Tekst Kapitein Saminna van den Bulk
Foto Paul Tolenaar

Defensie zet meer en meer in op ruimtedomein

In een tijd dat er op het Europese continent een militair conflict met staal op staal wordt uitgevochten, lijkt het belang van de ruimte boven ons misschien ver weg. Toch gaat Defensie de komende jaren flink inzetten op ‘space’. Het ruimtedomein wordt namelijk ‘gemilitariseerder’ en daarmee steeds belangrijker voor de krijgsmacht.

Op het beeldscherm een platgeslagen aardbol met daarin één klein object, dat gestaag in een baan over het oppervlak vliegt. Het is BRIK II, ‘s lands eerste militaire nanosatelliet die vorig jaar werd gelanceerd. Met de bundel technologie, zo groot als een flinke schoenendoos, zette Defensie haar eerste stappen in de ruimte.

BRIK II werd vorig jaar gelanceerd, ’s lands eerste militaire nanosatelliet. (Foto: Virgin Orbit)

Belangrijk, weten ze bij Defence Space Security Centre in de Luchtmachttoren in Breda. Want de ruimte speelt een steeds grotere rol op het militaire toneel. “Satellieten gebruiken we natuurlijk al decennia. Of je nou je boodschappen afrekent met je telefoon in de supermarkt, of via Google Maps ergens naartoe navigeert: alles verloopt via de ruimte. Voor de militaire operatie is dat niet anders. In communicatie, observatie en navigatie zijn we ervan afhankelijk”, zegt luitenant-kolonel Bernard Buijs, hoofd van de afdeling.

2014

Het Defence Space Security Centre werd in 2014 opgericht. De focus ligt op zes speerpunten. ‘Space Situational Awareness’ zorgt ervoor dat we weten wat er gebeurt in de ruimte en wie wat doet. Ten tweede is er ISR, een afkorting voor Intelligence, Surveillance, Reconnaissance: over de landsgrenzen kijken, waar je geen boots on the ground hebt. Satellietcommunicatie (versleutelde informatie uitwisselen) en Positioning Navigation Timing (PNT) vormen een derde en vierde pijler. Met Shared Early Warning kunnen landen elkaar tijdig waarschuwen voor, met satellieten, waargenomen raketdreiging. Een laatste pijler is Space Weather, het vastleggen en onderzoeken van weersinvloeden in de ruimte (zie daarvoor kader ‘Wat kan BRIK II?’)

“Tactisch, strategisch, operationeel: op alle vlakken van de militaire operatie is de satelliet onmisbaar”, aldus luitenant-kolonel Bernard Buijs, hoofd van het Space Security Centre van de Luchtmacht.

Kapot geschoten

Met een groeiende afhankelijkheid van satellieten komt kwetsbaarheid om de hoek kijken. Want een potentiële vijand weet ook hoe hard we de die data nodig hebben. Hierdoor wordt de atmosfeer rond onze aardbol steeds meer onderdeel van het strijdtoneel. Dat klinkt futuristisch, maar is het zeker niet. “China en Rusland hebben allebei al eigen satellieten kapot geschoten, om te laten zien dat ze dat kunnen. In de ruimte hangen ook kleine satellieten nabij grote. Van wie ze zijn? Niemand die het weet. Wat als deze net op een cruciaal moment de sensoren verstoren?”

‘Eigen satellieten kapotgeschoten, om te laten zien dat ze dat kunnen’

Kijken en checken

Het moge duidelijk zijn: de ruimte raakt ‘gemilitariseerder’. Reden voor de krijgsmacht om hier flink op in te zetten. “Dat is hard nodig”, zegt majoor Petra Wijnja, voorheen sectie Space, nu Directie Plannen van de Bestuursstaf. “Op tactisch, strategisch en operationeel niveau is ruimtecapaciteit hard nodig. Ja, veel informatie kan je ook kopen van commerciële partijen of data van andere landen met een satelliet. Allen ‘kijken’ zij naar de aarde. Intel die kan wegvallen in een militair conflict.” Dan ben je opeens blind en doof. Onwenselijk. “Door zelf een satelliet in te zetten kan je niet alleen zelf informatie vergaren, maar ook de juistheid van informatie dat je via andere bronnen verkregen hebt checken.”

BRIK II onderzoekt onder andere de invloed van veranderende zonnestraling in de laag om de aarde. Zorgt deze voor haperingen in GPS, of….zorgt iemand met slechte bedoelingen voor de hick ups? (Foto: NASA)

Wat kan BRIK II?

