06

Dit artikel hoort bij: Landmacht 05

Mijn Uitrusting – Heeresbergführer

Tekst KAP Jaap Wolting
Foto Phil Nijhuis

Iedereen heeft zijn eigen uitrusting. Enig idee wat collega’s met zich meezeulen? Welke ‘gereedschappen’ voor hen onmisbaar zijn? Maandelijks vertelt een landmachter over de essentiële benodigdheden waarmee hij zijn opdrachten uitvoert. Deze keer Heeresbergführer (HBF) sergeant-majoor Jasper.

Optreden in bergachtig terrein vereist expertise. Om te kunnen overleven tussen verraderlijke rotspartijen, lawines en gletsjers moet je niet alleen topfit zijn, maar tevens over de juiste skills beschikken. De landmacht heeft daarom een select clubje Heeresbergführer; zeer ervaren bergspecialisten die als adviseurs dienen voor operationeel commandanten, troepenverplaatsingen in de bergen faciliteren en er opleidingen verzorgen onder zomerse en winterse omstandigheden. Een HBF heeft een aardige toolbox waaruit hij kan putten.

En dan nog even een heel klein beetje uitleg over de toch wel bijzondere titel. Heeresbergführer betekent zoiets als ‘landmacht-berggids’. De titel HBF verdien je pas na een zeer prestigieuze berggidsopleiding in Duitsland of Oostenrijk.

Uitleg van de nummers in de afbeelding

Klemveerapparaat

Hulpmiddel met 4 nokken die met assen aan een staalkabel vastzitten. De Heeresbergführer (HBF) gebruikt ze als mobiele tussenzekering, bijvoorbeeld op onbehaakte routes. Met behulp van een handgreep trek je via kabeltjes de nokken samen, waarna je de klemveer in een spleet kan steken. Door de handgreep los te laten zorgen veren ervoor dat de nokken uitzetten en zich vastklemmen om een eventuele val te breken.

Stijgijzers en pickel

Een pickel is een licht, aluminium gereedschap wat de HBF helpt bij het beklimmen van sneeuw- en ijswanden en steile gras- en boshellingen. Het bestaat uit een houw aan een gebogen steel en heeft vaak een polsband. De stijgijzers maak je vast om je gevechtslaarzen als je bijvoorbeeld een gletsjer moet oversteken.

Helm

Zowel bij rots- als ijsklimmen een onmisbare hoofdbescherming tegen steenslag, stoten van het hoofd of materiaalverlies van bovenklimmende collega’s. Indien mogelijk gaat trouwens gewoon de gevechtshelm op.

Toerski

Deze lange latten hebben stijg- en afdaalmogelijkheden. Ruwe stijgvellen – die je onder de ski’s plakt als het terrein dat vraagt – zorgen ervoor dat je zelfs met een hoog hellingspercentage de berg opkomt. En is de ondergrond hard, dan heb je altijd nog de harsijzers waardoor je kunt blijven klimmen.

Karabiner en afdaalapparaat

Twee handige hulpmiddelen die het mogelijk maken om militairen zelfstandig te laten afdalen op steile hellingen. De combinatie van de twee zorgt dat het touw dat er doorheen gaat, geremd wordt door de wrijving.

Touw

Zonder touw geen klim. Dit is een zogenaamde dynamische lijn die krachten door vallen goed absorbeert. Hij is makkelijk mee te nemen en goed hanteerbaar. De HBF kent uiteraard een veelvoud aan knopen en weet als geen ander wanneer hij welke knoop in moet zetten.

Klemblokken

Hebben veel weg van klemveerapparaten. Het doel is identiek: het materiaal veilig en snel in spleten bevestigen om te dienen als mobiele tussenzekering. Is er veel druk op uitgeoefend, dan zijn deze soms zeer lastig te verwijderen. In het ergste geval – want een HBF wil niets kunstmatigs achterlaten op de berg – blijft er eentje zitten voor de eeuwigheid… of een volgende klimmer.

Mephaken en hamer

Met de hamer ramt de HBF de stalen mephaken in de rots. Karabiner eraan vast, touw eraan vast, en dan kan de rest van de eenheid er zo snel mogelijk achteraan. De mephaken, ook wel bekend als pitons of slaghaken, komen in een veelvoud aan formaten.

Sergeant-majoor Jasper

Heeresbergführer

11 Luchtmobiele Brigade

“Als Heeresbergführer laten we militairen optreden waar de vijand ons niet verwacht. Als je op de kaart kijkt en veel verschillende hoogtelijnen ziet, is dat normaal gesproken een plek waar een soldaat liever niet naartoe wil. Zo’n locatie gaan we niet uit de weg. Sterker nog, die zoeken we op. Ik zeg altijd tegen de kerels: 'Het is niet eng, ook niet spannend, maar gewoon kloten. En dat doet het terrein.’ Dit is echter wel hoe je als militair beter wordt. Niet alleen krijg je fysiek een opdonder, ook mentaal maak je enorme stappen. En uiteindelijk zorg je er als HBF voor dat het militair vermogen groter wordt: dat je als eenheid meer kunt dan de tegenstander.

Het gekste wat ik ooit heb meegemaakt? Ik zal nooit vergeten dat ik jaren geleden letterlijk middenin een grommende onweerswolk op de Großglockner stond. Met een hoogte van 3.798 meter de hoogste berg van Oostenrijk, gelegen in de Hohe Tauern waar ook de Pasterze-gletsjer ontspringt. Geen zicht, hagel, rukwinden. In zo’n situatie moet je juist afstand nemen van al je tools vanwege de bliksem… en je moet juist deze ijzeren tools op de man houden omdat je niet van de berg afgeslagen wilt worden. Door die enorme hoeveelheid elektrische lading om ons heen ‘zongen’ onze uitrustingsstukken. Niet tof...

Nederland is zo plat als een pannenkoek en voor opleidingen moeten we altijd uitwijken naar Duitsland en Oostenrijk. Daar zijn de bergen die we moeten bedwingen, daar zit een hele hoop ervaring. Waar voor mij het meeste tijd in gaat zitten, is het verkrijgen van instructiecapaciteit. Wat me verbaast is dat het lijkt alsof er binnen het CLAS alleen maar manschappen en onderofficieren zijn die het optreden in bergachtig terrein serieus nemen. Daardoor moet alles bottom-up, terwijl dit domein veel meer nut en noodzaak verdient. Wij brengen eenheden naar plekken waar ze nooit eerder geweest zijn, laten ze boven henzelf uitstijgen. Dit heeft zoveel meer waarde dan voor de zoveelste keer naar de SOB/SOMS gaan, of weer in het bos knokken.”