Tekst Coen Heil
Foto SM Aaron Zwaal
DGLC zet forse stappen
De oorlog in Oekraïne en de crisis in het Midden-Oosten tonen aan dat goede en voldoende luchtverdediging op het huidige slagveld onmisbaar is. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando de komende jaren veel nieuw materieel krijgt.
Zo werken militairen bij het DGLC aan een update van verschillende onderdelen van het Patriot-luchtverdedigingssysteem. “Dat is om de levensduur van het wapensysteem te verlengen”, licht hoofd bureau Projecten DGLC majoor Floris toe. Daarnaast komen er nieuwe systemen voor een nog betere luchtverdediging op de middellange afstand en zeer korte afstand. Respectievelijk de Norwegian Advanced Surface-to-Air-Missile System (NASAMS), National Manoeuvre Air Defence System (NOMADS) en Skyranger 30. Deze wapensystemen vullen elkaar naadloos aan met de bijbehorende radars in CITADEL (zie kader hieronder).
Deze wapensystemen vullen elkaar naadloos aan

Bescherming tegen drones
CITADEL is gericht op het beschermen van de landmachtbrigades; specifiek 13 Lichte Brigade en 43 Gemechaniseerde Brigade. Iedere brigade krijgt steun van een luchtverdedigingsbatterij dat beschikt over systemen voor medium range (tot 50 kilometer), short range (tot 15 kilometer) en counter-drone bescherming. Deze batterijen blijven onafhankelijk opereren met Vredepeel als vredeslocatie.
Het domein van het DGLC is de actieve luchtverdediging, bemenst door goed opgeleide luchtverdedigers. Daarnaast kan iedere militair zelf ook een bijdrage leveren aan het afzwakken van luchtdreiging door passive air missile defense. “Dat is cruciaal”, spreekt Floris duidelijke taal. “Het omvat acties zoals het aanbrengen van camouflage en het verspreid opstellen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de vijand de eenheden niet detecteert. Vindt er toch een aanval plaats, worden enkele voertuigen of personen getroffen in plaats van een complete eenheid.”
Daarnaast kunnen militairen, middels de inzet van persoonlijke wapens, zichzelf verdedigen tegen vliegtuigen, helikopters en drones. Dat is een onderdeel van het All Arms Air Defense (AAAD) en gebaseerd op de aloude luchtnabijbeveiliging.
‘Bewegen, detecteren en meteen vuur uitbrengen’
Mobiele en statische counter-UAS-systemen
DGLC krijgt eveneens de beschikking over mobiele en statische counter-UAS-systemen om drones nog beter te kunnen aangrijpen. De mobiele variant – Skyranger 30 – heeft zowel een sensor als een interceptor, met de bediening daarvan op een voertuig. “Daarmee kun je bewegen, luchtdoelen detecteren en meteen vuur uitbrengen na stilstand”, aldus Floris. Bovendien dient het verdedigingsmiddel tegen kleine drones, ook ter bescherming van een brigade in gevecht. Terwijl de statische variant ReDrone – die bij wijze van spreken uit de koffer komt en daarna moet worden gemonteerd – inzetbaar is binnen Nederland. “Bijvoorbeeld bij Prinsjesdag in Den Haag”, legt Floris uit.
Met bovengenoemde vernieuwingen kunnen de luchtverdedigingseenheden in ruime mate luchtdreigingen neerhalen. Zoals vliegtuigen, helikopters, kruisvluchtwapens, ballistische raketten en drones van verschillende groottes. Zowel kleine, commerciële drones als grote, militaire, bewapende drones.

Instroom tot 2030
Alle inspanningen ten spijt moeten ze in de Peel nog even geduld hebben voordat alle materieel binnen is. “Die tijdlijnen lopen echt door elkaar heen”, beaamt luchtverdediger majoor Paul (directie Plannen). “De statische systemen bijvoorbeeld stromen de komende maanden al binnen. Tussen 2027 en 2028 volgen de Skyranger, NASAMS en NOMADS. Afsluitend met de Patriot-uitbreiding die doorloopt tot en met 2030.”

‘We komen van ver’
Investeren na bezuinigingen
De fikse investeringen staan ironisch genoeg haaks op de bezuinigingen van 2011. “Wat dat betreft komen we van ver”, beaamt COMMIT-projectleider luitenant-kolonel Ronald. “Gelukkig hebben we enkele systemen behouden, waardoor we onze kennis op peil konden houden. Het goede nieuws is dat we nu nadenken over de toekomst, met de focus op doctrine, procedures en tactieken.”

Luchtdreiging terug van weggeweest
Alle verwoede investeringen zijn niet voor niets, aangezien de luchtdreiging terug is van weggeweest. “2014 was een soort keerpunt, met de annexatie van de Krim door Rusland”, vat Ronald de urgentie van een bekwame luchtverdediging samen. “Nut en noodzaak zijn er. Met luchtverdediging win je geen oorlog, maar zonder verlies je hem”, vervolgt de officier. “Dat is bij iedereen weer terug op het netvlies.”

Ook kleine drones zijn zichtbaar
Op het gebied van sensoren zijn er nieuwe technieken die verder, sneller en nauwkeuriger kunnen detecteren. Zelfs kleine drones worden door hun roterende bladen zichtbaar. Verder kijken de specialisten bij het DGLC nu ook naar niet-kinetische effectoren zoals jammers.
Daarnaast ontwikkelt Defensie samen met de industrie een laser, die met lage kosten per schot veel drones achter elkaar kan bestrijden. Tenslotte vervangt men op gebied van C2 de oude radiosystemen en netwerken door veel betere software defined radio’s en IP-based netwerken. Dit zorgt er onder meer voor dat C2 flexibeler is op te zetten en makkelijker te updaten.
Bestrijding dreiging met gelaagde luchtverdediging
Luchtdreiging wordt bestreden met een gelaagde, geïntegreerde luchtverdediging. “Ik vergelijk dat met een ui”, gebruikt de officier een metafoor. “Als je die doorsnijdt, zie je lagen. De ballistische raketverdediging en lange afstandsverdediging vormen de buitenste laag, die we invullen met de Patriot. De verschillende lagen lopen door tot en met de zeer korte afstandsverdediging: Skyranger 30 tegen drones. “Deze lagen moeten volledig geïntegreerd optreden, waarbij informatietechnologie essentieel is voor het delen van gegevens tussen systemen.”


Veranderende rol DGLC
De rol van het DGLC is gaandeweg veranderd. Met name door een grotere focus op flexibiliteit en het uitvoeren van meerdere taken tegelijk. “Het doel is niet alleen de brigade te beschermen, maar ook ons eigen land”, zegt Floris. “Zoals onze havens, die een belangrijke doorvoerfunctie hebben.” Volgens Paul moet de expertise van de luchtverdedigers ook breder worden gedeeld binnen de krijgsmacht. “Zodat het gaat leven buiten de hekken van het DGLC.”
Na de bezuinigingsronde in 2011 centraliseerde veel kennis binnen de landmacht. Dat resulteerde in specialistische kennis bij een kleine groep mensen. Ook bij DGLC. “Hierdoor is veel waardevolle kennis onvoldoende gedeeld met brigades en opleidingscentra”, licht Ronald verder toe. Daarom moeten we met zijn allen meer openstaan voor kennisdeling en samenwerking. Dit vraagt om aanpassingen in de opleidingen en het integreren van luchtdreiging in simulaties en grote oefeningen.
