07

Dit artikel hoort bij: Defensiekrant 15

Achter de wacht

Tekst ritmeester Arthur van Beveren
Foto NIMH

Du Moulinkazerne

Nederland telt 50 actieve kazernes. Vroeger waren dat er nog veel meer. Achter elke kazernenaam schuilt een verhaal. Van bijzondere architectuur, een historische gebeurtenis tot een heldhaftig militair. In de rubriek ‘achter de wacht’ gaat de Defensiekrant op zoek naar die verhalen. Langs de Amersfoortseweg in Soesterberg ligt de Du Moulinkazerne.

Voordat de Genie in Vught zijn thuisbasis had, was de eenheid verspreid over meerdere locaties in het land te vinden. Een van die plekken was het Geniekamp op Hoogte 50 bij Soesterberg. Eind jaren 30 is het hoog tijd om dit tentenkamp te vervangen door een stenen kazerne. Ook de gemeente Soest heeft wel oren naar een garnizoen. De aanwezigheid van militairen levert werkgelegenheid op.

Du Moulinkazerne in 2004.

Geen cadeautje

In de strijd om een garnizoen bieden gemeentes gratis terreinen beschikbaar. Ook in Soest komen burgemeester en wethouders snel over de brug met een stuk land. Verschillende partijen protesteren en de provincie houdt het plan tegen. 50.000 gulden voor zo’n kleine gemeente is onverantwoord vindt Gedeputeerde Staten. Het duurt de krijgsmacht te lang en het terrein wordt alsnog met rijksgeld aangekocht. De bouw van een nieuwe kazerne kan beginnen.

Schade door granaatscherven op het wachtgebouw van de kazerne.

Burgerslachtoffers

Hoewel het ontwerp gelijkenissen vertoont met de grensbataljonkazernes uit dezelfde periode, is de keuze voor een lichte baksteen afwijkend. Op 1 april 1939 verhuist het eerste bataljon van het 1e Regiment Genietroepen naar de nieuwe legering. Gedurende de mobilisatie en tot aan de meidagen van 1940 wordt de genie grotendeels vervangen door infanterie, die hun stellingen in de Grebbelinie hebben. Tijdens de bezetting laten de Duitsers de kazerne afbouwen en de Luftwaffe, die dichtbij het vliegveld Soesterberg in gebruik heeft genomen, neemt er zijn intrek. De legerplaats is meerdere keren doelwit van geallieerde bombardementen. Vooral niet-militairen zijn hierbij slachtoffer. Onder omwonenden en dwangarbeiders vallen doden.

Camouflageschool

Na een periode van wederopbouw waarin de kazerne vol zit met mannen van het Regiment Uitrustingstroepen die naar Indië vertrekken, openen in 1950 de camouflage- en mijnenschool. De camouflageschool zal zich onder leiding van een Amsterdamse kunstschilder ontwikkelen tot een van de meest vooraanstaande in de wereld. Deze Louis Schrikkel is een verdienstelijk schilder die in de jaren voor de oorlog met een aantal bevriende kunstenaars de Populistengroep opricht. Hij wil kunst voor toegankelijk maken voor een groter publiek. In 1936 kiest hij als reserve-officier bij de krijgsmacht voor een zekerder bestaan. Zijn vakkennis zet hij in voor de militaire zaak, hij wordt ‘maskeeringsofficier’.

Toegang tot het instructiepark van de Camouflageschool buiten de kazerne.

Voorbeeld van een niet-gecamoufleerde schuttersput.

Een militair met experimenteel camouflagepak komt uit een opslagtent gecamoufleerd als ‘pseudo hoorschelf’.

Dummies moeten de vijand in de lucht misleiden.

Een oud Duits anti-tankkanon fungeert als voorbeeld voor het camoufleren van geschut.

Doeken maskeren de opvallende delen van een straaljager.

Onder de kruinen van bomen is de militair slecht waar te nemen vanuit de lucht.

Militair in een opklapbare gecamoufleerde positie.

In de klaslokalen krijgen militairen les over camouflagemogelijkheden in de winter.

Instructiemiddelen als maquettes en kleurenplaten moeten camouflagetechnieken inzichtelijk maken.

Les en onderzoek

Na de oorlog blijft hij zijn kunstenaarschap combineren met een militaire carrière. Inmiddels bevorderd tot reserve-majoor, bouwt hij in Soesterberg een instructiepark op, waar officieren en onderofficieren les krijgen in de kunst van de camouflage. “Gezien worden, betekent in een toekomstige oorlog vernietigd zijn”, weet Schrikkel. Leerlingen krijgen les in ‘infraroodreflexen, het aanbrengen van vormverminkende aanhangels, waardoor objecten onherkenbaar worden voor de vijand en over Amerikaanse opblaasbare gummitanks die er uit zien als echte Centurions maar door 4 man kunnen worden opgetild’. Op de Du Moulinkazerne wordt ook onderzoek gedaan voor de industrie. In het veld en vanuit de lucht bekijken Schrikkel en zijn collega kunstschilder kapitein Timmer de werking van nieuwe soorten verf.

Het exercitieterrein is nu logistiek ereplein met monumenten van technische en logistieke eenheden.

Heinekenontvoering

Het ideaal van majoor Schrikkel, een camouflageplan voor elk burgerlijk object, komt er niet. Wel blijft camouflage een belangrijk onderdeel van de militaire opleiding.  101 Tankbataljon neemt de kazerne over van de Genie die naar Vught vertrekt. In 1983 verdwijnen 21 Uzi’s en 9 pistolen uit de wapenkamer. 4 verdachten worden veroordeeld, waaronder een op de kazerne gelegerde militair. Later duiken een aantal van deze Uzi’s op bij het Amstelhotel, direct na de ontvoering van Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer door onder andere Willem Holleeder.
De tanks van het Regiment Huzaren Prins Alexander verhuizen in 1999 naar Seedorf. De Du Moulinkazerne werd samen met de Ketting Olivierkazerne een logistiek centrum met als belangrijkste eenheid het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek.

Wachtgebouw bij de oorspronkelijke ingang aan de Amersfoortseweg.

De naam van de kazerne werd na de oorlog op de poort geplaatst.

Een van de 4 legeringsgebouwen.

Detail van het keuken- en kantinegebouw.

Het exercitieterrein is nog omringd door het originele muurtje met hekwerk.

Detail van de gevel van een legeringsgebouw.

De ronde ramen komen ook in andere kazernes uit eind jaren 30 terug.