Tekst kapitein Jessica Bode
Foto sergeant Cristian Schrik

‘Tijd voor verlof’

Lege gangen, een enkele arts of verpleegster loopt ontspannen heen en weer, schoonmakers krijgen weer de tijd om grondig hun werk te doen en er hangt een plezierige stilte. Een totaal onvergelijkbare situatie met de afgelopen maanden. Het aantal coronabesmettingen en ziekenhuisopnames daalt zo sterk, dat het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) de patiëntenstroom weer alleen aan kan. Het werk voor de 160 militairen die hier negen maanden lang non-stop zijn ingezet, zit erop. 

“Of ik het erg vind?”, IC-verpleegkundige eerste luitenant Frits Smit kijkt vragend. “Nee, absoluut niet. Het betekent dat het virus onder controle is. Bovendien wordt het tijd dat we weer aan de slag gaan met onze operationele taken. Er is nieuw militair medisch personeel dat precies tijdens de coronacrisis is begonnen en nooit een role 2 (veldhospitaal, red.) heeft opgebouwd. We moeten weer aan de slag met militaire zaken.”

De rust keert weder in het Utrechtse ziekenhuis, waar de afgelopen negen maanden 160 militairen zijn ingezet.

Nog vier

De Intensive Care (IC) is nog gevuld met een kleine tien patiënten. Op de verpleegafdeling ligt nog een handjevol mensen in isolatie. Slechts een nare hoest verraadt dat ze er zijn. Binnenkort wordt ook deze verdieping omgetoverd tot normale verpleegafdeling voor dermatologie, allergologie en pijnbestrijding. Langzaamaan terug naar normaal. 

Hoewel de civiel-militaire samenwerking pas maandag officieel afloopt, zijn er op dit moment nog vier algemeen militair artsen in het ziekenhuis actief. Zij draaien tot na het weekend, avond-, nacht en weekenddiensten. Ook voor hen is het daarna einde inzet. Algemeen militair arts luitenant-ter-zee 1 Kristel van Roesel is een van hen. De afgelopen zes weken moest ze met de marine mee op oefening, maar sinds woensdag pakt ze het staartje van de inzet net mee. “Het verschil tussen toen en nu is enorm. Net voordat ik wegging, waren er soms zes opnames op de IC per nacht. Nu niets. Ik heb nu zelfs tijd om collega’s te vragen hoe het met ze gaat.”   

Lege zalen, lege bedden. Een goed vooruitzicht.
Majoor Feysal Bouziane.

Korps Commandotroepen

In september vorig jaar trok het academische ziekenhuis aan de bel, omdat ze het aantal coronapatiënten niet meer alleen aan kon. De hulp van Defensie werd ingeschakeld, waarna het Calamiteitenhospitaal de deuren opende. Iedereen met medische achtergrond werd ingezet. Tot de medici van het Korps Commandotroepen aan toe. 

“75 procent kwam van de landmacht. De rest werd aangevuld vanuit andere krijgsmachtdelen”, vertelt majoor Feysal Bouziane, detachementscommandant van de militairen die in het UMC zijn ingezet.

Eerste luitenant Frits Smit kijkt er naar uit om weer bij z’n eigen eenheid aan de slag te gaan.

Regiofunctie

Het piekmoment voor de zorg lag rond de feestdagen, al was de situatie eind april ook nog zeer nijpend. Op het hoogtepunt lagen er tachtig coronapatiënten in het Utrechtse ziekenhuis, waarvan tot negentig procent uit andere regio’s kwam. “Die tachtig lijkt niet veel, maar de zorg voor deze mensen is enorm intensief”, vertelt Margriet Schneider, voorzitter Raad van Bestuur UMCU. “Dat hadden we zonder Defensie allemaal nooit kunnen doen.”

Vermoeidheid

Luitenant Smit, normaal gesproken stafverpleegkundige van 421 Hospitaalcompagnie, vond de vermoeidheid het lastigste aan de inzet. “Je maakt extreem lange dagen en je weet niet wanneer het stopt. En je draagt de hele dag een zwaar en beschermend pak met mondkap. Je lichaam herstelt op een gegeven moment niet meer. De vermoeidheid slaat genadeloos toe. Tijd voor verlof.” 

Maandag is de allerlaatste dag voor de algemeen militair artsen van Defensie. Na die tijd is iedereen weer terug op z’n honk.

Defensie-inzet

Op dit moment zijn nog enkele tientallen militairen betrokken bij de coronabestrijding. Defensie ondersteunt het vaccinatieproces in Arnhem en Barneveld, maar ook in Suriname. De Koninklijke Marechaussee helpt bij de beveiliging van vaccins en er staan nog steeds zo'n duizend militairen klaar voor ondersteuning van teststraten en vaccinaties. Indien nodig.