De Nederlandse nanosatelliet is een ‘demonstrator’. Een technologisch experiment, om te kijken wat we met de ruimtetechnologie kunnen bereiken. Allereerst is de BRIK een soort eigen Nederlandse brievenbus. Gecodeerde militaire communicatie kan via BRIK in de ruimte doorgestuurd worden naar elke gewenste plek op aarde. Daarnaast kan de satelliet elektromagnetische signalen van militaire systemen detecteren en lokaliseren. Daarbij onderzoekt BRIK de invloed van veranderende zonnestraling in de laag om de aarde. Deze straling zorgt voor haperingen in bijvoorbeeld GPS. Of… is het toch een kwaadwillende mogendheid die roet in het eten gooit? Dat moeten de ruimtestudies uitwijzen.

Er wordt de komende tijd onder andere geïnvesteerd in nieuw personeel voor het Defence Space Security Centre, aldus majoor Petra Wijnja.

Groter, robuuster

Investeren is dus het devies. In de komende jaren komen er tientallen miljoenen bij voor de sectie, valt te lezen in de Defensienota. Voor dit vakgebied, met vergaande technologische ontwikkelingen, zijn dat geen astronomische bedragen, geven Buijs en Wijnja aan. Daarom worden er duidelijke keuzes gemaakt. Allereerst: zonder mensen worden er geen meters gemaakt. Het kleine Defence Space Security Centre-team bestaat nu uit ongeveer tien mensen. Daar komt personeel bij. Daarnaast wil de afdeling het geld investeren in technologische ontwikkeling rondom de demonstrators en het inzetten van ‘space’ op operationele toepassingen.

‘Vooral landen als China en Rusland zijn erg actief in het ruimtedomein’

Samen met NAVO-partners

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) heeft zelf geen ‘space assets’, zoals satellieten. “Die gaten willen ze vullen met de capaciteiten van lidstaten”, vertelt Wijnja. “En daar maken wij onderdeel van uit. Met onze middelen samen kunnen we elkaar aanvullen.” BRIK II is in die zin niet enkel een satelliet die onze eigen informatiepositie versterkt. “In NAVO-verband willen we samenwerken in de ruimte. Maar om als krijgsmacht mee te kunnen praten én te beslissen, moet je zelf wel bijdragen”, zegt Buijs. Het is als lid zijn van een sportclub. “Wil je spelen, dan moet je contributie betalen. Onze nanosatelliet garandeert een seat at the table.”

Een netwerk van nanosatellieten biedt misschien wel dé toekomst om goede dekking te houden in de ruimte. Foto: Defensie.

Toekomst in de kleintjes

Een land als Amerika met een eigen Space Force is al een stuk verder dan de Nederlandse krijgsmacht op het gebied van ‘space’. Alhoewel: “Deze zomer waren we in de VS voor een oefening. Amerika heeft grote satellietsystemen van miljarden euro’s, maar meerdere kleine satellieten zorgen ervoor dat er altijd zicht uit de ruimte blijft. Een netwerk van verschillende landen, waarbij je bijvoorbeeld met nanosatellieten de aarde in de gaten houdt en de grote satellieten kan ‘targetten’ als zij iets hebben waargenomen”, aldus Wijnja. “Nederland bungelt zeker niet onderaan, de VS zoeken toenadering om samen te werken.”

‘We zijn nog steeds aan het beginnen’

Waar we over tien jaar staan? Buijs: “Geen idee. We zijn nog steeds aan het beginnen”, glimlacht hij. “Het antwoord ligt wel in de samenwerking met andere landen en het uitbouwen van onze capaciteit. Zowel in de samenwerking met kenniscentra, als een uitbreiding van het aantal nanosatellieten. Want met één ben je er niet.” Tot die tijd is het volop experimenteren met BRIK II. De nanosatelliet zal die dag nog acht keer de wereld rondgaan, kijkend naar de aarde vanaf de ruimte, terwijl de militairen van het Defence Space Security Centre hun blik op de hemel houden.

Broeders voor BrikII

Eén is geen, Buijs zei het al. Daarom lanceren de Nederlandse en de Noorse krijgsmacht deze maand twee identieke nanosatellieten. Deze werden ontwikkeld in het MilSpace2-programma, samen met kennisinstituten NLR, TNO en het Noorse FFI. De Nederlandse draagt de naam Huygens, de Noorse Birkeland. Nederland en Noorwegen zijn strategische partners en kennen allebei een hoogtechnologische industrie, wat leidde tot de ontwikkeling en lancering van de nanosatellieten. In een Memorandum of Understanding hebben beide landen elkaar beloofd hun ruimteactiviteiten veilig en verantwoord uit te voeren.