04

Dit artikel hoort bij: Landmacht 02

Vuursteun knalt in het veld

Tekst Evert Brouwer
Foto SGT-1 Cristiaan Schrik

Oefenen in actueel scenario

Een kleine roofvogel hangt biddend boven een groepje militairen van de Delta-compagnie van 42 Bataljon Limburgse Jagers uit Oirschot. Er loopt vast een lekker hapje over het Artillerie Schietkamp (ASK) bij Legerplaats te Oldebroek, want de kans dat de roofvogel het heeft voorzien op de 81 millimeter mortieren is nu eenmaal niet realistisch.
Het oefenscenario is dat des te meer. Een deel van de artilleristen en infanteristen vertrekt deze zomer met de Alfa-compagnie van 42 BLJ naar Litouwen om deel uit te maken van de enhanced Forward Presence (eFP) en dan wil je in deze barre tijden wel beslagen ten ijs komen.

Leider der oefening kapitein Robbert.

‘Covid heeft er flink ingehakt’

Niet alleen de natuur ontwaakt uit de winterslaap, ook de krijgsmacht richt zich op na een lastige periode rond de pandemie. In de vroege ochtend worden twee Fennek-verkenningsvoertuigen van de oefenende eenheid van camouflagenetten voorzien en de mortieren opgesteld. Als alles in gereedheid is en een fase van wachten is aangebroken, verveelt het uitzicht geen moment. Op links rukt een peloton van de Mobiele Eenheid op, rechts leren cadetten van de KMA hun richtmiddelen te bedienen en in het voorterrein liggen schutters lange afstand van het Korps Mariniers in het veld. Om het plaatje helemaal af te maken trekt ook nog een Britse C-17 Globemaster van RAF Ascot sporen aan de staalblauwe hemel.

Achterstand

De zon schijnt deze dag dus over de (Bravo-)mortiergroep en de commandant van het Fire Support Team (FST) van de Alfa-compagnie, maar in figuurlijke zin hebben de artilleristen in zwaar weer gezeten. “Covid heeft er flink ingehakt. We hebben in geoefendheid een achterstand opgelopen”, stelt de leider der oefening en Chief Joint Fires Cell, kapitein Robbert. “Tijdens de pandemie hebben we ruim een jaar alleen kleinschalig kunnen oefenen en dat merk je nu nog.”

Alles wordt in gereedheid gebracht voor het eerste schot op het ASK in ’t Harde.

In het scenario dat de kapitein heeft bedacht, is een buitenlandse macht bij Eemshaven aan land gekomen en trekt op via de lijn Groningen, Assen, Zwolle. En laat de vijand nou net precies over het ASK heenkomen, met Rotterdam als einddoel. Aan het FST en de mortieren, onderdeel van 13 Lichte Brigade, de taak om de opstomende vijand te vertragen.

“Uitdagend”, noemt kapitein Robbert de acties die de negen man van de ‘mikes’ (mortieren) en zes man ‘whisky’s’ (waarnemers) van de mortiergroep, én de commandant FST krijgen voorgeschoteld. Dat in een situatie waarbij zowel ervaren militairen als verse krachten in de groepen samen trainen. “Zo nodig passen we de moeilijkheidsgraad aan, want het is niet de bedoeling hier onze militairen af te branden. Het gaat erom dat iedereen op zijn eigen niveau voldoende leerpunten krijgt. Het uiteindelijke doel is om er allemaal beter van te worden.”

Soldaat Mennie, twee dagen bij de mortieren, heeft voor het eerst daadwerkelijk een granaat in handen.

‘We hebben bewust voor de mortieren gekozen’

Stingers

Het niveau van de oefening liep dan ook uit van ‘vier’ – beginners – naar ‘twee’ – goed geoefend. Maar wat is dan onervaren? Wel, neem de soldaten-1 Stefan en Mennie. Ze zijn al twee hele dagen bij de mortiergroep ingedeeld. “We komen van het DGLC”, zegt de eerste. Mennie was daar chauffeur op de Fennek, zijn maat Stingerschutter. Mooie periode, maar tijd voor wat anders vinden ze. “We hebben bewust voor de mortieren gekozen en ik wilde ook per se bij de Limburgse Jagers”, vertelt Mennie.

Soldaat-1 Stefan verricht graafwerkzaamheden om de munitie neer te leggen.

“Ik heb er twee jaar getraind op de simulator, maar helaas nooit zo’n luchtdoelraket afgeschoten”, stelt Stefan. En nu, na twee dagen en een pittige munitietest in de simulator, mogen ze de munitie (‘bommen’ in vaktaal) van de pallet halen en aan de lader aangeven. “Nee, ik ben niet zenuwachtig, maar het is wel even goed opletten dat je doet wat je hebt geleerd”, zegt Mennie. Voor het vuren is er toch sprake van enige spanning bij de jonge soldaten. Ze noteren netjes van elkaar hoeveel schoten zijn afgevuurd.

Soldaat-1 Stefan, met de volgende granaat paraat, wacht op het schot.

Leermomenten

Voor de mortiergroepen is er deze oefening geen gevaar van een aanval van de vijandige artillerie, maar de commandant FST heeft een ander beeld. Assistent-oefenleider opperwachtmeester Mark gooit moeiteloos met granaten van allerhande formaten om het die commandant moeilijk te maken. “Ik vuur nu mijn Gill af. Tweemaal treffer op een tank en een pantservoertuig”, aldus Mark.

“In de oefening hebben we fictief ook nog een hele infanteriecompagnie en een peloton 155 millimeter houwitsers paraat, maar heus, je ziet ze niet”, zegt Robbert lachend. “Deze oefening is trouwens ground only, dus nog zonder de inmenging van vliegtuigen. Dat komt de volgende oefening aan de orde.”

De waarnemers in het voorterrein in de Fennek en wachtmeester Luuk maken aantekeningen in het veld.

‘Op de simulator kun je deze omstandigheden niet naspelen’

Grillen

Dat zal dan mogelijk weer een leermoment betekenen voor wachtmeester Luuk en tweede luitenant Krijn, de een net van de KMS, de ander van de KMA. “Na afronding van de Vaktechnische Opleiding zijn we vorige zomer aangesloten”, meldt Krijn tussen een hap ‘broodje bal’ door. De twee hebben hun observatiepost ingericht in het veld, waar OP-1 vanuit een Fennek opereert.

Het gaat om het ervaren van de grillen van de natuur, het effect op waarneming en schoten. “De simulator is een prima begin en aanvulling, maar je kunt niet de omstandigheden naspelen zoals hier op het ASK”, schetst kapitein Robbert. “Op sommige plekken waai je uit je jas en ergens anders is het weer windstil. In een spel kun je de Fennek overal parkeren, hier in het veld heb je met diverse obstakels te maken. Ook het gevoel van bommen schieten: je móét daarvoor het veld in. In een tactisch scenario kom je dan voor verrassingen te staan. Zoals nu bijvoorbeeld, want de communicatie-apparatuur vertoont kuren. En die is vrij essentieel in ons beroep.”

Motivatie

Uitdagingen genoeg dus tijdens de tweedaagse oefening, waarbij ook logistieke problemen al dan niet gewenst in het geding kwamen. “Een tekort aan munitie is iets waarmee we al langer moeten omgaan”, zegt kapitein Robbert. “Als je ziet hoe iedereen omgaat met kleine teleurstellingen, maak ik me geen zorgen. De motivatie heeft in ieder geval níét te lijden gehad onder de pandemie.”