Loopgraven nog altijd relevant op het moderne slagveld

Nauw, modderig, Spartaans, in een kapotgeschoten landschap. Loopgraven; het zijn plekken waar je als militair liever niet bent. Of juist wel, want ze bieden bescherming.
 

Tekst: kapitein Arjen de Boer | Foto: archief Mediacentrum Defensie (MCD), Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en Wikimedia Commons

Vlieg boven het front in Oekraïne en er zijn talloze strakke lijnen in het landschap te zien. Linies tegenover elkaar, een web van diepe greppels. Geen natuurfenomeen, maar duidelijk door mensenhanden gemaakt. Vaak zelfs met een schop gegraven. Het zijn kilometerslange loopgraven waar tienduizenden Oekraïense en Russische militairen vechten en (over)leven.

Vechten en (over)leven

Zulke fortificaties lijken op het eerste oog iets uit vroegere tijden. Onnodig met alle moderne wapens zoals precisiegeleide raketten en drones. Toch is er in dat moderne geweld ook plek voor iets ‘simpels’ als een loopgraaf. Daar vechten is anders dan in een open veld. Dat moet je oefenen, weten sergeant Max en korporaal Dave. De fuseliers van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene hebben in Oirschot sinds 2023 een loopgravenstelsel om in te kunnen trainen. Daarnaast hebben ze tijdens operatie Interflex in Engeland hun kennis en kunde overgebracht aan Oekraïense militairen.

Links een zwart-foto van Nederlandse militairen met hun wapens in een loopgraaf vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Rechts Oekraïense militairen in actie in een loopgraaf.
Loopgraven zijn zo’n beetje van alle tijden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte Nederland ze in de verdedigende stellingen. Tegenwoordig trainen Oekraïense militairen ook nog dat gevecht.

Onoverzichtelijk en gevaarlijk

Knokken in een loopgraaf is enigszins te vergelijken met vechten in een stedelijke omgeving, zegt Max. “Het lijkt op het zuiveren van een gebouw. Onoverzichtelijk en gevaarlijk.” Maar in een loopgraaf is de dreiging meer ‘getunneld’, vult Dave aan. Je móét de richting van het graafwerk volgen. “Op elke hoek en elke splitsing waar je komt, gooien we een handgranaat voor onze veiligheid en om eventuele vijandelijke vuurposities uit te schakelen. Om dat goed onder de knie te krijgen moet je drillen, drillen, drillen.”

Zwart-wit foto van een Britse militair in een loopgraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het beeld waar veel mensen aan denken als het woord ‘loopgraaf’ valt. Hier een Britse militair tijdens de strijd bij de Somme in 1916.

Nooit weggeweest

Eigenlijk zijn loopgraven terug van nooit weggeweest, vertelt luitenant-kolonel Carel Sellmeijer, docent aan de faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). In de Middeleeuwen groeven aanvallers zich in ter bescherming tegen pijlen en kokende olie vanaf de kasteelmuren. Ook in de Tachtigjarige Oorlog waren er loopgraven tijdens de belegering van een vesting. Tijdens de Napoleontische oorlogen werden ze gebruikt om artilleriestellingen te beveiligen.

Maar als het op loopgraven aankomt, denken de meeste mensen toch aan de blubbergoten met ongelukkig kijkende militairen en rondrennende ratten uit de Eerste Wereldoorlog. Maar dat is ruim honderd jaar geleden. Loopgraven zouden gedateerd zijn, aldus Sellmeijer. Toch bewezen latere oorlogen, zoals tussen Irak en Iran (1980-1988), en nu dus Oekraïne het tegendeel.

Oude tekening van de belegering van een burcht. Hierop is te zien hoe talloze militairen in loopgraven rondom te stad liggen.
De verovering van de Duitse burcht Philipsburg in 1676. Op het beeld is goed te zien dat ook toen loopgraven werden gebruikt om een vesting te belegeren.

In balans

Vaak ontstaan de stelsels als een offensief vastloopt, wanneer eenheden niet meer kunnen manoeuvreren om de overwinning te behalen. Het front komt tot stilstand. “Er is dan een balans ontstaan tussen offensief en defensief”, legt Sellmeijer uit. “Loopgraven zijn vooral bedoeld om jezelf te beschermen. In de Eerste Wereldoorlog zorgden artillerie en machinegeweren voor veel slachtoffers. Maar moderne wapens zijn nog preciezer en dodelijker.”

Met betonnen bouwstenen is een loopgravenstelsel aangelegd in een bos.
Nieuwe loopgraven op de kazerne in het Brabantse Oirschot.

Stilstand is geen overwinning

Boobytraps

Stilstand is echter geen overwinning. Dus moet je aanvallen, de loopgraaf van je vijand veroveren. Sergeant Max en korporaal Dave beschrijven hoe dat ongeveer gaat. Enkele collega’s creëren op afstand een vuurpositie met zware wapens om dekking te geven. Een aanvalsgroep gaat voorwaarts en een zogeheten inbraakgroep laat zich in de loopgraaf zakken. “Dan is er ook nog een reservegroep om te helpen waar nodig”, zegt Max. “En we kunnen drones gebruiken om te zien waar we precies zijn.” Als de ruimte het toelaat, gaan ze met twee man schouder aan schouders voorwaarts, wapens gericht. “Maar op internetfilmpjes is te zien hoe krap sommige trenches zijn. Dan moet iemand in zijn eentje voorop. Dat kan spannend zijn vanwege de boobytraps die zijn aangelegd.”

Links een foto van een groep soldaten in een loopgraaf. Rechts een soldaat houdt twee vingers omhoog tijdens een actie.
Oekraïense militairen oefenen de strijd in een loopgraaf. Tijdens operatie Interflex kregen ze ook les van Nederlandse militairen.

Stormtroepen

Deze manier van opereren is gebaseerd op een Duitse innovatie tijdens de Eerste Wereldoorlog, legt overste Sellmeijer uit. “Grote, massale aanvallen werkten niet. Door de ‘muren van lood’ uit moderne wapens vielen teveel slachtoffers. Stormtroepen zijn kleinere, meer gespecialiseerde eenheden die ergens een doorbraak proberen te forceren.” Een andere innovatie was de elastische verdediging, waarbij meerdere loopgraven in een netwerk werden aangelegd. De eerste loopgraaf telde enkele militairen en fungeerde als ‘struikeldraad’. “Als een soort waarschuwing. Bij een aanval hadden andere, grotere eenheden dan genoeg reactietijd om een tegenaanval te doen.”

Oekraïense militairen oefenen in een loopgraaf. Nederlandse militaire instructeurs kijken toe.

‘Misleiding is belangrijk’

Zichtbaarheid

In Oekraïne is echter een groot verschil vergeleken met toen. De talloze drones en satellieten die boven het slagveld hangen. “Alles is zichtbaar. Wie zich laat zien, wordt aangegrepen”, zegt de docent. Daarom is een bewegingsoorlog zo lastig geworden. Hoe dan toch het initiatief herpakken? “Misleiding is belangrijk”, aldus Sellmeijer. Zorg ergens voor een overtuigende afleiding, en val de vijand vervolgens op een zwak punt aan. Op een plek waar ze even niet genoeg oogjes hebben. “Daar kunnen bijvoorbeeld luchtlandingstroepen goed van pas komen”, aldus de docent. “Creëer paniek zodat vijanden bij wijze van spreken hun geweer laten vallen en wegrennen. Uiteindelijk moet iemand gaan bewegen om de patstelling te doorbreken. Dan maakt menselijk, militair vernuft toch het verschil.”