Tekst Leo de Rooij
Foto collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Oud-vlieger en vlagofficier Idzerda kende grote hoogtes en diepe dalen

x
De commandant van het vliegtuigsquadron 860, LTZV 1 Idzerda arriveert met de eerste straaljager voor carriers, de Hawker FGA-50 Seahawk met registratie F-50 op Marinevliegkamp Valkenburg.

Later dit jaar, in augustus, bestaat de Marine Luchtvaartdienst (MLD) 100 jaar. In een serie van 4 artikelen laat Alle Hens verschillende prominente (oud-)MLD’ers aan het woord over hun tijd bij dit vliegend marineonderdeel. De aftrap wordt gegeven door de oudste nog levende Vlagofficier MLD, schout-bij-nacht vlieger b.d. Rudolf Idzerda (93). In zijn boek ‘Een bevlogen avontuur’ trakteerde hij zijn lezers al eerder op zijn meeslepende memoires.

Een Dornier Do-24K-1 maritieme patrouillevliegboot.

Hoe kijkt u nu, na zoveel jaren, terug op uw tijd bij de MLD?

 

“Zeer positief, met voldoening en dankbaarheid. Ik weet zeker dat als de oorlog niet was uitgebroken en ik – zoals de bedoeling was – medicijnen zou zijn gaan studeren, ik niet zo'n gevarieerde en boeiende carrière zou hebben gekregen. Ik vind dat ik het beste en meest interessante tijdperk van de MLD heb meegemaakt. In ieder geval belandde ik als enige marineofficier bij het nieuw opgerichte 120ste jachtsquadron van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). Beginnend met vliegen op vliegboten in de 40-er jaren in Indië, daarna met jachtvliegtuigen (eerst de Hawker Seafury op het vliegkampschip Karel Doorman). Daarna een interessante tijd met Nederlands eerste en toen enige helikopter, de Sikorsky S-51. Het eindigde met de eerste straaljager van de MLD, de Seahawk.”

 

“Ik besef wel dat ik veel geluk heb gehad, zoals bijvoorbeeld tijdens mijn 3 noodsprongen (een Nederlands record). Maar, zoals ik het ooit tijdens een signeersessie van mijn boek omschreef: ‘geluk is soms, niet altijd, een kwestie van de juiste keuze maken’.”
 

Een escadrille Fokker T IV-zeebommenwerpers in actie bij Indië.

Kunt u ingaan op: mate van professionaliteit, kameraadschap, operationeel vliegbedrijf?

 

“Professionaliteit was zeer hoog bij de MLD. Dit werd mij vooral duidelijk toen ik commandant was van het Neptune-squadron op Biak, in 1961-62. Daar kwam een keer de chef d'equipage naar mij toe en vroeg of ik het grondpersoneel huisarrest wilde geven. Zij werkten veel te lang door en gunden zich niet genoeg rust... Dat waren inderdaad drukke tijden. Er werd continue gevlogen, vluchten van 12 uur, en er werd 24 uur per dag gevlogen.”

“Kameraadschap en saamhorigheid waren voor mij altijd de belangrijkste elementen in mijn carrière bij de MLD. Het vertrouwen dat je altijd op je collega's kon rekenen, vooral onder moeilijke omstandigheden, was een geruststelling.”

“Het operationele vliegbedrijf werd gekenmerkt door een goedlopende samenwerking tussen het grondpersoneel en het vliegend personeel. Gebaseerd op wederzijds respect en waardering. De gronddienst was verantwoordelijk voor het onderhoud van de vliegtuigen en dus voor de veiligheid van de vlieger en het vliegtuig. Er was vaak een hechte band tussen de mecaniciens en de bemanningen.”

De aanblik van het ondergelopen Zeeland maakte op helivlieger Idzerda een onuitwisbare indruk.

Nederlands-Indië, de Watersnoodramp, de vliegkampschepen. Overal was een belangrijke rol weggelegd voor de MLD. Hoe kijkt u daar op terug?

