08

Dit artikel hoort bij: KMarMagazine 03

Achter de schermen

… bij de Sectie Casecoördinatie Koninklijke Marechaussee

Werkstress, heftige incidenten, een druk gezinsleven, uitzendingen en inzet. Zulke zaken kunnen erin hakken en het kan marechaussees boven de pet groeien. De juiste hulp vinden én krijgen is soms lastig. Daar komen de collega’s van Casecoördinatie om de hoek kijken.

In een ideale wereld zouden Wietse en zijn collega’s werkloos zijn. Sterker nog, dat zouden ze prima vinden. Geen werk betekent dat het goed gaat met de marechaussees. Dat collega’s die hulp nodig hebben, snel en accuraat worden bijgestaan.

Maar de wereld is niet ideaal. Wietse en zijn collega’s Mandy en Wyke van de Sectie Casecoördinatie hebben genoeg te doen. Voor tientallen collega’s zijn zij een onmisbare rots in de branding. “Het Marechausseewerk kan veel vragen”, weet Wietse. “Je begint een dienst met een heftig ongeluk, rijdt door naar een melding huiselijk geweld en eindigt met zoiets 'alledaags' als het verkeer regelen. Daar worden onze mensen goed voor opgeleid. Maar er zit ook een potentiële kwetsbaarheid in. Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.”

Volle ‘rugzak’

Soms ontaardt het leven in chaos. Een stapeling van incidenten en ontwikkelingen, op werk én thuis. Het lontje wordt korter en korter. “Dat kan lang goed gaan”, zegt Wietse. “Maar soms kan die ‘rugzak’ te vol raken. Alsof je continu een bal onder water wilt houden. Dat lukt op een gegeven moment niet meer. Dan is er hulp nodig.”

Defensie heeft een goed georganiseerd zorgsysteem. Dit begint bij de commandant en een Sociaal Medisch Team (SMT). Daarbuiten zijn er meer plekken waar collega’s kunnen aankloppen. Maar door al die hulp en begeleiding kunnen mensen het overzicht kwijtraken. “Wanneer zorg, begeleiding en problematiek complex en onoverzichtelijk worden, kan Casecoördinatie instappen. Wij zijn de ‘smeerolie’ die alle radertjes soepel laat draaien. Casecoördinatie brengt mensen met de juiste specialisten in contact om die rugzak langzaam uit te pakken.”

Op de rit

Zo kreeg Raoul, wachtmeester tot hij onlangs met FLO ging, de afgelopen jaren ook hulp. Na enkele heftige incidenten en uitzendingen zat zijn rugzak vol. Hij raakte diep in de put en had ruzie op werk. “Maar dankzij Wyke en Mandy heb ik mijn leven weer op de rit gekregen. Ze zagen me als Raoul, als een mens. Dat gaf een goed gevoel en vertrouwen.” Samen zorgden ze voor regie op zijn herstel. “Ze wezen me er bijvoorbeeld op dat ik rechten had als dienstslachtoffer. Daar wist ik niks van. Dankzij hen gaat het 80 procent beter met mij.” Lees meer over Raoul in het kader onderaan.

Scroll naar beneden voor een kijkje achter de schermen bij deze bijzondere afdeling. Belangrijk! Wie na het lezen van dit verhaal contact met Casecoördinatie wil opnemen, kan mailen naar casecoordinatie.kmar@mindef.nl.

Tekst: kapitein Arjen de Boer | Foto’s: sergeant-majoor Hille Hillinga en archief Mediacentrum Defensie

Weer inzetbaar

Soms hebben collega’s, jong en ouder, schroom om hulp te zoeken. Dan voelt het als een teken van zwakte of een soort voorportaal naar ontslag. Die onterechte angst zorgt ervoor dat ze er te lang mee blijven rondlopen, weet Wietse. Terwijl er meer dan genoeg hulp is te vinden binnen Defensie. “We doen er alles aan om mensen weer inzetbaar te krijgen. Soms is dat niet meer mogelijk en gaan we samen op zoek naar andere oplossingen. We hebben onze mensen hard nodig, dus moeten we zuinig op ze zijn.”

