Tekst redactie Mediacentrum Defensie

Onafhankelijk onderzoek naar risico’s verf op NAVO-depots

Honderden oud-werknemers van Defensie vermoeden dat ze door het werken met gevaarlijke stoffen, zoals Chemical Agent Resistant Coating (CARC) en chroomhoudende verf, ziek geworden zijn. Zij willen zekerheid en eventueel genoegdoening. Ook de minister wil de onderste steen boven. Een onafhankelijk onderzoek moet daarvoor zorgen. 

Minister Hennis van Defensie heeft aangegeven dat zij haar verantwoordelijkheid wil nemen als er een relatie is tussen de ziektebeelden en werkzaamheden uit het verleden. De oud-medewerkers in kwestie werkten veelal op, nu gesloten, NAVO-depots. Deze zogenoemde Prepositioned Organisational Material Storage (POMS)-sites waren opslaglocaties van de Amerikanen waar vooruitgeschoven materiaal stond in voorbereiding op eventuele vijandigheden van het Warschau Pact. Hier behandelden zij voertuigen en materieel met CARC en een chroomhoudende grondverf.

Feiten op een rij

Voor de duidelijkheid: CARC zelf bevat géén chroomhoudende verf. CARC is een verfsysteem waarmee legervoertuigen zo ondoordringbaar mogelijk werden gemaakt voor aanvallen met chemische wapens. De grondverf onder de CARC-laag bevat Chroom-6. Daarvan is inmiddels bekend dat het kankerverwekkend is en zelfs blijvende veranderingen kan veroorzaken in het DNA. 

Ziektes kunnen zich  15 tot 25 jaar na blootstelling openbaren. De oud-medewerkers, die kampen met gezondheidsklachten, leggen een verband tussen hun problemen en hun werk bij de POMS-sites.
Defensie neemt de klachten serieus en wil eerst de feiten op een rij: ‘Eerst onderzoeken, dan conclusies’. De gezondheidsrisico’s hangen onder meer af van de concentratie van de stof, de tijdsduur van blootstelling en het gebruik van beschermende middelen.

-
Oud-medewerkers van Defensie leggen een verband tussen hun gezondheidsproblemen en hun werk bij de POMS-sites.

Alles boven tafel

Er is daarom een grootschalig onafhankelijk onderzoek opgetuigd. Commodore buiten dienst Freek Groen is voorzitter van de Taskforce Chroom-6 & CARC, in het leven geroepen om ‘alle feiten boven water te krijgen’.

Zijn aanstelling is niet onomstreden. Groen was zelf op Vliegbasis Twenthe in de jaren ’90 verantwoordelijk voor een spuiterij waar met chroomhoudende verf gewerkt werd. Dat belemmert de gepensioneerde opperofficier van de luchtmacht niet, stelt hij vast.
“Het onderzoek gebeurt door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD, red.) en het onafhankelijke Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, red.)”, vertelt Groen. “De Taskforce is ingesteld om alle documenten voor het onderzoek boven water te krijgen. Een omvangrijke en belangrijke klus, want het is belangrijk dat de onderste steen boven komt, zoals de minister heeft gezegd. Ik ben ingehuurd om deze taakgroep te coördineren en ga dat naar eer en geweten doen.”

‘Het is belangrijk dat de onderste steen boven komt’

Twee onderzoeken

Het onafhankelijke onderzoek kent 2 focuspunten. Het RIVM doet een historisch onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van werken met gevaarlijke stoffen op de POMS-sites en overige Defensielocaties waar met Chroom-6 is gewerkt. Het instituut houdt zich vooral bezig met een eventueel oorzakelijk verband tussen het werken met de chroomhoudende verven in de betreffende werkplaatsen en de gezondheidsklachten. Het onderzoek wordt begeleid door een onafhankelijke commissie waarin ook de vakbonden zitting hebben. De GGD richt zich intussen in een afzonderlijk onderzoek op de huidige mate van veiligheid van het werken op deze plekken. 

De komende tijd wordt op deze manier hard naar antwoorden gezocht. Op hoeveel plekken is er met de verf gewerkt? Hoeveel personeel is ermee in aanraking gekomen en op welke wijze? Welke maatregelen heeft Defensie genomen? 

-
In de NAVO-depots in Nederland werden voertuigen en materieel met CARC en een chroomhoudende grondverf behandeld.

Zorgvuldig

“We (Defensie, red.) verzamelen alle relevante historische gegevens en rapporten. Archieven worden doorgespit en oud-personeel wordt bevraagd,” legt Groen uit. “Zodra de inventarisatie is voltooid, beoordeelt het RIVM of er normoverschrijdingen zijn geweest.” 

Het hele onderzoek kan nog één tot twee jaar duren. “Zorgvuldigheid is essentieel”, stelt  Groen. “Maar ik kan me voorstellen dat betrokkenen het moeilijk vinden dat ze zo lang moeten wachten. Daarom heeft de minister het RIVM gevraagd om als het mogelijk is ook met tussenrapportages te komen. Zo wordt het  betreffende (oud-) personeel ook tussentijds geïnformeerd.”

Kijk voor meer informatie op www.defensie.nl/carc