Tekst ritmeester Jessica Bode
Foto ANP, archief
De invloed van stormachtig weer op de scheepvaart
Ciara is nog niet goed en wel ons land uit of depressie Dennis ligt alweer op de loer. Ook de scheepvaart krijgt met de woede van dit soort stormen te maken. Zr.Ms. Rotterdam maakte afgelopen weekeinde de oversteek naar Engeland, net voor Ciara op zijn hevigst was. “Een kwart van de bemanning was zeeziek”
Eerste officier van Zr.Ms. Rotterdam kapitein-luitenant-ter-zee Willem-Jan laat vanuit Engeland weten dat de Rotterdam te maken had met golven van zo’n 8 meter hoog, met uitschieters naar 11. “Voor de Noordzee is dat uitzonderlijk hoog. Dat doet iets met de bemanning.”
In principe kunnen amfibische transportschepen als de Rotterdam, maar ook fregatten en grote patrouilleschepen van de Hollandklasse onder alle weersomstandigheden uitvaren. “Maar als het even kan, omzeilen we extreem weer”, aldus Willem-Jan. “Een commandant weegt altijd de risico’s af tegen het belang van de missie. Wat moet dat moet, maar we zoeken het niet op.”
Zeeziek
Zeeziekte komt veel voor aan boord van marineschepen. Bij golven van zo’n 3 meter hoog beginnen de eerste bemanningsleden flink misselijk te worden. Lichtpuntje; na verloop van tijd raken de meesten eraan gewend. Tenzij je chronisch zeeziek bent, dat kan ook.
Golfhoogte
Je zou denken dat je aan boord van een zwaar en kolossaal Landing Platform Dock als de Rotterdam niets van een flinke storm merkt. Maar bij veel wind blijft het schip moeilijk op koers. Hoge golven veroorzaken ongecontroleerde schommelingen die vooral de bemanning niet ongemoeid laten. “De golfhoogte is niet de factor die bepaalt of we van A naar B kunnen komen. Dat kan vaak wel, maar wat doe je op de eindbestemming? De Rotterdam is een schip dat mensen en middelen op een bepaalde plek afzet. Als de zee te ruig is, kun je operaties met mariniers, landingsvaartuigen of helikopters wel vergeten.”
Luwte
Bij welke categorie storm een schip nog kan uitvaren, is sterk afhankelijk van het type vaartuig. De grote schepen van de marine kunnen heel veel slecht weer aan. Maar ook een reddingsboot van de Kustwacht kan tegen een stootje. Sleepboten, mijnenjagers of kleinere vaartuigen zoals de opnemingsvaartuigen van de Hydrografische Dienst, komen sneller in de problemen. Fregatten zijn bij het uitvaren vaak afhankelijk van sleepboten. “Gelukkig liggen veel havens in de luwte, zodat uitvaren weinig problemen oplevert”, aldus Willem-Jan. “Eenmaal op zee kan een schip zich zo positioneren, dat het minder last heeft van de omgevingsfactoren.”
Kritisch
De Rotterdam vertrok zaterdag naar het zuiden van Engeland voor een oefening. De dag vóór D-Day toen Ciara ons land binnenkwam. “We zijn bewust voor de storm uitgevaren, want eenmaal op zee redden we ons wel. Maar bij storm de haven uit zien te komen vergt stuurmanskunst. Beide flanken van het schip zijn enorme windvangers. Daarop komt enorm veel kracht te staan. We kijken dan ook kritisch naar welk moment van uitvaren het gunstigste is.”
Golfhoogte
Aan boord van een schip ervaar je slechts 1/6 deel van de daadwerkelijke golfhoogte. Een golf kan dus theoretisch 60 meter hoog zijn, maar de beleving is ‘slechts’ 10.
Willem-Jan vertelt dat alles wat impact heeft op de vaartocht en de inzet van sensoren als radars, wordt gemonitord. Denk daarbij aan wind, waterstroming, luchtvochtigheid, wolkenhoogte, deining, onderstroming en temperatuur. “Een specialist aan boord brieft de commandant 72 uur vooruit. Afgelopen week konden we Ciara goed volgen. We wisten precies wanneer ze waar zou zijn en wat haar invloed op ons vaarplan zou zijn.”
Anker
Vorige week dook op internet een filmpje op waarop te zien was hoe Zr.Ms Rotterdam noodgedwongen haar anker moest laten vieren in Het Kanaal. De ketting raasde met een noodvaart over een katrol, tot het einde van het anker de zee indook. “Dat klinkt misschien spannend, maar is niet ongebruikelijk”, aldus de eerste officier kapitein-luitenant-ter-zee Willem-Jan. “Bij een fikse storm komt veel wind- en waterkracht op het ankersysteem. De veiligste optie is dan om het anker niet op te halen, maar op de zeebodem achter te laten. Vergelijk het met bergafwaarts fietsen. Gaat het té hard, dan kun je niet meer remmen en spring je eraf.”