “In mijn rugzakje zit denk ik voldoende ervaring en gereedschap om veel te kunnen betekenen voor het Korps Nationale Reserve.”
Soldaat-2 Yvo van Vegten (29) – reservist
“Als tiener wilde ik al bij Defensie werken, als helikopterpiloot. Maar ik was te lang. Toen ging ik naar een Open Dag in Oirschot, want de droom om militair te worden bleef. Daar bleek dat ik toch best veel weken per jaar in het buitenland zou zijn voor trainingen. Gezien mijn ambitie om een gezin te starten was dat op dat moment geen optie voor mij en rolde ik het burgerlijke leven in. Ik werk nu als proces-engineer bij Philips en heb inmiddels 2 kinderen. Een collega van mij bij Philips is ook reservist en hij legde me uit wat dat inhoudt. Bij de eerstvolgende voorlichting schreef ik me gelijk in en in augustus 2024 rondde ik mijn opleiding af.”

“Het is hartstikke vet om reservist te zijn en het geeft me echt een stukje voldoening. Bij Defensie heb ik het gevoel dat ik wat kan doen voor de maatschappij en kan ik mijn jongensdroom waarmaken. De kameraadschap vind ik het mooiste, je hebt allemaal dezelfde drive. Als reservist ben ik lekker veel buiten en ik zie het als een groot avontuur. Ik ben niet bang voor wat er eventueel komen gaat, met de huidige spanningen in de wereld. Als ik iets kan doen, doe ik het graag. Ik wil mijn land dienen.”