 

“Tja, daar noemt u wel het een en ander… Ik werd opgeroepen in 1941 voor het KNIL, hetgeen mij helemaal niet beviel en ik had mij nooit zo ellendig gevoeld. Stonden we aangetreden, stram in de houding, een aantal in slobberig legergroen gestoken dienstplichtigen van de lichting '23. Voor ons 3 in smetteloos wit geklede marinemensen. 1 van de officieren vertelde dat de Koninklijke Marine, met het oog op de toenemende dreiging van Japan, 40 vliegboten had besteld, waarvoor op korte termijn bemanningen moesten worden opgeleid. Met het KNIL was overeengekomen dat een aantal vrijwilligers kon overgaan naar de MLD voor een spoedopleiding, waarna eventueel bevordering tot officier kon volgen. Ik kon toen niet vermoeden dat deze verbintenis bijna 34 jaar zou duren en zou leiden tot een loopbaan die ik nimmer had gepland…”

‘Mijn mooiste herinnering aan de MLD is het contact met collega's en ander personeel’

“Het tweede vliegkampschip Karel Doorman had een helikopter aan boord, wat destijds een unicum was. Zelfs de Britten hadden dat niet. Het vliegen op de Karel Doorman was voor mij de mooiste periode uit mijn vliegcarrière. Ik genoot elke dag, 's ochtends helikoptervliegen en 's middags met de Seafury.”

“Het deklanden viel mij niet mee. Ik had als handicap dat ik juist als ervaren vlieger moeite had om de aanwijzingen van de batsman min of meer blindelings op te volgen. Mijn probleem was vooral die griezelige lage snelheid van zo'n 90 knopen aan het einde van het circuit, vlak boven zee. Ik hield graag zelf een oogje op mijn snelheidsmeter in plaats van mij geheel aan de batsman ‘over te geven’. Het gevolg was dan vaak dat ik eigenlijk te snel aan dek kwam, wat mij dan keer op keer op een reprimande kwam te staan. Volgens de statistieken kon je met de Sea Fury rekenen op een gemiddelde van 1 crash in the barrier per 160 deklandingen. Bij mijn 25ste was het echter al raak en had ik mijn eerste barrier binnen. Toen was ik opeens genezen en begon ik pas echt te genieten van dit 'hogeschool'-vliegen.”

“Bij de Watersnoodramp van 1953 kregen we het verzoek om met Jezebel, zoals we bij de MLD onze S-51 helikopter hadden gedoopt, te gaan kijken of wij konden helpen. Vanwege de zware storm konden we er helaas niet meteen op af, want Jezebel kon die zware windstoten niet verwerken. Pas de volgende ochtend gingen we op weg naar Zeeland. We hadden niet veel informatie, wel dat het goed mis moest zijn. Toen we bij Hoek van Holland waren aangekomen, was er haast niets te zien, behalve water, met hier en daar een paar boomtoppen en daken, waar mensen op zaten. Jezebel was uitgerust met een lier, die helaas niet meer dan 100 kilo kon torsen. Een van de mecano's, sergeant Bogert, had speciaal een canvas lus van een parachuteharnas gefabriceerd. Op die lus stond met zwarte letters geschreven ‘onder de oksels’. Zo hebben we ongeveer honderd mensen kunnen redden met onze enige Nederlandse helikopter. De befaamde ‘Lus van Bogert’ heb ik vele jaren in mijn bezit gehad en bevindt zich thans in de Traditiekamer van de MLD.”

 

De Sikorsky S-51 Air Sea Rescue-trainingshelikopter H 1 Jezebel, ten tijde van de eerste vlucht vanaf Hr. Ms. Karel Doorman, met de vliegers Idzerda en Swarts. Met de Jezebel werden tijdens de Watersnoodramp van 1953 vele reddingen verricht.

U heeft in tal van vliegtuigen en helikopters gevlogen. Welke types staan u nog het beste bij?

 

“De Seafury staat mij nog het beste bij; een fantastisch vliegtuig. Het had een laag geluidsniveau en een enorme motor die met schuiven was uitgerust in plaats van met kleppen. Met al die pk's moest je wel zorgvuldig omspringen bij lage snelheden, zoals bij de start of de landing. De Seafury vloog als een droom, licht op zijn roeren, maar niet te nerveus. Aerobatics waren een genot, mits niet met een te ruwe hand uitgevoerd.”
 