“We zijn echter geen hulpverleners”, vervolgt hij. Casecoördinatie geeft richting en onderhoudt warme contacten met bedrijfsartsen, bedrijfsmaatschappelijk werkers, psychologen en commandanten. Eigenlijk met iedereen om de cliënt heen. Uiteraard, benadrukt Wietse, wordt hierbij zorgvuldig omgegaan met iemands privacy.

Voor wie?

De sectie helpt collega’s die tijdens of door de dienst gewond zijn geraakt. De zogeheten MOD’ers, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Vaak wordt gedacht aan collega’s die op uitzending zijn geweest en een officiële veteranenstatus hebben. “Onze blauwe collega’s werken elke dag in de operatie, in Nederland en het buitenland. Daarnaast gaan zij op uitzending. Ze hebben dagelijks heftige ervaringen. Die collega’s hebben recht op hulp, maar weten dat lang niet altijd.”

Ook voor het thuisfront is er ondersteuning mogelijk. In het ergste geval overlijdt een collega tijdens de uitvoering van de dienst en hebben de nabestaanden hulp nodig. “Wij zien het als onze morele plicht om deze mensen bij te staan”, vertelt Wietse. “Rouwverwerking is nooit een lineair proces. Als nabestaanden na jaren nog vragen hebben aan de organisatie, moeten ze die kunnen stellen.”

Complexe problemen

Een derde groep collega’s die hulp kan krijgen, zijn de mensen bij wie veel hulpverleners betrokken zijn. “Dan werken we allemaal keihard. Maar toch komen we er niet goed uit en blijft de cliënt stilstaan. Hoe kan dat?”, schetst Wietse. “Onze taak is al die spelers aan elkaar verbinden. Het overzicht bewaren. Niet alleen voor hulpverleners. Ook voor de cliënt. Wij begeleiden zodat mensen toekomen aan hun herstel.”

Na de dienst

Ook collega’s die de dienst hebben verlaten kunnen aankloppen bij Casecoördinatie voor ondersteuning. Te vaak blijven zij doorlopen met klachten, aldus Wietse. Maar ook dan is hulp mogelijk. Bijvoorbeeld bij het Nederlands Veteraneninstituut. “Militairen buiten dienst kunnen altijd het Veteranenloket bellen. Als zij twijfelen, wijzen wij ze graag de weg. Misschien ben je geen veteraan, je bent wel gewond geraakt tijdens de uitvoering van je dienst.”

‘Je staat er niet alleen voor’
“Zonder de collega’s van Casecoördinatie was ik er niet meer geweest. Dat klinkt misschien dramatisch, maar het is wel zo”, zegt oud-collega Raoul. “Ik zat zo diep in de put dat ik het leven niet meer zag zitten. Tot ik een jaar of vijf geleden met Casecoördinatie in contact kwam. Zij luisterden echt naar mij. Ze waren empathisch, maar pakten ook door. Zo kreeg ik snel een goede maatschappelijk werker.”

Een individuele uitzending naar Bosnië woog zwaar in de ‘rugzak’ van Raoul. Hij wilde graag een terugkeerreis maken om de plekken nog eens te zien. Bij andere veteranen hielp dat om zaken een plekje te geven, had hij gehoord. Tijdens een gesprek werd bekeken of Raoul er klaar voor was. “Ze waren zo eerlijk om te zeggen dat ze twijfelden. Dat was voor mij een stok achter de deur om extra hulp te aanvaarden”, zegt Raoul. “Na enkele jaren was ik er wél klaar voor. Collega’s van Casecoördinatie zijn mee geweest. Ook daar was hun aanwezigheid een enorme steun. Het zit ‘m in de kleine, menselijke dingen zoals een hand op je schouder als je emotioneel even breekt. Tegen collega’s die hulp nodig hebben, maar twijfelen zou ik willen zeggen: ‘Je hoeft je niet te schamen. Niemand kan het alleen en Casecoördinatie helpt je in de goede richting zodat je kunt werken aan herstel.”

Download afbeelding (753 kB)