Tekst André Twigt
Foto Sergeant Jan Dijkstra

Laatste vlucht KDC-10 markeert een tijdperk

In de cockpit gaat het gas erop, de motoren krijsen en met vol vermogen dendert de T-235 over de runway van thuisbasis Eindhoven. De vaarwelvlucht van de laatste KDC-10 is voor commandant 334 Squadron majoor-vlieger Erik een mooie gelegenheid om nog één keer het enorme vermogen van de elegante reus aan te spreken. Deze maand neemt de luchtmacht definitief afscheid van het vliegtuigtype dat uitgroeide tot symbool van een tijdperk.  

De cockpitbemanning tijdens de vaarwelvlucht: (vlnr.) flight engineer eerste luitenant Carl, commandant majoor-vlieger Eric en collega en ranggenoot Jaime.

De low level-vlucht langs Nederlandse militaire en civiele vliegvelden trekt veel bekijks. Op zo’n 300 meter hoogte zijn spotters en belangstellenden te zien. Zij hebben de camera in de aanslag en willen geen moment van de afscheidsvlucht missen. Ongetwijfeld pinkt een enkeling een traantje weg en dat mag. De inzet van de twee KDC-10’s maakte dat het type in de afgelopen 26 jaar uitgroeide tot een icoon, dat model stond voor een lange aaneengesloten periode van vredesoperaties en humanitaire missies.   

Ongetwijfeld pinkt een enkeling een traantje weg

De KDC-10 ‘Jan Scheffer’ is een icoon.

Vreugde

Na afloop van de twee uur lange toer over Nederland praat Erik met passie over de KDC-10, het werkpaard dat voor velen zoveel goede dingen heeft gedaan. Het grijze rolmodel van de expeditionaire krijgsmacht leverde vanaf midden jaren 90 een bijdrage aan iedere missie. Voor veel uitgezonden militairen vormde hij de brug tussen het operatiegebied en thuis. “De mooiste momenten vond ik altijd wanneer de aankomsthal van Eindhoven volstond met familie en vrienden. Al die opgeluchte gezichten, blij hun geliefde weer te zien. Met die gedachte in het achterhoofd probeerde ik altijd wat eerder te landen.”

De KDC-10 bracht vreugde, maar ook smart. Beide kisten voerden vele medevacs uit en brachten vrijwel alle gesneuvelde en overleden collega’s naar huis. “Dat waren eervolle momenten”, aldus Erik. We probeerden zulke missies zo perfect mogelijk uit te voeren. Daarmee verdienden we best veel respect.”

Uiteraard draaide de KDC-10 een rondje om de luchtmachttoren in Breda.

Tegenstellingen

Flight engineer eerste luitenant Carl is nog steeds onder de indruk van de humanitaire missies. Zoals vluchtelingen uit Kosovo halen. “Twee maanden lang waren die mensen uitgehongerd. Aan boord werden ze ziek van het eerste bekertje melk dat ze uitgedeeld kregen. Ook brachten we veel humanitaire hulp naar Afrika, zoals noodgoederen voor Eritrea. Deze missies werkten grote tegenstellingen in de hand: het ene moment redde je levens, het andere moment tankten we onze F-16’s bij tijdens de oversteek naar de Verenigde Staten.”

Voor de passagiers was dit een mooie gelegenheid een en ander op de gevoelige plaat te zetten.

Uniek concept

“Dit toestel kon het allemaal”, sluit Erik aan. De combinatie vrachtvliegtuig/tanker maakte de KDC-10 heel flexibel. Tijdens de Kosovo-crisis refuelde het vliegtuig eerst NAVO-gevechtsvliegtuigen en pikte later die dag in Macedonië vluchtelingen op. “Met de nieuwe A330 MRTT-vliegtuigen werkt het ook zo. De toestellen van de op Eindhoven gevestigde Multinational MRTT Unit zijn net als hun voorganger ingericht voor air refueling en luchttransport. “Onze machine trok altijd veel bekijks”, blikt purser sergeant-1 Paul terug. “De derde motor in de staart… het is een uniek concept. Met 3.000 vlieguren werd dit toestel voor mij een soort tweede thuis.”

De ‘Jan Scheffer’ werkt nog een kort vliegprogramma af. Eind oktober maakt hij de oversteek naar de VS, waar na groot onderhoud, in San Antonio de volgende stap in de loopbaan van het toestel volgt.

De T-235 heeft slechts 80.000 vlieguren gemaakt

Derde leven

Eind oktober valt definitief het doek voor de KDC-10. De komende weken werkt de oudgediende nog een beperkt programma af met vluchten naar onder meer Denemarken en Kreta. Pas dan vertrekt de machine naar de Verenigde Staten, waar hij wordt overgenomen door de firma Omega Aerial Refueling Services, gespecialiseerd in het bijtanken van gevechtsvliegtuigen van Navy en Air Force.  Eerder kocht Omega de T-264 ‘Prins Bernhard’. Met de aankoop van de T-235 ‘Jan Scheffer' heeft ze beide machines in handen en beginnen ze aan hun derde leven. De KDC-10’s werden destijds van Martinair overgenomen.

Terug op Eindhoven na het rondje Nederland wachtte de brandweer met een 'ereboog' van water.

Vergroeid

Dat de luchtmacht afscheid neemt van de KDC-10 heeft volgens Erik alles te maken met de komst van de negen nieuwe Airbus A330MRTT (Multi Role Tanker Transport) vliegtuigen, waarvan er 5 op vliegbasis Eindhoven zijn gestationeerd. Daarnaast wordt het steeds moeilijker om onderdelen voor de 45 jaar oude beestjes te vinden. Om te voorkomen dat de toestellen langdurig aan de grond zouden staan, kwam het regelmatig voor dat spare parts van de Amerikanen geleend moesten worden. Wat overigens niet inhoudt dat de vliegtuigen versleten zijn. De T-235 heeft slechts 80.000 vlieguren gemaakt. Pas rond  200.000 wordt de maximale levensduur bereikt. “Ik ben blij dat ze een derde leven krijgen”, vindt Paul. “Een vliegtuig is natuurlijk geen levend iets. Maar na zo’n lange tijd raak je er wel mee vergroeid.”