Aankomst van de eerste Hawker FGA-50 Seahawk carrier-jachtbommenwerper op Marinevliegkamp Valkenburg. KTZV Witholt, commamdant MVKV, heet de LTZV 1 Idzerda welkom.

‘Ik herinner mij een huilende vrouw met dode baby in de armen en een zwart gezicht van de brandende olie’

Wat is uw mooiste herinnering aan de MLD? En wat de slechtste?

 

“Mijn mooiste herinnering aan de MLD is het contact met collega's en ander personeel. Mijn afscheid na de functie-overdracht in juni 1975 ging gepaard met een gevoel van droefheid. Ik besefte dat ik afscheid ging nemen van de Koninklijke Marine en in het bijzonder de MLD, wat in feite een grote familie was geworden. Nu wachtte mij (door bemiddeling van ZKH Prins Bernhard) een bestuursfunctie bij het hoofdkwartier van het Wereld Natuur Fonds in Zwitserland. Een heel andere wereld. Maar dat is een ander verhaal.”

“Mijn slechtste herinnering was het drama van Broome (Australië). De zwartste bladzijde in de geschiedenis van de MLD. Toen de Japanse invasie op Java naderde, kreeg de bemanning van alle resterende vliegboten van de MLD opdracht naar Australië te vliegen. Ik gaf mijn motorfiets aan een mecano cadeau en vroeg hem mijn ouders te bellen om hen te vertellen dat ik vertrokken was. Er werd van mij verwacht dat ik als waarnemer de koers zou uitzetten. En dat moest ik doen met een bladzijde die ik had gescheurd uit een Bosatlas.”

“Eenmaal geland in Broome zagen we een keurige formatie van 9 jachtvliegtuigen. Het bleken de gevreesde Japanse Zero's en vervolgens brak de hel los. De Japanners vernietigden minstens 22 vliegtuigen bij die aanval, waaronder 5 Dorniers van de MLD. Ik herinner mij een huilende vrouw met een dode baby in de armen en een zwart gezicht van de brandende olie. Zij vertelde dat zij nog 2 kinderen bij zich had gehad; die zijn nooit gevonden… Ik was een net 18-jarige waarnemer die een heerlijke vreedzame jeugd had doorgebracht in het paradijselijke Indië en nu werd geconfronteerd met vreselijke gewelddadigheden, dood en verderf.”
 

Carrier-jachtbommenwerper Hawker Seafury FB.Mk.51 F 33 aan boord van vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman. Let vooral op de 'blokkenpaai'.

De MLD, hoewel niet meer zelfstandig operationeel, viert dit jaar het 100-jarig bestaan. Wat zijn uw gedachten daarbij?


“Het was mij een eer en een voorrecht om bij de MLD te dienen. Ik denk dat veel andere MLD'ers hetzelfde gevoel delen. Ik groet alle oud-MLD'ers hartelijk en wens ze het allerbeste toe!”

 

 

‘Een eeuw Marineluchtvaartdienst’

In verband met het 100-jarig jubileum van de Marine Luchtvaartdienst heeft een aantal prominente oud-MLD’ers een alomvattend boek over de enerverende geschiedenis van dit voormalige marine-onderdeel geschreven. Dit gebeurde in opdracht van de Stichting Vrienden van de Traditiekamer MLD (www.traditiekamermld.nl). In ‘Een eeuw Marineluchtvaartdienst’ wordt een onbelemmerde blik achter de schermen geboden, waardoor vele gebeurtenissen en beslissingen worden verhelderd. Het boek bevat veel unieke foto’s en is doorspekt met sea stories over de soms dramatische belevenissen van de maritieme luchtvarenden en het grondpersoneel. De omslag is ontworpen door Leentje Linders. De luxe gebonden uitgave van ruim 450 bladzijden in hard cover verschijnt in september van dit jaar bij uitgeverij Geromy (www.geromybv.nl). De prijs bedraagt € 59,90. Bij voorintekening € 49,90.

Tijdlijn 100 jaar MLDDe tijd vliegt. Lees hier meer over de hoogtepunten uit de eeuw dat de Marine Luchtvaartdienst inmiddels bestaat.

Periode 1913 - 1926

Periode 1940 - 1945

Periode 1960 - 1987

Periode 1990 - 2014