x
x
Rob Verkerk (@GeneraalVerkerk)

‘All ships follow me’; dat radiosignaal verstuurde schout-bij-nacht Karel Doorman op 27 februari 1942 bij het vallen van de schemering aan al zijn eenheden. Het was een ultieme poging om de Japanse invasievloot tegen te houden. Geconfronteerd met een overmacht bleven hij en zijn mannen toegewijd aan het uitvoeren van de orders van luitenant-admiraal Helfrich: ‘De aanval voorzetten tot de vijand is vernietigd’. Hoe de slag eindigde, is bekend. Doorman ging met zijn vlaggenschip ten onder en ruim 2.300 geallieerde marinemannen sneuvelden. De standvastigheid, moed en bezieling van Doorman en zijn mensen maken tot de dag van vandaag diepe indruk op mij. Zij waren bereid tot het ultieme offer voor vrede en vrijheid.

 

Vaak is geschreven dat de Slag in de Javazee een hopeloze onderneming was. Een ongelijke strijd. De Japanse Keizerlijke Marine was over de hele linie beter uitgerust dan de Westerse strijdkrachten. Het ontbrak aan slagkracht binnen de geallieerde vloot, waardoor het onmogelijk was een vuist te maken. Het ontbrak aan gelijkwaardige wapensystemen, waardoor de Japanse vloot aanzienlijk minder kwetsbaar was. Zo beschikte Japan over een nieuwe langeafstands-torpedo. Deze innovatie maakte het mogelijk de schepen van de geallieerde vloot één voor één van grote afstand te treffen, terwijl de Japanse schepen buiten het bereik van de wapens van de geallieerde schepen bleven. De inlichtingen waarover Doorman beschikte, waren onvolledig en achterhaald. Hij kon nagenoeg geen verkenningsvliegtuigen uitsturen, terwijl de Japanners continu vliegtuigen in de lucht hadden. En tot slot verliep de communicatie tussen de schepen problematisch. Alleen het moreel van het Nederlandse marinepersoneel was ongekend hoog. Ondanks de chaotische en dreigende situatie die op het moment van vertrek in Surabaya heerste, ontbrak nagenoeg niemand bij de afvaart.   

Om te kunnen winnen moet je beter zijn dan de tegenstander en de operationele kunst van het oorlogvoeren beheersen

Om te kunnen winnen moet je beter zijn dan de tegenstander. Je moet de operationele kunst van het oorlogvoeren beheersen. Je moet beschikken over de juiste informatie en over de juiste middelen. De Japanners beschikten over ‘game changing’ technologie en dat werd de geallieerde vloot fataal. Dit toont dat operationele vernieuwing vereist is voor het handhaven van operationele voorsprong. Dat vraagt om permanente investeringen. Decennia lang konden wij onze numerieke minderheid compenseren door technologische superioriteit. Maar kunnen wij dat nog steeds? Zijn wij in de huidige wereld qua techniek nog superieur? Feit is dat de landen om ons heen fors investeren. Feit is dat ons Luchtverdedigings- en Commandofregat, met een 22 jaar oud ontwerp, het modernste gevechtsschip van de marine is.

Om te kunnen winnen heb je zeggenschap over de zee nodig. De Japanse expansie was alleen mogelijk omdat de Japanse marine in de eerste maanden van het conflict regionale ‘sea control’ zeker stelde en daarmee volledige strategische bewegingsvrijheid. Om Japan te verslaan moest deze ‘sea control’ worden herwonnen. Pas toen dat gebeurde, stond vast dat Japan de oorlog ging verliezen. Geschiedenis toont aan dat het machtsblok dat vrij gebruik kan maken van de zee een beslissend voordeel heeft. Die wetenschap zit in ons DNA. In de Koude Oorlog stond de marine permanent paraat om ‘sea control’ in het Noord-Atlantisch verdragsgebied te bevechten. Na de val van de Muur stond het gebruik van de vrije zee niet meer onder druk. De noodzaak om het te bevechten leek verdwenen en de harde gevechtskracht slonk.

 

Wil het Westen militair relevant en overeind blijven, dan moet het bondgenootschap beschikken over ‘sea control’

Nu, bijna 30 jaar na de val van de Muur, is de strategische situatie veranderd. Dat blijkt uit de vele conflicthaarden die een impact hebben op onze veiligheid, de harde strijd tegen terreurbewegingen, de aanslagen binnen Europa, de immense migratiestromen en de instabiliteit aan en ver voorbij de grenzen van het NAVO-bondgenootschap. Ook zien we een verschuiving naar een multipolair systeem, waarin rivaliteit tussen de grote mogendheden de verhoudingen domineert. Sommigen streven zelfs naar een gefragmenteerde wereld. Naar het eeuwenoude principe van verdeel en heers. Een wereld van alles tegen iedereen. In deze wereld is de noodzaak om ‘sea control’ te kunnen bevechten terug. Wil het Westen militair relevant en overeind blijven in deze onzekere wereld, dan moet het bondgenootschap beschikken over ‘sea control’.

Om te kunnen overleven hebben strijdkrachten strategische bewegingsvrijheid op zee nodig. Uiteindelijk bepaalt dat het verschil tussen winnen en verliezen, zo leert de geschiedenis. Europa, Nederland niet uitgezonderd, heeft deze vrijheid de afgelopen tientallen jaren voor lief genomen. In de nieuwe veiligheidssituatie staat deze vrijheid echter onder druk en zal er mogelijk een beroep op ons worden gedaan deze te beschermen. Net als in 1942.

Wil Nederland als maritiem handelsland daarin een relevante rol spelen, dan zijn dringend investeringen in onze wapensystemen nodig. Als bijdrage aan een collectieve inspanning naar rato van onze economische draagkracht. Dat is niet meer dan redelijk. Als geen ander zijn we namelijk voor onze vrijheid en welvaart van bondgenoten afhankelijk. Om van hun hulp verzekerd te blijven, moeten we ook zelf een proportionele bijdrage leveren. Ik ben benieuwd of straks bij de onderhandelingen voor een nieuwe regering deze zorg – nee, noodzaak – in voldoende mate zal worden meegenomen. De klok tikt.   

Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk,
Commandant Zeestrijdkrachten