02

Dit artikel hoort bij: Defensiekrant 16

De 5 meest uitdagende...

Tekst kapitein Arjen de Boer
Foto sergeant-majoor Gerben van Es

Kaken op elkaar en gaan tijdens Hondenbiatlon

Hijgend komt team 69 uit het water bij hindernis 11. “Nu begint de ellende pas”, klinkt het gekscherend. Nog 13 obstakels te gaan; het was afzien tijdens de Hondenbiatlon op vliegbasis Woensdrecht.

De bewakings- en speurhonden én hun geleiders moesten 24 augustus een parcours van ongeveer 11 kilometer rennend afleggen. De wedstrijd trok bijna 100 koppels uit onder andere Nederland, België, Duitsland, Letland, Litouwen en Engeland. De eerste prijs ging naar de Litouwse geleider Egidijus Nenorta en zijn hond Ardas. Zij legden het parcours af in 58 minuten.

Speciale band

“Het is fantastisch om dit samen met mijn hond Guusje te doen”, zegt sergeant Rensco, werkzaam bij het Defensie Helikopter Commando. “Het zorgt voor een sterkere band met de hond”, vult de Vlaamse politieman Bert Huygen aan. “Meedoen is belangrijker dan winnen. Wij hebben er ongeveer anderhalf uur over gedaan en daar ben ik zeer tevreden mee. Zeker vanwege de blessures die Rago en ik achter de rug hebben.”

Er waren 24 hindernissen, de één makkelijker dan de andere. Scroll naar beneden en leer van adjudant Willy Stevens, vakcoördinator hondengeleiding en organisator van de biatlon, meer over de meest uitdagende obstakels.

Na 10 hindernissen beginnen de spieren al aardig te verzuren. Dan komen hond en baas de hoek om rennen en….verrassing: de eerste waterhindernis. Het koppel moet zeker 25 meter afleggen door een vennetje, vol zuigende modder. De baas zakt er zeker tot zijn navel in, de hond moet zwemmen. Maar het kan ook anders. “Sommigen gooien de hond over de schouders en ploegen verder”, vertelt adjudant Stevens. “Het mag en is ook sneller.”

Daarna volgt vrijwel direct de tweede waterhindernis. Hier moeten hond en baas zwemmend de overkant van het vennetje bereiken. Het water is ijskoud, springen betekent een schok krijgen, naar adem happen, spieren die verkrampen. “Daarom liggen er duikers in het water voor de veiligheid”, aldus Stevens. Diverse honden protesteren aanvankelijk, maar halen al spartelend toch de overkant. Wie weigert, krijgt een straftijd van 2 minuten.

De viervoeter moet door een lange slurf kruipen, niet iets wat iedere hond zomaar doet. Het liefst rennen ze er omheen. Zo’n krappe slurf is maar een lastig obstakel, zeker als verderop de ‘verdachte’ staat. De hond moet hem grijpen en mag niet loslaten. “Pas dan mag de geleider van dichtbij het bevel ‘los’ geven”, vertelt de adjudant. Maar sommige honden vergeten te bijten of ze willen het niet. “Dan volgt meteen diskwalificatie.”

Ook bij nummer 22 is samenwerking tussen baas en hond het sleutelwoord. Van houten pallets zijn obstakels gemaakt, waarbij zij hoog en laag moeten afwisselen. Ze moeten over het obstakel klauteren om vervolgens eronder te kruipen en dat enkele malen achter elkaar, terwijl beide al zo’n 10 kilometer in de benen/poten hebben. “Dat kost enorm veel kracht”, weet de adjudant uit ervaring.

De laatste hindernis is een container omgetoverd tot zwembad. Weer dat water, de kou en schrikreactie. Aan het eind moeten ze eruit klimmen en zet de hond zijn tanden in een pakwerker (man met een beschermend pak aan, red.). Dan lonkt eindelijk na 11 kilometer de finish. “Om die te halen moeten de geleider en hond zeker 2 keer per week trainen. Naarmate de wedstrijd dichterbij komt zelfs 3 tot 4 keer per week”, benadrukt Stevens. “Dit parcours ongetraind afleggen, is geen doen.”