Tekst Bert van Elk
Foto Collectie NIMH

Prefab-schuttersput voor twee personen

Defensie koopt nooit zomaar iets. Experts testen wat af voordat bijvoorbeeld voertuigen, slaapzakken of sokken in grote aantallen worden aangeschaft. De Defensiekrant dook in de archieven van de materieelbeproevingsafdeling van de landmacht in Huijbergen en vond goedgekeurde producten. Voor zover de redactie kon nagaan werden ze echter niet gekocht. De komende weken laten we zien waar het om gaat. Vandaag is dat de prefab-schuttersput voor twee personen.

Hoe langer je bent, hoe dieper je moet graven

Iedere militair heeft er ervaring mee, al is het maar in de opleiding: een schuttersput maken. Met de van rijkswege verstrekte pioniersschop graaf je, als je geluk hebt, in zandgrond een gat van ruwweg twee meter bij zeventig centimeter en minimaal 1.40 meter diep. Hoe langer je bent, hoe dieper je moet graven.

Hulpmiddelen

Bij het Eerste Legerkorps (1 LK) tijdens de Koude Oorlog werkte dat even anders. Dienstplichtigen kregen tal van hulpmiddelen om een schuttersput te graven. Van planken voor de putrand, balken ter versteviging, zandzakken voor de borstwering tot tentzeilen en zelfs golfplaten. Dat materiaal en de werkwijze vond Defensie eind jaren tachtig verouderd.

Het graven van de schuttersput moest precies gebeuren. Wie het gat te groot maakte, had een probleem bij de wanden.

Vijftig proefputten

Daarom ontwikkelden de Koninklijke Militaire Academie, het Opleidingscentrum Infanterie en het Genie Opleidingscentrum destijds een prefab-schuttersput voor twee personen. Een aantal eenheden mocht het ontwerp beproeven en suggesties doen voor verbetering. Daarna was het de beurt aan Materieelbeproevingsafdeling 2 (MBA 2) van de toenmalige Directie Materieel van de landmacht om een 'oorlogsversie' te ontwikkelen. 

Een beetje bedreven soldaat groef met zijn buddy in een uurtje of wat een gat

Tussen november 1988 en april 1989 werden vijftig tweepersoons schuttersputten getest. Een beetje bedreven soldaat groef met zijn buddy in een uurtje of wat een gat, bracht de componenten van de prefab-put erin aan, zette het meegeleverd dakje van zeildoek erop en camoufleerde het geheel. Door haaks op de eerste put een tweede te graven ontstond er als het ware een ruime schuttersput met extra ruimte voor bijvoorbeeld voorraden.

Een studiofoto van de prefab-schuttersput met dakje. De verlaging in het midden werd gevuld met zand en bood extra stevigheid. Door aan de zijkant nog een tweede put te graven, ontstond een grote put, met extra ruimte die voor opslag kon dienen.

Er reed zelfs een Leopard-gevechtstank overheen

Minpuntje

Om de schuttersput te beproeven, werd alles uit de kast getrokken. Zo simuleerden ontploffingen op twee en één meter afstand de uitwerking van inslaand artillerievuur. Er reed zelfs een Leopard-gevechtstank overheen. Er werd weinig aan het toeval overgelaten. Materieelbeproevingsafdeling 2 concludeerde na de testen dat de prefab-schuttersput voldeed aan een groot deel van de gestelde eisen.

Een inslagkrater van een 'granaat' op twee meter afstand van de schuttersput. Er lijkt met de put niets mis te zijn. Na een 'inslag' pal naast de schuttersput was er weinig meer van over.

Een minpuntje was wel dat tijdens het transport van de put makkelijk onderdelen kwijtraakten. En omdat er geen onderdelenlijst bij het 'bouwpakket' zat, werd het ding onjuist in elkaar gezet. Wat weer tot defecten leidde. De samenstellers van het rapport vonden dat de hoes van de schuttersput een camouflagepatroon moest krijgen. En er diende een bouwhandleiding te worden ontwikkeld voor in het Handboek Soldaat. Hier en daar moesten maatvoeringen worden aangepast en de houten bodemplaat vervangen door een aluminium exemplaar. Daarmee was de ernstigste kritiek wel geleverd.

Pijn verzachten

Hoewel… 'De aanwezige mechanische graafcapaciteit binnen 1 Legerkorps bleek ontoereikend en ongeschikt om de putten te graven voor de prefab-schuttersput’, concludeerden de onderzoekers van MBA 2. Het uitgraven bleef dus handwerk voor de soldaten. Om de pijn wat te verzachten, werd er een spade (NSN 5120-17-007-9373) ter beschikking gesteld.

Maar van de tweepersoons prefab-schuttersput is na het rapport niets meer vernomen.

Nog even over de DAF-750

We trapten deze rubriek af met de DAF-750. Na het lezen van tal van keuringsrapporten van onder meer Materieelbeproevingsafdeling 2 concludeerde de redactie dat dit voertuig niet door Defensie werd aangeschaft. Sander Ruys, auteur van het boek 'Wiel en Rups, voertuigen van de landmacht 1945 - 2015', wijst de redactie er echter op dat de krijgsmacht vanaf 1959 toch gebruik heeft gemaakt van dit voertuig. Toen zou de Koninklijke Landmacht er al vijf hebben aangeschaft. Tot midden jaren zeventig zouden er nog tientallen in verschillende uitvoeringen aan toegevoegd zijn.